22 December 2010

Winterharde merels en vastlopend verkeer

merel, sneeuw, zon.

Treinen, bussen, vliegtuigen, vuilophaalwagens vallen uit en bouwbedrijven failliet door vorst en een laagje sneeuw van een paar centimeter, maar vogels, zoals deze merel man, overleven temperaturen van -10°C. Weliswaar dankzij onze hulp (wat rozijnen en appels), maar toch. Nachten van 16 uur (gisteren 21 dec langste nacht: ruim 16 uur). Voor vogels met een lichaamstemperatuur van 41° C is dat een temperatuursverschil van maar liefst 50° ! Alles onder een laag sneeuw zodat er tijdens de korte dagen (maar 8 uur licht op de kortste dag) niet naar voedsel gezocht kan worden op de normale manier. Bovendien voedsel dat er 's winters minimaal aanwezig is. Een combinatie van 3 ongunstige omstandigheden (lange nachten, lage temperaturen, weinig voedsel) in hetzelfde seizoen. Slecht ontworpen, die seizoenen. Maar knap ontworpen dat vogels hun lichaamstemperatuur op peil kunnen houden. Kwetsbaarheid? Wij mensen in onze verwarmde huizen kunnen die kwetsbaarheid soms ervaren wanneer we als reizigers uren opgesloten zitten in een gestrande intercity midden in de weilanden (met koffie?) of op de veerboot naar Terschelling die vast is gelopen op een zandbank en geen verwarming had (wel/niet koffie?).

Wat die merel, roodborst, heggemus, winterkoning, vink, koolmees, pimpelmees, houtduif, turkse tortel, grote bonte specht, zwarte specht, buizerd, etc. betreft: gelukkig is niet iedere Nederlandse vogel een trekvogel (optie 1). Anders zou het 's winters erg saai zijn. Optie 2: trek naar het zuiden. Optie 3: winterslaap. Doorhalen wat niet van toepassing is.

Penguins
En dan heb ik het nog niet eens gehad over penguins. De Emperor penguin (38°) leeft onder de meest extreme omstandigheden dan welk dier dan ook. In Antartica kan het 's winters -30° worden. Een temperatuurverschil van van 68°! En dan is de chill factor nog niet meegerekend. Het kan daar 200 km per uur waaien, wat nog meer afkoeling geeft. En dan is nog niet meegerekend dat ze maanden lang geen voedsel eten en dus van hun vetreserves moeten leven. (zie deze link). Een extreme aanpassing, waarbij die van onze Nederlandse vogels in het niet verdwijnt.

(komen nog een paar winterfoto's)

15 December 2010

Der geist der stets verneint. Weglaten, verkeerd weergeven, verdraaien, misleiden

gastbijdrage Gerdien de Jong

Het probleem met een boek als Evolutie - Het nieuwe studieboek uitgegeven door de Stichting De Oude Wereld is dat de biologie op allerlei manieren verdraaid wordt om de vooroordelen van de creationistische schrijvers, Reinhard Junker en Siegfried Scherer, hoe dan ook te onderbouwen. Geen enkele onderbouwing van evolutie is toegestaan. Alle aanwijzingen moet betwist worden. Dat levert al met al geen inzicht in de biologie op, maar dat zal ook niet de bedoeling van het boek zijn.
Hier volgt een hele kleine greep uit de vele mogelijke voorbeelden van vreemde biologie.

In hoofdstuk 10.2 van J&S gaat het over indeling van organismen op basis van moleculaire gegevens. Daar worden voornamelijk de voetangels en klemmen van de methoden benadrukt. Er wordt geen voorbeeld van een geaccepteerde moleculaire indeling gegeven. Toch is conclusie 7 op blz 181:
"De moleculaire systematiek heeft zeer succesvol vele verwantschapsrelaties kunnen verklaren. De beste resultaten liggen op het terrein van micro-evolutie, dus binnen hypothetische basistypen"
Dat is een heel vreemde conclusie, want de spectaculaire resultaten liggen bij de grote patronen, dus bij wat soms macro-evolutie genoemd wordt. Spectaculaire resultaten zijn de moleculaire indeling van de walvissen binnen de evenhoevigen, de indeling van de zoogdierordes , en van de insecten binnen de kreeftachtigen. Geen van deze spectaculaire resultaten worden behandeld: het gaat om indelingen bewerkt en bevestigt vanaf 1995, zodat het weglaten van deze resultaten in een boek van 2006 dat evolutiebiologie pretendeert te behandelen geen vertrouwen geeft in een onbevooroordeelde benadering.
Vreemd genoeg, zie de bovengenoemde conclusie van blz 181, wordt wel de nieuwe moleculaire indeling van het hele dierenrijk gegeven, in figuur 9.5 op blz 135. Er wordt niet bijgezegd dat dit een spectaculair resultaat van de moleculaire systematiek is.
figuur 9.5 blz 135, indeling van de bilateraal symmetrische dieren
In hoofdstuk 9 gaat het op blz 135 om iets anders dan moleculair indelen. Figuur 9.5 is direct uit een besproken artikel gehaald:

Origineel van figuur 9.5, Raible et al 2005 [2].
Schema van de moleculaire indeling van de bilateraal symmetrische dieren.
De Acoela (de planaria’s) behoren niet tot een van de grote groepen.



Dan komen er vragen naar voren. Hebben Junker en Scherer wel gezien dat dit de moleculaire indeling is? Zo ja, deed een zekere inconsistentie in de behandeling van de stof er niet toe?

Embryonale ontwikkeling

In hoofdstuk 11 van J&S gaat het over evolutie en embryonale ontwikkeling. Dit hoofdstuk is het wetenschappelijke dieptepunt van het boek. Het hoofdstuk bestaat uit creationistische hobby's zonder verwijzing naar modern evolutie-&-ontwikkeling onderzoek. De helft van dit hoofdstuk wordt besteed aan 'recapitulatie' en 'de biogenetische grondwet' - begrippen die 100 jaar verleden tijd zijn.
Embryo's van een groep komen overeen, en komen het sterkst overeen in een stadium dat phylotype genoemd wordt. Voor de vertebraten komt het phylotype-stadium overeen met het morfologische pharyngula-stadium. In het pharyngula-stadium bezitten alle embryo's van gewervelde dieren een notochord, een holle zenuwbuis aan de rugzijde van het notochord, een staart achter de anus, en een serie kieuwbogen. De embryo's van de verschillende vertebraten komen sterk overeen in bouw. Deze overeenkomst wordt altijd door creationisten ontkent, op grond van niet ter zake doende verschillen in voornamelijk vorm. De homologie in de embryo's van de gewervelde dieren gaat heel ver. In het pharyngula stadium hebben alle embryo’s van gewervelde dieren een aantal kieuwbogen; er zijn er vier tot zes zichtbaar; en bij vier zichtbare kieuwbogen werkt de interne anatomie met zes kieuwbogen.


Pharyngula menselijk embryo; T.W. Sadler, 1995.
Langman's medical embryology. figuur 5.18 blz 82.
A: kieuwbogen te zien;
B: Dooierzak;
Nutritional role only early stages.

Middenoor
 
De bouw van het middenoor is heel belangrijk voor de positie van de zoogdieren binnen de vertebraten. Alleen zoogdieren hebben drie middenoorbotjes, hamer, aambeeld en stijgbeugel.. Alle andere tetrapoden hebben één middenoorbotje, overeenkomend met de stijgbeugel. Hamer en aambeeld van zoogdieren komen overeen botten bij de reptielen (etc): de hamer met het articulare van de onderkaak en het aambeeld met het quadratum in de schedel. Quadratum en articulare vormen bij reptielen het onder-bovenkaakgewricht. Het angulare, een ander onderkaakbot bij reptielen, vormt bij de zoogdieren de tympanische ring om het trommelvlies. Bij zoogdieren wordt het kaakgewricht gevormd door het dentale en het squamosum in de schedel.
Campbell & Reece, figuur 34.30
Embryologisch worden hamer en aambeeld gevormd overeenkomend met botten van de eerste kieuwboog - net als het kaakgewricht bij reptielen. Dit is sinds 1837 uit de studie van de embryonale vorming bekend. Het is anatomisch onderbouwd doordat de bij de eerste kieuwboog behorende spieren en zenuwen te maken hebben met het middenoor. Ook is het onderbouwd aan de hand van genexpressie, oa van Hox genen, in de 90-er jaren. In J&S wordt een obscure anatomische studie uit 1984 opgevoerd, die de consensus [3]  van eerdere en latere studies tegenspreekt.

Het is een sluitend bewijs voor de evolutie van de zoogdieren dat de overgang van kaakgewricht naar middenoorbeentjes zowel embryonaal als in de fossielen te volgen is. Uiteraard wordt ook de overgang in de fossielen ontkend - ook iets dat al bijna 100 jaar aanvaard wordt. J&S erkent wel dat pelycosauriers, therapsiden en vroege zoogdieren in de tijd een serie vormen die steeds zoogdier-achtiger wordt. J&S geeft ook toe dat het primaire kaakgewricht kleiner wordt en vervangen door een secundair kaakgewricht. Desondanks beweert J&S dat er geen fossiele bewijzen bestaan voor de omzettng van de oorspronkelijke botten van boven- en onderkaak in de botten van het middenoor. Het eigenlijke probleem is: wat zou voor creationisten ooit als bewijs gelden? Ook Yanoconodon en Maotherium [4]  niet?



