15 november 2011

Charles Darwin in the driver’s seat

Charles Darwin in the driver’s seat,
spreading the good word about Evolution. © Ray Troll

5 opmerkingen:

nand braam zei

@ Gert
Even een plagerijtje, niet kwaad worden. Darwin zit weliswaar aan het stuur, maar hij weet niet dat er een onzichtbaar elektronisch geleide-circuit is, boven en in de weg aangebracht, dat de auto onmerkbaar meebestuurt (tweede-orde besturing).

gert korthof zei

Nand, ik weet niet in wat voor autos jij rijd, maar Darwin rijdt in een hybride!. Waarom? Een hybride is de Missing Link tussen een benzine motor en een electrische motor!

nand braam zei

@ Gert
Heel goed, Gert. Maar nu toch even serieus, als het kan/mag. Ik doelde eigenlijk op de visie op de evolutie van een collega-biologe van je , Palmyre Oomen. Ik ben toch wel benieuwd hoe jij daar naar kijkt.
In het boek “Evolutie, cultuur en religie” , Uitgeverij Klement, Kampen, 2010 van Palmyre Oomen en Taede Smedes geeft de biologe ( theologe, filosofe) Palmyre Oomen in haar bijdrage “Evolutie en de vraag naar God” in dit boek haar eigen buitengewoon interessante idee van theïstische evolutie. Kort samengevat komt die idee hier op neer: “In een organicistisch getint wereldbeeld waarop mijn wijze van theologiseren stoelt, staat het relationele voorop. Een theologie die deze wijze van denken benut, zal daarom niet alleen zeggen dat God de wereld doet zijn, door immanent object van haar verlangen te zijn, maar óók en prominent dat God door de wereld beïnvloedt wórdt, of beter: dat God zich verandert aan de wereld. Wederom dus naast alle overeenkomsten een groot verschil met Spinoza, want hiermee is aan de ene kant wel de immanentie van God sterk benadrukt, maar is er ook een transcendent element: dat God de wereld ziet en kent, zichzelf aan de wereld verandert. Zo verenigt dit beeld immanentie én transcendentie; en het is een onpersoonlijk én persoonlijk beeld van de relatie God-wereld. Precies daarom, dunkt me, is deze niet aan de fysica ontleende, maar veeleer bij de biologie aansluitende organicistiche, relationele zienswijze een voor de theologie belangrijke impuls. Wanneer iemand binnen een zienswijze als hier gepresenteerd van “design” zou willen spreken- áls iemand dat zou willen- dan zou dat gespecificeerd moeten worden als “tweede orde design”. Het betreft niet een idee van God die in directe zin ordonneert dat er een wereld moet komen met levende wezens en intelligente wezens, of dat de dinosaurussen moeten uitsterven, of dat er dan en daar in de geschiedenis een aardbeving moet plaats vinden etc. Dat zou een “direct design” of “eerste orde design” zijn. Maar zoals aangegeven, de goddelijke attractie is geen aansturen op een vast punt, maar een wens of plan dat ieder gebeuren wordt wat het gegeven de omstandigheden het “mooiste” kan worden, waarbij de concrete invulling van “wat” dat meest wenselijke is dus afhangt van de contingente omstandigheden. Iets preciezer: dat “plan” kan qua formele invulling onveranderlijk zijn (“het beste in de gegeven omstandigheden”), maar is qua materiële invulling variabel. Ik noem dit daarom “tweede orde design”. Tot zover Palmyre Oomen.

gert korthof zei

Nand, ben je jong en overweeg je om in God te gaan geloven? Dan heb ik vandaag mede voor jou een blog.

nand braam zei

@ Gert
Aangezien je nog steeds niet gereageerd hebt op mijn vraag over de opvatting over theïstische evolutie van je collega-bioloog Palmyre Oomen, moet ik wel tot de conclusie komen dat je haar redenering niet in strijd acht met de evolutietheorie van Darwin.
Je gaat me toch niet vertellen dat je er geen mening over hebt? Als het over evolutie gaat, hebben we je nimmer op geen mening kunnen betrappen.