Kaakbotjes bij vroege zoogdieren: Luo et al Nature 446 (2007) 288-293;  figure 3
a: onderkaak Morganonucodon (Trias);
b: onderkaak Yanoconocon (Krijt);
c: oorbotjes vogelbekdier (huidig);
d: onderkaak Repenomamus (Krijt );
e: Meckel's kraakbeen Repenomamus;
f: verbeend Meckel's kraakbeen Yanoconodon;
g: middenoor Yanoconodon;
h: middenoor vogelbekdier;
i: embryonaal middenoor + onderkaak vogelbekdier.



biogeografie

Er is een klein hoofdstuk over biogeografie. Daarbij noemt J&S wel platentektoniek en continentverschuiving, maar laat na te vertellen hoe die continenten dan bij elkaar zaten en hoe schoven. Pangaea, Gondwana en Laurasia worden niet genoemd. De voorbeelden blijven beperkt tot buideldieren en Madagascar. Omdat Pangaea en Gondwana niet genoemd worden, klinkt de oorsprong van de buideldieren in Noord-Amerika, verspreiding over een landverbinding via Antarctica naar Australie redelijk vreemd. Bovendien kan bij ontbreken van Gondwana verspreiding van tropische genera over twee of meer plantengeografische regio's tegen evolutie uitgespeeld worden.

Ach: een goede weergave van evolutiebiologie viel niet te verwachten. 




(deel 1 werd gisteren 14 december gepubliceerd)
 

Noten
  1. http://evolutiebiologie.blogspot.com/2010/10/het-raadsel-van-de-rode-panda.html   http://evolutiebiologie.blogspot.com/2009/12/noord-en-zuid-oost-en-west.html    http://evolutiebiologie.blogspot.com/2009/12/vleermuizen-en-walvissen.html
  2. F. Raible et al 2005 Vertebrate-type intron-rich genes in the marine annelid Platynereis dumerilii. Science 310: 1325-1326 
  3. Takechi M, Kuratani S, 2010. History of Studies on Mammalian Middle Ear Evolution: A Comparative Morphological and Developmental Biology Perspective. Journal of Experimental Zoology. par B. Molecular and Developmental Evolution 314B: 417-433 
  4. Z-X Luo P.Chen, G. Li & M. Chen, 2007. A new eutriconodont mammal and evolutionary development in early mammals. Nature 446: 288-293. Ji Q, Luo ZX, Zhang XL, et al, 2009. Evolutionary Development of the Middle Ear in Mesozoic Therian Mammals. Science 326: 278-281

14 December 2010

Der geist der stets verneint. Wacht u voor dit boek.

Junker & Scherer
gastbijdrage Gerdien de Jong
 
De Stichting 'De Oude Wereld'  heeft een boek uitgegeven, geheten "Evolutie - het nieuwe studieboek". Dit boek is een vertaling van "Evolution - ein kritisches Lehrbuch", 6de druk 2006, van Reinhard Junker en Siegfried Scherer (verder J&S). 'De Oude Wereld' prijst haar boek aan als 'het nieuwe studieboek, een internationaal standaardwerk over evolutiebiologie', dat een 'diepgaande analyse geeft van de laatste stand van de evolutiebiologie'.
Dit boek is geen studieboek en geen standaardwerk over evolutiebiologie, en heeft weinig overeenkomst met de laatste  stand van de evolutiebiologie. Het is een gedetailleerde bestrijding van evolutie door schrijvers die toegang tot de wetenschappelijke literatuur hebben en in een wetenschappelijke stijl schrijven.

J&S doet twee dingen. Enerzijds is er een poging het scheppingsmodel op filosofisch gelijke voet met evolutie te krijgen: gezien het beroep op openbaring ligt het scheppingsmodel buiten de natuurwetenschap. Anderzijds is er een poging te ontkennen dat een methodisch naturalistische verklaring van de wereld mogelijk is. Deze twee redeneringen vormen samen de standaardmanier waarop creationisten evolutie proberen opzij te schuiven als enige wetenschappelijke, en geslaagde wetenschappelijke, verklaring van het ontstaan van de levende wezens.

De moeilijkheden beginnen in het eerste hoofdstuk van Junker & Scherer, "Wetenschapstheoretische basis". Daar wordt niet scherp omgegaan met de begrippen 'methodisch naturalisme', 'methodisch atheisme' en 'filosofisch naturalisme'. Dit ligt deels aan de vertaling, maar vooral aan Junker en Scherer die veel te snel een wereldbeschouwing in plaats van een methode willen zien.
Met methodisch atheisme en methodisch naturalisme wordt hetzelfde bedoeld. Alle wetenschap gaat te werk volgens het methodisch naturalisme. Zoals J&S ook zegt, op blz 18 in een boxje:

Hier heb ik één bezwaar, en een groot bezwaar, namelijk dat filosofisch naturalisme niet scherp genoeg van methodisch naturalisme (= methodisch atheisme) wordt afgeperkt. Het filosofisch naturalism heeft namelijk niet het uitgangspunt dat er alleen natuurlijke krachten in de wereld werkzaam zijn/waren, maar dat er alleen natuurlijke krachten bestaan, dus werkzaam kunnen zijn. Het methodisch naturalisme (=methodisch atheisme ) heeft namelijk als werkhypothese dat in de wereld en haar geschiedenis alleen natuurlijke krachten werkzaam zijn/waren. Dat is de werkhypothese van alle empirische wetenschap, zowel experimentele wetenschap als wetenschap die met verleden en kosmos te maken heeft.

De bewering in J&S is dat er bij de reconstructie van de geschiedenis van het leven overgeschoven wordt naar filosofisch naturalisme.Voor deze loze bewering worden geen gronden aangevoerd. Dan zeggen J&S dat zowel evolutie als schepping buitenwetenschappelijke randvoorwaarden vereisen. Daarmee zijn we aangekomen bij een standaardbewering binnen het creationisme: schepping en evolutie zijn gelijksoortig als verklaringsmodel, want zij gaan uit van alternatieve vooronderstellingen. Geen evolutiebioloog die de door J&S veronderstelde evolutionaire vooronderstellingen - de vooronderstelling van filosofisch naturalisme of eenvoud aan het begin als vooronderstelling - als basis van evolutiebiologie aanvaardt, maar het is nutteloos dat aan creationisten te vertellen.

Vrij snel na 1859 werd door deskundigen ingezien dat op basis van natuurwetenschappelijke gegevens geen andere keus bestaat dan afstamming onder verandering. Volgens J&S is dit niet op grond van wetenschap gebeurd, maar op grond van levensbeschouwing.
Dit keer verdraait J&S de wetenschapsgeschiedenis. Deskundigen wisten ook in de tweede helft van de 19de eeuw dat er "op basis van natuurwetenschappelijke gegevens wel een (macro-) evolutiemodel geformuleerd móest worden".  Macro-evolutie is in dit boek het codewoord voor gemeenschappelijke afstamming. Gemeenschappelijke afstamming is snel na 1859 geaccepteerd door de gehele wetenschappelijke gemeenschap. Tegen 1900 was de evolutie van de vertebraten in grote lijnen bekend.


Basistypen

J&S beweren dat zinnige biologie bedreven kan worden op grond van 'basistypen'. Een basistype wordt gedefinieerd als alle biospecies die direct of indirect door hybridisatie met elkaar verbonden zijn. Vruchtbare nakomelingen uit soortskruisingen worden daarbij niet vereist. De definitie van basistype maakt dat het paard en de ezel tot hetzelfde basistype behoren. De familie Paarden, met zes soorten in één geslacht, bestaat dan ook uit nauw verwante soorten.
J&S Afb 3.18 blz 40

Er zijn bij gebruik van deze definitie omstreeks 20 basistypen bekend. Zo'n basistype is niet altijd zo goed gedefinieerd als bij de Paarden. Neem de familie Eendachtigen, de familie van de ganzen, zwanen, eenden en dergelijke vogels, ook opgevoerd als basistype (blz 36-37). Bij de Eendachtigen zijn er iets meer dan 400 kruisingen bekend. Er zijn 149 soorten eendachtigen, dus van de 148 x 149 = 22052 mogelijke soortskruisingen leveren 1,8% enig resultaat. Van de 149 soorten Eendachtigen zijn er 126 direct of indirect door kruisingen verbonden - indirect betekent dat soort A met soort B en met soort C kan kruisen, maar soort B niet met soort C. Dus ook met dat idee van indirecte verbinding door kruisingen kun je niet van elke soort Eendachtige naar elke andere soort Eendachtige komen. Dan valt J&S terug op de standaardbiologie, en verklaren de familie Eendachtigen tot het basistype eendachtigen.

Wat is er basaal aan het basistype? Niets. Het is een woord waar veel suggestie vanuit gaat, maar er staat in J&S geen enkele argumentatie dat een basistype iets als een basiseenheid in de biologie is. De suggestie is dat basistypen onafhankelijk van elkaar zijn. De suggestie is dat er geen gemeenschappelijke voorouder kan zijn omdat beesten van verschillend basistype niet met elkaar kunnen kruisen. Bij deze suggestie blijft het. Dat basistypen geen gemeenschappelijke voorouder hebben is cruciaal bij de beweringen in J&S: basistypenbiologie moet als wetenschappelijk pendant van evolutie optreden. Dan zou je verwachten dat J&S uitgebreid beargumenteert waarom de basistypen geen gemeenschappelijke voorouder kunnen hebben. Ik kan daar geen enkel woord over vinden. Er is geen enkele argumentatie in het hele boek dat basistypen geen gemeenschappelijke voorouder kunnen hebben. Junker en Scherer laten volledig na een wetenschappelijke basis aan hun basistypenbiologie te geven.
Op blz. 46 staat dan,  in een boxje met het label 'Grensoverschrijding' dat het mogelijk is de basistypen als geschapen eenheden te interpreteren. Dat is heel schijnheilig uitgedrukt, nadat op blz 19 vermeld is dat het hele idee basistype uit het creationisme komt:

"... de basistypenbiologie ( ), die in het kader van het bijbels ontstaansmodel gemotiveerd en uitgewerkt werd." [3]
 Basistype heet in andere creationistenboeken dan ook scheppingstype of baramin (van Hebreeuws bara = scheppen, en min = aard).

J&S figuur 1.6 blz 19 (hoenders, eenden, honden, katten. paarden)
A evolutie B basistypen
Eigenlijk is het probleem: moet gemeenschappelijke afstamming aangetoond worden, of moet een onderbreking in afstamming aangetoond worden? Evolutiebiologie gaat uit van de dagelijkse waarneming dat alle bekende individuen tenminste één ouder hebben. De daaruit volgende hypothese is: alle individuen hebben tenminste één ouder, ook individuen die in het verleden geleefd hebben. Volledig voor de hand liggend, maar met grote gevolgen, dat wel. Met andere woorden, het is aan de creationisten om een onderbreking in afstamming aan te tonen. Dit wordt niet eens geprobeerd.

De poging het scheppingsmodel op filosofisch gelijke voet met evolutie vereist verdraaiing van evolutiebiologie. De poging te ontkennen dat evolutie de verklaring vormt van wat we zien in de levende natuur begint met een verdraaiing van de biologie. Dat is het stramien.


(deel 2 volgt morgen)

Noten

  1. http://www.oude-wereld.nl/; doel: het bestuderen en uitdragen van de openbaring van God.
  2. Of met de stand van de evolutiebiologie in 2006.
  3. Dan kan er een paartje van elk basistype in de ark van Noach. Junker en Scherer zeggen dit niet, maar andere creationisten wel.

11 December 2010

Junker & Scherer

Binnenkort:

Bespreking van Junker & Scherer Evolutie - Het nieuwe studieboek

door Gerdien de Jong

verkorte versie in Bionieuws 11 dec 2010

09 December 2010

Geef een signaal aan Amazon

Ik heb mijn account bij Amazon laten verwijderen. Ik wil daarmee een signaal geven richting Amazon. Een signaal dat ik het niet eens ben met het stopzetten van de hosting van Wikileaks. Deze actie van Amazon zie ik als een daad tegen persvrijheid, transparantie, en een democratisch bestuur. Want daardoor wordt het werk van Wikileaks moeilijker gemaakt. Net als zovele andere acties van de Amerikaanse overheid die Wikileaks proberen uit te schakelen. Als eenling sta je machteloos. Maar als velen hun account bij Amazon opzeggen kan het een signaal van betekenis worden. Immers, amazon verkoopt dan minder spullen.
Ik was sinds 1998 klant bij amazon. Afgelopen dinsdag kwamen de laatste 2 boeken binnen. Maar er zijn andere manieren om aan boeken te komen. Er zijn ook mensen die via hun website een commericiele asscociate met amazon hebben. Ook door zoiets te stoppen, kun je een signaal geven. En er zijn nog meer mogelijkheden, zoals geen links maken naar boeken op de amazon website.
Ik moet zeggen dat het een heel goed gevoel geeft dat je teminste iets hebt kunnen doen voor de goede zaak. Hoe klein het ook is.

Hoe stop je je account?
Er is géén 1-click button op de amazon website om je account op te heffen. Een account openen en boeken bestellen gaat veel eenvoudiger! Je moet dit aanvragen bij Customer Service. Bij amazon uk wordt het hier uitgelegd: Closing Your Account en in Amerika hier. Je vraag het aan en je moet de aanvraag de volgende dag bevestigen. Als je het bevestigd hebt, krijg je nog de mogelijkheid feedback te geven. Kies het formulier dat je niet tevreden bent over de dienstverlening en vul dan je reden in het commentaarveld in.

Wordt het Wikileaks echt moeilijk gemaakt? Ga naar de officiele Wikileaks.org site (uit de lucht gehaald!). Alternatieven wikileaks.nl of deze.

06 December 2010

Waarom gebruikte Darwin 'the Creator'?

Naar aanleiding van een opmerking van Palmyre Oomen in Oomen en Smedes (2010) wil ik nagaan waarom Darwin 'the Creator' gebruikte in een wetenschappelijk werk als 'The origin of species'. Hij gebruikte het 6-7x. Waarom religieus taalgebruik in een wetenschappelijk werk? Werd het steeds op dezelfde manier gebruikt?
  1. "He who believes in separate and innumerable acts of creation will say, that in these cases it has pleased the Creator to cause a being of one type to take the place of one of another type; but this seems to me only restating the fact in dignified language." (1e druk, p.186)
  2. "Have we any right to assume that the Creator works by intellectual powers like those of man?" (188)
  3. "and may we not believe that a living optical instrument might thus be formed as superior to one of glass, as the works of the Creator are to those of man?" (189)
  4. But many naturalists think that something more is meant by the Natural System; they believe that it reveals the plan of the Creator; but unless it be specified whether order in time or space, or what else is meant by the plan of the Creator, it seems to me that nothing is thus added to our knowledge. (413)
  5. "On the ordinary view of the independent creation of each being, we can only say that so it is;—that it has so pleased the Creator to construct each animal and plant." (435)
  6. "To my mind it accords better with what we know of the laws impressed on matter by the Creator, that the production and extinction of the past and present inhabitants of the world should have been due to secondary causes" (488)
  7. "There is grandeur in this view of life, with its several powers, having been originally breathed by the Creator into a few forms or into one, " (6e druk, p. 429)
In de eerste 5 gevallen verwijst Darwin met 'Creator' naar de in die tijd gangbare verklaring van natuurverschijnselen. Die gangbare verklaring vindt hij wetenschappelijk zwak en nietszeggend. God vond het leuk om het zo te doen en niet anders. In citaat 1, 4 en 5 vindt hij zijn eigen verklaring (natural selection, theory of descent) beter dan de 'Creator'. Logisch dat hij in die gevallen naar de 'Creator' verwijst, want hij wil de 'Creator'-verklaring vervangen.

Het 6e en 7e citaat zijn fundamenteel anders. Daar accepteert hij de 'Creator' als verklaring voor natuurverschijnselen! In het 6e citaat gebruikt hij 'primaire en secundaire oorzaken', wat volgens Oomen (2010, p.166) een theologisch concept is. Daarmee bedoelde Darwin dat God de 'eerste oorzaak' is. God schiep de fysische natuurwetten en de rest volgde automatisch (secundaire oorzaken). Een soort deïsme dus.
In citaat 7, dat alleen in de 6e druk voorkomt, corrigeert of precisieert Darwin dat door te zeggen dat de eerste levensvormen door God geschapen werden. Kennelijk waren de fysiche natuurwetten niet voldoende om het leven spontaan te laten ontstaan. Voor de oorsprong van het leven was een ingreep nodig. Al weer een soort deïsme dus. Het blijft alleen vreemd waarom Darwin pas in de 2e druk (1860) de 'Creator' invoegde, terwijl hij in zijn manuscript Natural Selection (1856-1858) (zie Oomen, p.166 noot 14) er al zo over dacht en in alle drukken de Creator al ingeschakeld was in citaat 6. Vond hij het ontstaan van het leven -bij nader inzien- toch een onoverkomelijk probleem?  Of was hij gezwicht voor druk uit zijn omgeving? (zie: W. J. Dempster). In ieder geval was Darwin in The Origin géén atheïst. Ondanks het feit dat hij alle soorten (impliciet ook de mens) op natuurlijke wijze liet ontstaan.

Bronnen
Oomen en Smede (2010) Evolutie, Cultuur en Religie. (zie blog)
Mijn review van W. J. Dempster.

05 December 2010

Arsenicum bacterie: is het bewezen?

Felisa Wolfe-Simon bij het MonoLake (Labyrint)
Meeuw op MonoLake: ook aangepast aan arseen?

In de uitzending van het Nederlandse wetenschapsprogramma Labyrint van 23 november werd eigenlijk alles al gezegd. Tenminste, wat betreft de hypothese dat fosfor door arsenicum vervangen zou kunnen worden. Labyrint kijkers hoefden wat dat betreft niet te wachten op de NASA persconferentie. Maar, waar het in de wetenschap om gaat is: overtuigend bewijsmateriaal. Volgens verschillende critici heeft Felisa Wolfe-Simon nog geen overtuigend bewijs geleverd. Ten eerste: wat is eigenlijk het percentage fosfor dat door arseniucm vervangen is? Ten tweede: zit arseen in het DNA of in de cel? Ten derde: zijn de metingen gedaan direct na bemonstering of na vele generaties doorkweken en verhoging van de arsenicum concentratie, en verlaging van de fosfor concentratie?

Als er slechts 1 : 10.000 fosfor-atomen in het DNA vervangen is, dan zou het evengoed een meetfout kunnen zijn en als het correct is, is het niet indrukwekkend.

Felisa Wolfe-Simon (Labyrint)
Evolutie
De bacterie groeide bij 50x hogere concentraties dan die in het MonoLake. Maar, als de bacterie in opeenvolgende generaties in oplopende concentraties arsenicum is gekweekt, dan heeft dat niets meer te maken met het karakteriseren van de bacterie in het MonoLake, maar dan ben je met een klassiek selectie experiment (experimentele evolutie) bezig! Je test niet hoe hij is, maar zijn evolutionair aanpassingsvermogen. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar dat moet je wel even weten. Want als het experiment honderden of duizenden generaties omvat, dan hebben we het over micro-evolutie. Je hebt dan in eerste instantie geselecteerd op arseen-resistentie. Je hebt niet meer dezelfde bacteriestam als in het begin. Dit is zeker een interessant experiment, omdat waarschijnlijk niemand het ooit geprobeerd heeft. Felisa zou nog een paar duizend bacterie generaties moeten doorgaan om te kijken of het arseengehalte van DNA toeneemt. Je komt dan te weten of je een levend organism kunt 'dwingen' om compleet over te stappen op arseen. Dan heb je een bewijs dat een specifiek element niet noodzakelijk is voor het leven, maar vervangen kan worden door een ander element uit het Periodiek Systeem. Dan stelt Felisa Wolfe-Simon de belangrijke en originele vraag: kunnen we nog meer elementen uit het rijtje CNHOPS vervangen? Dan ben je heel praktisch bezig met de vraag hoe alien life er uit zou kunnen zien. Pas dan kan haar Nederlandse collega Inge Loes ten Kate er rekening meehouden wanneer haar robot op Mars naar alien life gaat zoeken.

Inge Loes ten Kate (Labyrint)
Bronnen
Sander Voormolen 'Gek op arseen', NRC 4 december 2010
Zie ook: mijn review van Michael Denton, Nature's Destiny hoofdstuk 7 'Is DNA uniquely fit for its task?' waarin ik alternatieve samenstellingen van DNA bespreek.

03 December 2010

Hoe alien is de Arsenicum bacterie?

Hoe alien is die Arsenicum bacterie die Felisa Wolfe-Simon ontdekt heeft? Is het echt een heel andere vorm van leven? Is het buitenaards leven?
  1. Allereerst: de bacterie heeft dezelfde genetische code als al het leven op aarde. De genetische code is de standaard manier waarop informatie in het DNA (de basen volgorde) vertaald wordt in eiwitten. Het komt er op neer hoe je een relatie legt tussen 4 verschillende bases en 20 aminozuren.
  2. Ten tweede is de 3D-structuur van DNA nog steeds de beroemde DNA dubbele helix in 1953 door Watson & Crick ontdekt. 
  3. Ten derde zijn de 4 bases in het DNA: Adenine, Guanine, Thymine, Cytosine ook nog steeds hetzelfde. Er komt geen fosfor (P) voor in de 4 bases A, G, T, C. De fosfor zit in de ladder, het is de verbinding tussen de bases. De bases vormen de treden van de ladder. Die fosfor is volgens Felisa Wolfe-Simon vervangen door Arsenicum. Ik verwacht dat er nog onderzoek gedaan zal worden of dat effect heeft op de precieze 3D-structuur van DNA. Onderzoekers hebben al opgemerkt dat Arsenicum zwakkere bindingen heeft en dat dit DNA dus instabieler is. Bij lagere temperaturen zou dit meevallen. Dit betekent: back to the basics. DNA moet opnieuw op de tekentafel. Wat is het effect van gedeeltelijke vervanging van P door As? Wordt het dan niet een rommeltje? Dit is nog best een spannend onderwerp.
  4. Ten vierde: heel fundamenteel: deze bacterie is nog steeds gebaseerd op koolstof (C), oftwel Carbon based life. Silicium zou een alternatief kunnen zijn. Maar heeft nadelen.
  5. Ten vijfde: Het oplosmiddel voor alle chemische verbindingen is nog steeds water. We hebben dus nog steeds op (vloeibaar) water gebaseerd leven. Uiteraard, want we zitten op Aarde.
  6. Ten slotte: deze bacterie past gewoon in de aardse Tree of Life. Hij stamt af van 'normale' soorten of heeft 'normale' soorten als nakomeling. Een echte alien is uiteraard niet in te passen.
De meest fundamentele eigenschappen van de Arsenicum bacterie zijn dus nog steeds heel aards. Gebaseerd op DNA, eiwitten, celmembraan. Het is dus nog maar de vraag of het zin heeft om detectiemethodes voor buitenaards leven aan te passen. Er is één verschil met vroeger: men hoeft zich geen zorgen te maken als men weinig fosfor en veel arsenicum aantreft.

zinkviooltje
Het zinkviooltje heeft zich ook aangepast aan een toxische stof: zink. En de bacterie Deinococcus radiodurans is bestand tegen hoge concentraties radioactiviteit. Maar de Arsenicum bacterie is méér dan alleen resistent tegen Arsenicum: het bouwt Arsenicum in zijn celbestanddelen in. Dat maakt de bacterie bijzonder.

genome
Waar ik zeer benieuwd naar ben is of nu snel de complete DNA volgorde (het genoom) van de nieuwe bacterie gepubliceerd gaat worden. Hoeveel genetische en biochemische aanpassingen heeft dit beestje aan Arsenicum? Is het lastig? Heb je een grondige revisie nodig van je hele metabolisme? Zijn er honderden of duizenden eiwitten en enzymen gewijzigd? Dit soort vragen blijven me nog bezig houden.

Astrobiologie:

Plaxco & Gross

Wat ik zelf een prettig en leesbaar boek vond is Plaxco & Gross (2006) Astrobiology. A brief Introduction. Het geeft goede achtergrond informatie over vragen als: welke elementen van het periodiek systeem zijn geschikt om leven van te maken? Alternatieven? Waar komen die voor in het heelal? Wat zijn de conditie's waaronder leven kan ontstaan? etc.
NB: Arsenicum komt niet voor in het boek, het wordt niet in overweging genomen als mogelijke bouwsteen van het leven! Er is dus toch wel enige moed voor nodig om dit wel te doen.

02 December 2010

Bacterie ontdekt die arsenicum in plaats van fosfor gebruikt

Astrobiologe Felisa Wolfe-Simon  heeft aangetoond dat een bacterie het essentiele element fosfor kan vervangen door arsenicum. De publicatie is vandaag in Science Express (1) verschenen en om 8 uur vanavond door de NASA in een directe uitzending bekend gemaakt.
 Zoals uit het Periodiek Systeem der Elementen blijkt, ligt Arsenicum As (33) direct onder fosfor P (15).  P en As delen dan ook vele chemische eigenschappen. Daarom is het niet ondenkbaar dat ze in organismen uitwisselbaar zouden kunnen zijn. In al het ons bekende leven speelt P een onmisbare rol. Het komt bijvoorbeeld voor in ATP en DNA. Astrobiologe Felisa Wolfe-Simon heeft in 2009 al aangetoond (2) dat onder bepaalde omstandigheden Arsenicum niet toxisch is voor micro-organismes en theoretisch zelfs P kan vervangen. Ze gaf in die publicatie een lijst van 15 biochemische reacties waarbij P is vervangen door As. Zij redeneerde dat in omgevingen waar er een gebrek is aan P en een overvloed aan As, er geen theoretische belemmeringen zouden moeten zijn voor Arsenicum om ingebouwd te worden in levende organismen. Afgelopen week was ze te zien in de Nederlandse wetenschapsprogramma Labyrint (4). Ze was monsters aan het verzamelen van bacterieën in het Mono Lake, Californië. In 1990 was al ontdekt dat er hoge concentraties arsenicum in het meer voorkomen. Bacterieën die daar leven moeten dus aan de hoge concentraties arsenicum zijn aangepast. Zij heeft nu kunnen bevestigen dat arsenicum ingebouwd is in het DNA door de bacterieën te kweken in een medium zonder fosfor en met arsenicum. Dit is voor het eerst dat er een alternatieve bouwsteen voor DNA in het laboratorium en in de natuur is aangetoond. De ontdekking kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar Wolfe-Simon heeft wel geluk gehad dat ze deze bacterie heeft gevonden.

Vele vragen
Er zijn nog vele vragen. Hoe kan deze bacterie leven met het gif Arsenicum? Is deze Arsenicum-bacterie een levend fossiel? Met andere woorden: staat het dicht bij de oorsprong van het leven? En heeft het leven zich later aangepast aan fosfor? Andere onderzoekers zijn kritischer en willen meer bewijs voordat ze accepteren dat arsenicum überhaupt in DNA wordt ingebouwd. Ze wijzen erop dat er ook fosfor in Mono Lake voorkomt. Wolfe-Simon erkent dat, maar wijst erop dat ze de bacterieën heeft gekweekt bij dermate lage concentraties fosfor waarbij normale bacterieën allang niet meer kunnen groeien. Volgens haar is de Arsenicum-bacterie van belang bij het zoeken naar leven op andere planeten, omdat we nu rekening moeten houden met 'Arsenicum-bacterieën'. En als dit mogelijk is op onze aarde, zo vraagt ze zich af, wat kunnen we dan wel niet verwachten op andere planeten?

Bronnen:
  1. Felisa Wolfe-Simon (2010) 'A Bacterium That Can Grow by Using Arsenic Instead of Phosphorus', Science, Published Online 2 December 2010
  2. Felisa Wolfe-Simon, Paul C. W. Davies, Ariel D. Anbar (2009) Did nature also choose arsenic? 
  3. Homepage van Felisa Wolfe-Simon
  4. Labyrint aflevering met Felisa Wolfe-Simon
  5. Toelichting op NASA  website (FW werkt bij de NASA).

01 December 2010

Oomen en Smedes: Een conflict over een conflict?

Oomen & Smedes
Het 186 pagina's tellende boekje Evolutie, cultuur en religie. Perspectieven vanuit biologie en theologie bevat de lezingen gehouden op een symposium dat in het Darwinjaar 2009 door de Radboud Universiteit Nijmegen werd georganiseerd. Het boekje bevat gewijzigde/aangevulde versie's van de 5 lezingen plus korte literatuur verwijzingen en een 14 pagina's tellende inleiding door de redacteuren Palmyre Oomen en Taede Smedes. Alle sprekers op het symposium zijn afkomstig van de Radboud Universiteit Nijmegen (tot 2004: Katholieke Universiteit Nijmegen). Het verhaal van Ellen van Wolde heeft de grootste uitbreiding ondergaan (tot 40 pagina's), de andere bijdrages zijn 30 pagina's. Het boekje is uitgegeven bij Uitgeverij Klement en kost 19.95 euro.

Géén conflict
De redacteuren Oomen en Smedes zijn van de 'Er is geen conflict tussen geloof en wetenschap'-school. Zij menen dat het conflict idee historisch onjuist is. Ze wijzen naar wetenschappers die het conflict idee verwerpen als behorend tot een achterhaald of zelfs foutief religieus idee. Dit komt op mij nogal paradoxaal over. Als sommigen vinden dat er een conflict is en anderen vinden dat er géén conflict is, dan heb je toch een conflict? Op zijn minst een verschil van mening! Hoe kunnen de redacteuren zo'n levensgroot feit over 't hoofd zien? Ik denk dat één oorzaak onbedoeld onthuld wordt in het volgende citaat: "Wie kijkt naar de discoursen van de academische theologie, filosofie, natuurwetenschap en science and religion, ontdekt dat de conflictthese achterhaald is en dat de strubbelingen over creationisme of Intelligent Design slechts achterhoedegevechten zijn' (p.17).  Inderdaad: als je kijkt naar bepaalde academische geschriften dan zie je misschien geen conflict. Maar als je kijkt naar de maatschappij dan is het één en al conflict. Tot mijn grote verbazing ontdekte ik in het Katholiek Nieuwsblad zo'n grote serie anti-Darwin en anti-evolutie artikelen dat je het blad zondermeer een katholiek anti-evolutie bolwerk kunt noemen (zie referenties hierbeneden). Ik kom daar zeker nog op terug in dit blog. Oomen zelf is realistisch genoeg om te weten dat er behalve in het verleden ook recentelijk in de academische wereld een conflict tussen Darwin en religie bestaat (Dawkins en Dennett) (p.159-160). Het beste bewijs dat er een conflict is, is dat theologen als Oomen zeer geavanceerde opvattingen van God construeren (zie haar hoofdstuk in het boek) die de klassieke bijbelse God verre achter zich laten. Kennelijk is de klassieke God strijdig met evolutie, anders zou er geen behoefte zijn aan een nieuwe God. Dus: geen conflict?

De auteurs zoeken de nuance op (flaptekst). Ze slagen er inderdaad in om te laten zien dat er 'niet één bijbels scheppingsverhaal is en niet slechts één mogelijke theologische reactie op evolutie is'. Maar het helpt niet om een visie die zij zelf verwerpen een achterhoedegevecht te noemen. Dat nodigt bepaald niet uit tot een dialoog. Immers het impliceert dat zij zelf de voorhoede zijn. Is het niet ironisch dat uitgerekend het Katholiek Nieuwsblad de conflictthese op pijnlijke wijze lijkt te bevestigen? De redacteuren moeten maar een paar recensie exemplaren van hun boek naar het KN sturen! En alsnog een dialoog aangaan. Wat mij betreft een voorhoedegevecht!

William Paley
"Als organismen ook machines waren, lag de conclusie voor de hand dat ook zij door iets of iemand gemaakt waren" (p.9). De standaard conclusie is -ook volgens Oomen- dat Paley daaruit concludeerde dat er een designer-God moest zijn. Iedereen ziet kennelijk de alternatieve conclusie over het hoofd dat als organismen machines zijn, ze autonoom functioneren. Zonder hulp van buitenaf. Bijna niemand leest de beroemde horloge passage van Paley in zijn geheel. Daar opperde hij het idee dat organismen ook wel eens zelf-reproducerende machines zouden kunnen zijn (dit schreef ik in mijn Denton review). Welnu, dat betekent dat je een in principe onbeperkt aantal generaties van zich autonoom voortplantende organismen zou kunnen hebben. Daar zijn geen goddelijke ingrepen voor nodig. Voortplanting zit sowieso in het ontwerp van organismen ingebakken. Voeg je daar copieerfouten (mutaties) aan toe (dat deed Paley niet) dan heb je evolutie in gang gezet door een éénmalig ontwerp in het verre verleden. Uit de vondst van een horloge zou je dan moeten concluderen dat voorouders van dit horloge ooit eens ontworpen geweest moeten zijn. Maar niet dit exemplaar. En dat is wel even iets anders. Darwin en Paley zaten dus dichter bij elkaar dan altijd wordt gesuggereerd door het beroemde horloge verhaal.

Darwin en 'The Creator'
Precies dat deed Darwin: "To my mind it accords better with what we know of the laws impressed  on matter by the Creator, that the production and extinction of the past and present inhabitants of the world should have been due to secondary causes" (p.167). Een leuk citaat van Oomen. Ik herinnerde mij maar één passage met 'the Creator' in de Origin, maar ik heb het nog even gecontroleerd in The Complete Works of Charles Darwin en het blijken er 6 te zijn. Dit is interessant genoeg om aan een nader onderzoek te onderwerpen in een volgend blog. Was Darwin een deïst?

Bijbelkritiek
Een interessante gedachte nl. dat de Bijbel geen wetenschappelijk verslag geeft van de schepping wordt al in de vijfde eeuw gevonden bij Augustinus (p.161). Dit is misschien op te vatten als vroege bijbelkritiek, het onderwerp van de laatste aflevering van de documentaire A History of Christianity van Diarmaid MacCulloch en waaover ik blogde: Darwin was niet de eerste die de letterlijke waarheid van de Bijbel ondermijnde. Voor mij was het nuttig te ontdekken dat er al bijbelkritiek was vóór Darwin.


Bronnen

Enkele recente anti-evolutie artikelen in het Katholiek Nieuwsblad:
Evolutie-industrie Henk Rijkers 25-2-2010
Exit evolutietheorie Henk Rijkers  11-5-2010
Vooraanstaande Darwintwijfelaar Skell overleden KN/evolutionnews 29-11-2010
Darwin kwam later en had ongelijk KN  12-11-2010
Evolutie & de kennisfaçade Henk Rijkers 16-6-2010
Katholieken, word eens kritisch op Darwin KN 19-10-2010
Het enige pro-evolutie artikel tot nu toe:
Evolutie is meer dan natuurlijke selectie Vincent Kemme 28-1-2010

24 November 2010

Atheïst Bart Klink maakt nieuwe vertaling van Genesis

Bart Klink, eigenaar van de website De Atheïst, heeft een nieuwe vertaling van Genesis gemaakt, die dichter bij de oorspronkelijke bron ligt, maar tegelijkertijd in begrijpelijk Nederlands gesteld is. Met deze vertaling wil hij de literaire waarde van het Genesis scheppingsverhaal in de schijnwerpers zetten. Bart Klink is waarschijnlijk de eerste atheiïst ter wereld die een eigen vertaling van Genesis gemaakt heeft. De vertaling met zijn eigen toelichting is als pdf op zijn website te downloaden.

24 November 1859
 
Vandaag is het 151 jaar geleden dat The Origin of Species verscheen. Dat boek maakte een definitief einde aan de letterlijke waarheid van het scheppingsverhaal in Genesis. Het Genesis scheppingsverhaal is en blijft één van de vroegste scheppingsverhalen van de Westerse beschaving. Het is een 'voorloper' van wetenschappelijke evolutietheorieën te noemen. De evolutietheorie van Charles Darwin heeft zelf ook wetenschappelijke voorlopers gehad: o.a. die van Lamarck. Het belang van het scheppingsverhaal is dat ongerijmdheden in het verhaal zelf, en strijdigheden met waarnemingen van de natuur naar voren kwamen en zo de basis heeft gelegd voor wetenschappelijke verklaringen. Maar er is meer...

Het belangrijkste eerst

"Genesis 1 plaatst de mens in het centrum van de wereld" schrijft Klink. Inderdaad: antropocentrisme is onder christenen de meest gangbare interpretatie van Genesis. Maar is dat de enige interpretatie en is die wel juist? Een gedachtenexperiment. Stel U eens voor dat God op de eerste dag de eerste twee mensen had geschapen: man en vrouw. Op de volgende dagen: zon, aarde, maan, sterren, planten, vissen, vogels, en landdieren. Zou de interpretatie dan ook niet geweest zijn dat de mens het belangrijkste was? Volgens het principe het belangrijkste eerst? Maar je kunt niet eerst mensen scheppen vóórdat er een aarde is. Zó dom waren ze toen ook weer niet! Dat is precies de bedoeling van mijn gedachtenexperiment.
Ik kom zodoende weer terug bij het belang van de oorspronkelijk volgorde van Genesis: éérst de aarde, dan de planten en dieren, dan de mens. Niet omdat dat overeenkomt met de volgorde van de moderne natuurwetenschap, maar omdat het illustreert wat het eerst komt is het belangrijkste. De mens kan niet leven zonder zon (ultieme energiebron voor al het leven op aarde), aarde (verschaft grondstoffen, landbouwgrond, atmosfeer, water), planten en dieren (voedsel). Dát is de les die de moderne homo economicus kan leren uit het Genesis scheppingsverhaal.

7, 8, 9

Op de zevende dag schiep de Mens het Geld. Dat was God vergeten. Dat was een beetje dom van God, want zonder geld kan de mens niet leven. Je hebt geld nodig om eten te kopen.
Op de achtste dag schiep de Mens het Vrije Markt principe, de Economische Groei, en het Bruto Nationaal Product. En de Mens zag dat het zéér goed was.
Op de negende dag schiep de Mens de Economische Crisis en Miljarden-Bezuinigingen. En God zag dat het niet goed was. Achteraf gezien, was het dus zeer wijs dat God geen geld had geschapen.

(donderdag kleine update naar aanleiding van de 151e geboortedag van de Origin!)

19 November 2010

De Anatomische Les 2010 door Rino Rappuoli

De Anatomische les van Rembrandt
De 17e Anatomische Les werd gisteren (18 november) gehouden door de Italiaanse vaccin-onderzoeker Rino Rappuoli in het Concertgebouw te Amsterdam. De Anatomische Lessen gaan steeds over medische onderwerpen. Zo was er vorig jaar de beroemde genoom onderzoeker Svante Pääbo. De lezingen en de koffie zijn gratis (net als de Tinbergenlezingen) en de bezoeker kreeg na afloop het waardevolle en leesbare boekje Rino Rappuoli. Vaccins als levenswerk  (ISBN 9789461060471) met achtergrondinfo van de Volkskrant mee naar huis.  De AL trekken altijd een volle zalen. Ook worden er altijd schol(ier)en uitgenodigd. De AL worden altijd ingebed in een complete culturele middag met muziek, literatuur en kunst. (Let op: de trams in Amsterdam zijn alleen toegankelijk met OV-chip! Gelukkig is er ook een 1-uurs-wegwerpchipkaart). Niemand kan zeggen dat er in Nederland niets aan gratis wetenschapsvoorlichting gedaan word! Dat geeft de burger nog een beetje vreugde en hoop in donkere rechtse tijden.

Rino Rappuoli
De hoofdspreker Rappuoli heeft een aantal succesvolle vaccins op zijn naam staan, maar is vooral bekend geworden door het gebruik van genomics (de complete DNA volgorde) van pathogenen voor het ontwikkelen van nieuwe vaccins. Dit heeft de mogelijkheden voor het ontwerpen van vaccins met sprongen vooruit geholpen. Men kan op basis van het genoom van een pathogeen voorspellen welke eitwitten op de celmembraam gedisplayed worden en op basis daarvan een vaccin ontwikkelen.

Ik stip in het kort nog een paar thema's aan: de opkomende angst en weerstand tegen vaccins (vergelijk het ongeloof en weerstand tegen global warming); succesverhalen van vaccinatieprogramma's (sommige besmettelijke ziektes zijn uitgeroeid) en mislukkingen (voor sommige pathogene bacterieën zijn bijzonder lastig vaccins te ontwikkelen), de Westerse pharmaceutische industrie verwaarloosd ziektes van arme landen (Rappuoli heeft veel het voor elkaar gekregen vaccins voor arme landen te ontwikkelen: Vaccines Institute for Global Health, VIGH), de vicieuze cirkel van besmettelijke ziektes en armoede (in Arika zijn zieke kinderen en volwassenen een zware economische last, het gaat daardoor ook niet goed met de economie, waardoor er weer meer armoede ontstaat en er geen geld is voor vaccinatie). Het meest bewonderenswaardige is dat Rappuoli er in geslaagd is een instituut op te richten (VIGH) dat vaccins voor armen produceert en dat dus nooit grote winsten kan maken. En dat is heel bijzonder in een economisch klimaat waarin bedrijven per definitie winst moeten maken.

Niet behandeld zijn in zijn lezing de evolutionaire aspecten: in feite doen alle vaccin niets anders dan gebruikmaken van het menselijk immuunsysteem, dat a.h.w. een handje geholpen wordt. Het immuunsysteem is een adaptatie aan pathogene bacteriën en virussen. In het verleden hebben besmettelijke ziektes enorm huisgehouden onder menselijke populatie's (= natuurlijke selectie). Met vaccins proberen we natuurlijke selectie te slim af te zijn (we willen liefst geen doden). (zie verder: Medicine & Evolution op mijn website).

Hier is een gratis toegankelijk Profile van Rappuoli  in PNAS. 
Het genoemde Volkskrant boekje is zeer informatief, maar ik zie het nog niet bij bol.com en zelfs (nog) niet bij de webwinkel van de Volkskrant...

16 November 2010

Plantenvlees en dierenvlees. Een interview met Jeroen Willemsen


"Je hebt plantenvlees en dierenvlees, en vandaag eten we plantenvlees". Zo vertelde Jeroen Willemsen het aan zijn kinderen. Ik neem aan dat hij er aan toegevoegd heeft dat hijzelf het plantenvlees geproduceerd heeft. Ondertussen zullen zijn kinderen plantenvlees doodnormaal vinden. Willemsen is mededirecteur van het bedrijf Ojah dat 'plantaardig vlees' uitgevonden heeft en gaat produceren. Ik blogde er al op 25 oktober over naar aanleiding van mijn bezoek aan de Vegetarische Slager in Den Haag. Ik was benieuwd naar de motieven van het drietal dat hun baan aan de Wageningse universiteit opgaf om een eigen bedrijf te beginnen. Want dat lijkt mij nogal riskant. Idealisme? Vegetariërs? Anti-bioindustrie? Dierenwelzijn? Klimaat? [1] Milieu? Eigenlijk niets van dit alles. De persoonlijke motieven van alledrie directeuren waren vooral gezondheid. Advies van de huisarts: minder vlees eten. En aangezien je toch iets moet eten, betekende dat méér plantaardige kost.

The China Study
Voor Jeroen Willemsen was tevens het boek The China Study van Colin Campbell (2005) een eye-opener. Het is een grootschalige en langdurige epidemologische studie naar het verband tussen het eten van vlees en allerlei ziektes zoals diabetes, zwaarlijvigheid, hartziektes en kanker. Ik kende het boek niet en heb het gegoogeld. Ik vond ook kritiek op de studie, dus ik moet mijn oordeel nog opschorten. Maar ik kan mij heel goed voorstellen dat dit boek een sterke motivatie oplevert om minder vlees te eten en dat je overstapt van 7 dagen naar 3 dagen vlees per week. En, ik moet zeggen, hij ziet er zéér gezond uit. Eigenlijk zijn ze bij Ojah niet tegen vlees. Maar het bedrijf zal toch indirect de vleesconsumptie (in Nederland) verminderen omdat iedere dag dat je 'plantenvlees' eet, je geen dierenvlees eet. Én geen traditionele vleesvervangers. Dat ook.

Knutselen met eiwitten
Toevallig is Willemsen voedingstechnoloog en was hij een paar jaar geleden aan het 'knutselen met eiwitten'. Hij was bezig met een proces dat diervoederfabrikanten gebruiken om eitwitbrokjes te maken. Door allerlei details van het productieproces te varieren kwam er -tot zijn grote verrassing- een vezelachtig product uit tevoorschijn [2]. Het had veel weg van de structuur van vlees. Hij besefte onmiddellijk dat het een doorbraak was, want geen enkele fabrikant ter wereld was dat ooit gelukt. De huidige vegetarische vleesvervangers lijken helemaal niet op vlees. En misschien is dát wel het grote struikelblok voor mensen die wel minder vlees willen eten, maar die kauwsensatie missen die nu eenmaal bij vlees hoort. Tel één en ander bij elkaar op, en het idee was geboren om vegetarisch vlees zelf te gaan produceren en een eigen bedrijf op te richten.

Duurzaamheid
Op de website staat 'Duurzaam in Nederland geproduceerd', maar dat slaat vooral op het productieproces. Het zou nog beeter uitgelegd moeten worden dat hoewel soja wordt gebruikt, waar ernstige milieuproblemen aan vast kleven [3], het bedrijf zijn best doet duurzame soja te kiezen. Een voorbeeld van alternatieve eiwitten is het project Innovatieve en nieuwe eiwitten op het menu (SBIR). Het bedrijf Ojah heeft een opdracht van Min. v. LNV gekregen om naar alternatieve eiwitbronnen te zoeken. De webpagina Small Business Innovation Research Programma (SBIR) geeft verbazingwekkende innovatieve projecten. Bijvoorbeeld: eiwitten extraheren uit niet gebruikte delen van suikerbieten: "Eiwitten van plantaardige oorsprong leggen minder beslag op onze natuurlijke hulpbronnen dan dierlijke eiwitten. En bij het gebruik van suikerbieten en suikerbietenloof als eiwitbron wordt geen extra beslag op landbouwgrond gelegd." Dat is slim en efficient. Dát is nog eens 'vlees' eten met een goed geweten. Of: "Eiwitten uit algen bieden mogelijk een duurzaam alternatief voor dierlijke eiwitten", enz. enz.

Fabriek
Wat ik nog niet wist is dat dat er op dit moment geen productie plaats vindt, omdat de nieuwe fabriek nog niet klaar is. Wat er nu geleverd wordt aan de Vegetarische Slager is een voorraad uit een éénmalige productie in een gehuurde fabriek. Daarom kunnen supermarkten, bedrijfskantines of (biologische) restaurants nog niet bevoorraad worden. "We moeten zuinig zijn met onze voorraad", vertelde Willemsen. Ja, maar zou het niet slim zijn om een tweede productie te gaan draaien om de tijd te overbruggen voordat de definitieve fabriek gaat draaien? en voordat de belangstelling wegzakt?

Noten
  1. Elke dag vlees eten gedurende 1 jaar door een gemiddeld huishouden veroorzaakt  1,4 ton CO2 uitstoot. Dat is méér dan het elektriciteitsgebruik (0,9t) en minder dan verwarming (2,2t). Een Nederlander stoot gemiddeld 9 ton CO2 per jaar uit. Zie: Hoeveel CO2 stoot jij uit?
  2. Correctie JW: de uitvinding was door Frank Giezen (directeur Ojah) gedaan.
  3. Correctie JW: "Dat er aan soja ernstige milieuproblemen kleven is wat kort door de bocht. Zeker wanneer je het vergelijkt met vlees verdient soja een dikke plus. Ook zijn er gelukkig sojaleveranciers die een zeer strikt milieubeleid hebben (bv garantie dat er geen bossen voor worden gekapt). En daar doen wij natuurlijk zaken mee".

14 November 2010

Kleine watersalamander op drempel


Vanochtend bij het openen van de keukendeur een kleine watersalamander aangetroffen! Bijna er bovenop getrapt. Precies tussen de zeer nauwe opening van de drempel en de deur. Nooit geweten dat er salamanders bij ons in de tuin zitten. We hebben geen vijver, en onze tuin grenst zeker niet aan een beekje. Er is wel een bos dat twee tuinen verder ligt. Hoe dan ook, het verschijnen van een salamander op onze deurdrempel is een hoopvol teken! De rechtse regering Rutte heeft de kleine watersalamander nog niet kunnen uitroeien! Maar omdat het toch wat lastig is op de drempel, heb ik hem in een oud nestkastje op de grond in de hoek van de tuin gestopt. Hij lijkt er tevreden mee. Het lijkt me een veiliger overwinteringsplek dan de drempel van de keukendeur.

13 November 2010

Tinbergenlezing 2010 door Sarah Hrdy

Sarah Blaffer Hrdy
 Gisteravond, vrijdag 12 november, hield de evolutiebiologe, diergedragonderzoekster en antropologe Sarah Blaffer Hrdy de Tinbergenlezing 2010 in het Gorlaeus laboratorium van de Leidse Universiteit. Zij is vooral bekend van haar boeken Mother Nature (welke op mij een grote indruk heeft gemaakt) en haar recente Mothers and Others (welke ik gisteravond ter plekke heb gekocht).
Een ingekorte versie van de Tinbergenlezing staat in het wetenschapskatern van de nrc (2 pagina's). (de lezingen worden i.s.m. de nrc georganiseerd).
De video opname van de lezing zal verschijnen op de website van de Leidse Universiteit. De Tinbergenlezingen zijn gratis en trekken altijd grote aantallen bezoekers (gisteren: plm 600 aanwezigen). Helaas kreeg het publiek na afloop van de lezing geen gelegenheid tot het stellen van vragen, wat Sarah zelf kennelijk ook jammer vond. De bezoeker wordt verwend met gratis afhalen van het station met een pendelbusje, gratis koffie met iets erbij, zijn er boekentafels, na afloop nog een gratis borrel. Alles is dus goed verzorgd, alleen is het tijdstip wat merkwaardig: koffie vanaf 18:00 en zaal open om 18:45.

Alloparents
Het begrip alloparents speelt een belangrijke rol: iedereen die naast de ouders ook voor het kind zorgt. Omdat vaderschap vaak niet met zekerheid is vast te stellen, schrijft Hrdy, gebruikt ze liever het begrip allomother. Het komische gevolg van dit begrip is dat de vader ook een allomother kan zijn! Uit lezing van het eerste hoofdstuk van Mothers and Others lijkt het dat Hrdy's centrale stelling is dat het kind de aandacht moet weten te trekken van een aantal verschillende verzorgers en dat het daarvoor empathie en mindreading nodig heeft. Dit moet o.a. verklaren waarom de menselijke soort over een unieke empathie beschikt (The evolutionary origins of mutual understanding is de ondertitel van het boek). Toevallig is empathie ook hét onderwerp van Frans de Waal. Hij wordt -verwarrend genoeg- onder de D (De Waal) in de index en literatuurlijst vermeld. Het meest recente werk van Frans de Waal The Age of Empathy is van 2009, en verscheen dus in hetzelfde jaar als Hrdy's boek Mothers and Others, waardoor ze dat boek niet kon vermelden. (dit gedeelte wordt mogelijk nog aangevuld)

Boeken:

Mother Nature 1999 (vertaling: 'Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis'.) Dit is eigenlijk een correctie op het toenmalige neo-Darwinistische paradigma dat vooral het aantal copulaties een goede maatstaf is voor voortplantingssucces. Wat telt volgens Hrdy is het aantal nakomelingen dat de geslachtsrijpe leeftijd bereikt. En daarvoor zijn grote investeringen nodig in de kinderen door moeders, grootmoeders (misschien toch ook vaders?).

Mothers and Others. The evolutionary origins of mutual understanding, hardback 2009 (vertaling: 'Een kind heeft vele moeders': leuke vertaling!). Het boek heeft 294 pagina's tekst (valt mee) en maar liefst 123 pagina's noten + literatuurlijst + index, en een aantal goed gekozen zwart-wit foto's. Marc Hauser (!) komt in het dankwoord voor! In de literatuurlijst komt hij verschillende malen voor, maar -gelukkig- niet de publicatie die hij heeft moeten terugtrekken ('retraction').

Vorige Tinbergenlezingen: 

2009: Tinbergen lezing 2009: Marc Hauser (zie mijn blog van 22 sept 2010 Bioloog Marc Hauser heeft gefraudeeerd) en Tinbergenlezing 2009 20 sept 2009). Toen Marc Hauser zijn lezing hield, liep er een onderzoek naar wetenschappelijke fraude tegen hem. Hij had daar niets over gezegd.

2008: Tinbergenlezing 2008 door Neil Shubin


02 November 2010

God, Hitler and the Free Will Defense

This post will not be updated. For an updated version see my website: here.
 
Summary
In this post I show that it is pointless to claim that Darwinism undermines the traditional Christian morality and the value of human life, because modern theodicees do precisely that. The sanctity of human life is not threatened from outside religion, but from the inside. Even if it were true that Darwinism undermines the value of human life, and even if Darwinism alone could be blamed for the Holocaust, the question remains why God allows such violations of the sanctity of human life. It is difficult to see how Christians could oppose violations of the sanctity of human life, while at the same time claiming that God has his reasons for allowing precisely those violations. 

Introduction
In his 'From Darwin to Hitler' Richard Weikart makes the link between Darwin and Hitler. Weikart contrasts the 'Judeo-Christian conception of the sanctity of human life' with Darwinism: "Darwinism undermined traditional morality and the value of human life" (p.3 'From Darwin to Hitler', or: FDTH). Weikart is not merely describing Darwinist conceptions in a neutral way. He uses emotional and moral words: "brutalizing tendencies of Darwinism" (p.2 FDTH) and "This alone is a shocking demonstration of the devaluing of human life by naturalistic Darwinists" (p. 181 FDTH).

Two Gods
But there are two Gods. The God of the Sanctity of Human Life and the God of the Free Will Defense. They disagree strongly. The God of the Sanctity of Human Life is against abortion and euthanasia, and also against the atrocities of Hitler. The other God, The God of the Free Will Defense, allows the atrocities of Hitler. The first God features in Richard Weikart's From Darwin to Hitler (FDTH). The second God features in books of John Hick and Richard Swinburne.
Now let’s see what philosopher of religion John Hick writes about Hitler:
"It seems to me that once you ask God to intervene to prevent some specific evil you are in principle asking him, or her, to rescind our human freedom and responsibility. Was God supposed to change Hitler's nature, or to have engineered his sudden death, at a certain point in history? But the forces leading to the Holocaust ramify out far beyond that one man. God would have had to override the freedom not only of Hitler and the Nazis, but all participants in the widespread secular anti-Semitism of nineteenth- and twentieth-century Europe, which itself was rooted in nearly two thousand years of Christian anti-Semitism. Further, having prevented this particular evil, God would be equally obliged to prevent all other very great human evils... Where should a miraculously intervening God have stopped? Only, it would seem, when human freedom will had been abolished" ([1], p.107) (my emphasis)
Richard Weikart complains about Darwinism and the devaluing of human life, but now we understand from John Hick that God cannot override Hitler’s freedom. So, Hitler’s atrocities are allowed by God. Maybe Richard Weikart is too squeamish?
Let’s have a look at what Intelligent Design Theorist Michael Behe wrote:
"Malaria was intentionally designed. The molecular machinery with which the parasite invades red blood cells is an exquisitely purposeful arrangement of parts. (...) What sort of designer is that? What sort of "fine-tuning" leads to untold human misery? To countless mothers mourning countless children? Did a hateful, malign being make intelligent life in order to torture it? One who relishes cries of pain? Maybe. Maybe not.".  (The Edge of Evolution, or: EE, p.237) [2]
Behe does not know whether that Designer is malicious. The only things he does know is that malaria was intentionally designed, and that the Designer exists:
"Of the many possible opinions, only one is really indefensible, the one held by Darwin. In a letter to Asa Gray, he wrote: "I cannot persuade myself that a beneficent and omnipotent God would have designedly created the Ichneumonidae with the express intention of their feeding within the living body of caterpillars." (EE, p. 238)
"So did Darwin conclude that the designer was not beneficent? Maybe not omnipotent? No. He decided -based on squeamishness [3]- that no designer existed. Because it is horrific, it was not designed - a better example of the fallacy of non sequitur would be hard to find. Revulsion is not a scientific argument." (EE, p. 239) (Note 3 added)
At the time I read The Edge of Evolution I failed to understand why Behe would openly  promote a Designer who was responsible for malaria. Isn't it immoral to create malaria? Isn’t it true that we have the moral obligation to eliminate malaria? According to Behe, a cruel designer is no argument against the existence of a designer. Now, after I discovered that many respected theologians and philosophers such as Richard Swinburn and John Hick believe that the most horrific cruelties (Holocaust, Hiroshima) are allowed by God,  I begin to see why Behe was not worried by a cruel designer at all. According to Swinburne [7] most theists need an explanation of why God allows evil (a theodicy), and without a theodicy, evil counts against the existence of God. Behe is a Christian, so he must have known those theodicees and that those modern theodicees are regarded as the best solution of the problem of evil.

However, a theodicy is not without consequences. A theodicy has a profound brutalizing effect on thinking about pain and suffering of humans.  Michael Behe ridiculed Darwin by calling him squeamish [2]. Behe was not courageous enough to say that Darwin rejected a cruel God for moral reasons. Behe's use of the word squeamishness obscures the fact that we are talking here about morality [6].
We see the same hardening and dehumanising effect of a theodicy on thinking by Richard Swinburne:
"Swinburne tells us that 'a creator who gave them only coughs and colds, and not cancer and cholera would be a creator who treated men as children instead of giving them real encouragement to subdue the world'." [4]
Just as Behe ascribes malaria to God, Swinburne does not hesitate to ascribe cancer and cholera to God. Apparently, the Creator is not squeamish. Indeed, how can one be sensitive to human suffering if God allows it?

Is it squeamish to be horrified by the Holocaust?
According to D. Z. Phillips "Swinburne actually tried to justify God's allowing the Holocaust to occur partly in terms of the bad decisions that led to it."  ([1], p.75). But Phillips rejects this kind of theodicy: "It corrupts central moral and religious concepts, and vulgarizes human relationships."  ([1], p.76). This a very important remark. And I agree. This is what Swinburne himself writes: 
"But the more freedom and responsibility we have, of logical necessity the more and more significant are the bad consequences which will result (unprevented by God) from our bad choices" ([5], p.159). 
It is quite shocking to hear that God has his reasons for not preventing the Holocaust. The most shocking is that people are prepared to continue to believe in the moral goodness of such a God. At the same time I want to emphasis that my argument does not depend on my personal squeamishness nor that of D. Z. Phillips. The contradiction is completely within religion. We see that a Christian thinker like Richard Weikart is shocked by the devaluing effect of human life by naturalistic Darwinists. Is Richard Weikart squeamish? No. What Hitler did is morally bad. Weikart is right about that.

Conclusion
Richard Weikart made the link between Darwin and Hitler. This short essay made the link between God and Hitler. Weikart is a Christian and is seriously worried about the dehumanising effect of Darwinism and atrocities committed by Hitler. However, Weikart did not realize that what he thinks is shocking, is unhesitantly, and maybe even enthusiastically, ascribed to God by modern philosophers of religion such as John Hick and Richard Swinburne. This is called a theodicy. Weikart did not realize that God has his reasons for allowing all the violations of the sanctity of human life. According to the Free Will Defense the reasons are the unrestricted freedom of humans to do the greatest evil. God allowed Hitler to do the greatest evil. Whatever the detailed reasons of God, it is a fact that atrocities did occur and God did not prevent them. As a consequence, the 'Judeo-Christian conception of the sanctity of human life' is annihilated. Furthermore, I demonstrated the brutalizing effect of believing in a malaria-designer (Michael Behe). Designing malaria is a way of saying that human life is not sacred. This is the brutalizing effect Weikart is afraid of. The conclusions of these observations are (1) that belief in God causes insensitivity for human pain and suffering and further; (2) if God allows violations of the sanctity of human life, those violations can’t be immoral (otherwise, God would be immoral), (3) therefore it is pointless to fight against those violations or blame Darwinism.

Acknowledgements
I wish to thank Taede Smedes for recommending the book of D. Z. Philips and Harry Pinxteren for reviewing the drafts.

Notes
  1. D. Z. Phillips (2005) The Problem of Evil and The Problem of God.
  2. Michael Behe (2007) The Edge of Evolution, Free Press.
  3. ‘squeamish’: easily shocked, nauseated, upset or easily made to feel sick by unpleasant sights, weak-hearted. Dutch: sentimenteel, overgevoelig, teerhartig. See my review.
  4. Quoted by D.Z. Phillips, 2005, p. 59.
  5. Richard Swinburne (1998) Providence and the problem of evil, OUP (Accessible at http://books.google.com).
  6. As I see it, Darwin had the emotional basis for empathy, sympathy and rejecting cruelty. Sensitivity for pain and suffering of others is the basis of morality (Frans de Waal). Darwin has a non-contradictory foundation for morality. Behe himself and Behe's God apparently misses empathy and sympathy.
  7. Swinburne: Providence and the problem of evil, page x.
Postscript:
This post will not be updated. For an updated version see my website: here.

01 November 2010

Darwin, Hitler, God

In de Studium Generale colleges in 2008 behandelde professor Herman Philipse ook het boek From Darwin To Hitler van Richard Weikart. Hij vond het boek een historisch betrouwbare werk, hoewel vanuit een christelijk perspectief geschreven. Ik heb daar over geblogd op 17 maart 2008 (Herman Philipse over Richard Weikart) en 25 maart 2008 (Een aanbeveling met stevige kritiek. Philipse over Weikart (2)). Ik had het boek van Weikart toen niet gelezen (alleen internet bronnen). En dat werd mij verweten. Na aanbeveling van Philipse zelf, en ook van de vaste blogbezoeker Martin, heb ik het boek toch maar gelezen. Daar heb ik over geblogd op 25 juni 2010 (Weikart’s misbruik van de term ‘evolutionaire ethiek’). In 2006 had ik al geblogd over Het demoniseren van Darwin waar Weikart ook in voorkomt.

Van de zomer heb ik het boek The Problem of Evil & The Problem of God van de filosoof/theoloog D. Z. Phillips gelezen. Ik had het gekocht op aanraden van Taede Smedes, maar had het na enige pogingen om het te lezen weer in mijn boekenkast teruggezet. Na het lezen van Weikart, vroeg ik mij af of er iets over de Holocaust gezegd werd. Het boek ging tenslotte over het theodicee probleem. Toen ik tot mijn verrassing de woorden 'Hitler' en 'Holocaust' in de index vond, ben ik het boek gaan lezen. Toen zag ik plotseling de relevantie voor het boek van Weikart dat immers Hitler als thema had. Ik ben toen aan een klad versie begonnen van een post over het verband tussen Weikart en theodicee. Ik zal dat binnenkort op dit blog in het Engels publiceren, omdat de Amerikaanse Intelligent Design beweging en de anti-ID beweging (met als thuisbasis Panda's Thumb) er dan ook kennis van kunnen nemen. Dan schrikt U niet zo als er plotseling een Engels stuk verschijnt...

PS (di, woe) 
Het artikel Evolutie als Gods vrijpleiter? van Bart Klink gaat ook over theodicee. Maar dit is natuurlijk de meest grondige en toch leesbare uiteenzetting van het theodicee probleem: Het leed in de wereld en Gods bestaan (22 mei 2009). (aanbevolen, zeer goed, encyclopedisch overzicht). Bart gebruikt het argument, zoals gebruikelijk is, als bewijs tegen het bestaan van God, ik wijs erop dat mensen in zo'n God willen geloven, en het brutaliserend effect wat het op mensen heeft.

30 October 2010

De boekpresentatie van “Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof”


gastbijdrage Bart Klink

Gisteren was ik bij de presentatie van de bundel “Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof”, die ik op mijn eigen site ook gerecenseerd heb. De presentatie werd gehouden in het natuurhistorisch museum Naturalis te Leiden, een toepasselijke locatie. Deze bundel, uitgegeven bij Kok-Kampen, bestaat uit de bijdragen van zes auteurs: bioloog Nico van Straalen, natuurkundigen Alfred Driessen en Gerard Nienhuis en vertegenwoordigers van de drie grote monotheïstische religies: hulpbisschop Everard de Jong, rabbijn Tzvi Marx en islamoloog Mohammed Ghaly. Helaas waren de laatste twee niet bij de boekpresentatie.

De middag werd geopend door de algemeen directeur van Naturalis Bert Geerken, die het woord overdroeg aan de dagvoorzitter en een van de twee redacteurs van het boek, Gerard Nienhuis. Daarop vertelde de andere redacteur, Alfred Driessen wat over de totstandkoming van de bundel. Vervolgens kwamen Van Straalen en De Jong aan het woord om een kort betoog te houden. Hierin was ik vooral geïnteresseerd omdat ik hen beiden  ken: bij Van Straalen heb ik twee vakken over evolutie gevolgd en als student-assistent gewerkt en met De Jong was ik al eens in debat geweest over de Bijbel.

In de presentatie van Van Straalen, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, stond de continuïteit van de mens met de rest van het dierenrijk centraal. Hij wees op het belang van de evolutietheorie voor de biologie en benadrukte vooral dat de evolutie van de mens goed gedocumenteerd is in het fossielenbestand. Ook betoogde hij dat ons morele gedrag een evolutionaire oorsprong heeft en de kern daarvan al aanwezig is bij andere mensapen, waarbij hij verwees naar het werk van de beroemde etholoog Frans de Waal.

Hierna kwam Everard de Jong, hulpbisschop van Roermond, aan het woord. In zijn verhaal stond de vraag centraal wat de mens tot mens maakt. Tijdens zijn presentatie kreeg ik meer de indruk dat hij de biologische continuïteit van de mens met het dierenrijk accepteerde dan hij in zijn bijdrage aan de bundel liet blijken. De hulpbisschop betoogde dat we veel delen met de dieren, maar dat er toch ook wezenlijke verschillen zijn, niet slechts graduele, zoals Darwin reeds betoogde en gemeengoed is in de evolutiebiologische gemeenschap. Ter ondersteuning van zijn standpunt wees hij op eigenschappen als bewustzijn, geweten en het kunnen reflecteren op het eigen bestaan. Dit is volgens hem niet aanwezig bij onze naaste verwanten, in ieder geval niet in de mate die ook maar in de buurt komt van het menselijke.

Het grote probleem hiermee is dat de mens al zo’n 7-5 miljoen jaar onafhankelijk evolueert van zijn naaste verwant, de chimpansee. In die tijd moeten dus de typisch menselijke kenmerken ontstaan zijn, maar de eigenschappen waarop De Jong zich beroept fossiliseren niet. Wel laat de evolutie van de mens een morfologisch continuüm zien, wat aannemelijk maakt dat ook onze moderne hersenen in de loop der evolutie zijn ontstaan. De huidige consensus onder biologen en neurowetenschappers is dat hiermee ook het typisch menselijk gedrag ontstaan is, omdat dit voortkomt uit de hersenen. Dit accepteert De Jong echter niet, omdat volgens hem hier het onstoffelijke deel van de mens voor nodig is. Hier is uiteraard nog veel meer over te zeggen, en de lezer die daarin geïnteresseerd is verwijs ik gaarne naar mijn recensie.

Het boek werd in ontvangst genomen door ds. Ad Alblas, voorzitter van de Raad van Kerken in Leiden en Cees Dekker, hoogleraar nanotechnologie te Delft. De laatste is een bekende in dit debat, eerst als verdediger van intelligent design en later als voorstander van theïstische evolutie. Hij was erg blij met het boek en hoopt op een vervolg met meer aandacht voor de theologische implicaties van het accepteren van evolutie. Alblas was tevens blij met het boek en gaf te kennen erg gefascineerd te zijn door de gebieden waar wetenschap en geloof elkaar raken.

Na afloop kon onder het genot van een drankje nagepraat worden. Ik heb met een aantal mensen gesproken, waaronder De Jong. Daarin heeft hij het een en ander toegelicht, maar vooral benadrukt dat hij zich niet kon voorstellen dat al de complexiteit van het leven door de werking van louter natuurlijke processen ontstaan was. Voor hem is dit een weerlegging van het naturalisme, volgens mij betekent het slechts dat wij als wetenschappers nog veel (en interessant!) werk te doen hebben. Ook het geestelijke leven van de mens kon volgens De Jong niet slechts naturalistisch verklaard worden. Over beide onderwerpen valt zeer veel te zeggen, waar helaas de tijd niet voor was.

De redacteurs en de uitgever hadden wat mij betreft meer aandacht mogen besteden aan de verschijning en presentatie van dit boek. De bundel heeft weinig ruchtbaarheid in de media gekregen en ik had het gemist als René Fransen er niet over geblogd had. Dat is jammer, want de relatie tussen wetenschap – en evolutie in het bijzonder – en geloof is iets wat de gemoederen blijkbaar bezig blijft houden.