01 juni 2015

Dribbelende drieteenstrandlopers op schuimig Texelse strand

Drieteenstrandloper Calidris alba temidden van strandschuim.
Texel, Noordzeestrand, 13 mei 2015 (klik voor vergroting)




Karakteristiek gedrag: de vogeltjes kunnen ontzettend snel met de golven mee heen en weer rennen. Dat ze drie tenen hebben kun je daarom niet zien. Er bestaat ook nog een drieteenmeeuw en een drieteenspecht. Het moeten wel uitzonderingen zijn anders zou het niet in de naam terechtkomen. Inderdaad hebben de meeste vogels 4 tenen: drie naar voren wijzende en een naar achteren. In de vogelgids zie je dat sommige andere strandlopers een verkleinde vierde achterteen hebben. Met de juiste belichting zie je dat het een rood-bruin zomerkleed is. Deze soort lijkt op de Kleine strandloper (Calidris minuta). De drieteen onderscheidt zich door zijn gedrag. Zie online vogelgids van de Vogelbescherming voor meer details. Het zijn trekvogels, ze broeden op Groenland en overwinteren in Afrika. Je kunt een aardig filmpje over deze verbazignwekkende lange-afstand-vliegers  vinden op een drieteenstrandloper.nl !
From chicken to dinosaur:
Scientists experimentally 'reverse evolution' of perching toe
Het zou wel eens kunnen dat vogels die de gewoonte hebben om in bomen te zitten, een opposable teen hebben (de 4e teen) en loopvogels die nooit in bomen zitten (waadvogels) op drie tenen lopen waarbij de 4e teen gereduceerd of verdwenen is. Maar als de drieteenstrandloper de enige waadvogel is met drie tenen, en de rest 4 tenen heeft, dan kan die eigenschap van 4 tenen niet verklaard worden met het op takken kunnen zitten (perching). Tenzij niet alles zo zwart-wit is en de 4e teen in verschillende mate gereduceerd is. Bijvoorbeeld, de als twee druppels water op de drieteenstrandloper gelijkende Kleine Strandloper lijkt een sterk gereduceerde 4e teen te hebben:
Kleine Strandloper Calidris minuta
zie: zeer korte vierde teen

Ik heb niet systematisch onderzocht hoe dat zit bij de rest van de strandloper familie of het geslacht Calidris (de tenen zijn meestal niet zichtbaar op foto's!). Als het klopt is een gereduceerde of ontbrekende 4e teen misschien een aanpassing van loopvogels die langs kusten leven en niet de gewoonte hebben om op takken te zitten.

Wikipedia: Bird feet and legs waarin bevestigd wordt dat "Nearly all songbirds and most other perching birds" drie tenen voor en één achter hebben. Hoe het zit met andere groepen zoals steltlopers, plevieren, eenden, ganzen is niet duidelijk. Theoretisch gezien zouden alle 'watervogels' geen naar achteren gerichte tenen nodig hebben omdat het loop- of zwemvogels zijn die niet rusten of slapen in struiken of bomen [1].  Een loopvogel bij uitstek zoals de struisvogel heeft geen naar achter gerichte tenen.

Vergelijk: mens (uitsluitend naar voren gerichte tenen; niet in bomen levend; lopend dier) en andere mensapen (met opposable duim aan de voet; in bomen levend). 

Hypothese: in tegenstelling tot in bomen levende zangvogels (perching birds) hebben 'loopvogels' in het algemeen géén of gereduceerde naar achter gerichte tenen. Net als de mens. De drieteenstrandloper is een extreem voorbeeld van een tendens.

PS: Van de 4 eigen opnames is een interessante uitsnede gemaakt en het contrast verhoogd om ze op een blog beter tot hun recht te laten komen. Bescheiden telelens gebruikt. Alles uit de hand gefotografeerd.

Postscript: 

Ook in het boekwerk De Nederlandsche Vogelen is de drieteenstrandloper bekend compleet met drie tenen!
De papegaaiduiker heeft ook drie tenen (wordt niet gemeld in Engelse wikipedia); idem: de Helmcasuaris, Emu, kwartels, en verschillende soorten plevieren... scholekster (volgens DNV: 3 tenen) ... gierzwaluw (zeer kleine pootjes, DNV: 4 naar voren), spechten (2-2), staartmees (3-1, achterste langste), grutto/kievit/kluut/wulp (4, maar achterste is klein, zit iets hoger en raakt de grond niet: DNV), aalscholver (zwemvliezen + zittend op takken!),  (gele kwikstaart (3-1,achterste langste nagel, DNV),visdiefje/stern (3+1,+zwemvliezen), koekoek (DNV: 2-2),

bijgewerkt: 25 juni 

Noten
  1. Een uitzondering is de Jacana die een unieke aanpassing heeft: loopt over waterbladeren en heeft 4 lange tenen. Grotere en zwaardere 'watervogels' zoals reigers hebben een vierde naar achter gerichte teen die maar iets korter is dan de naar voren gerichte tenen: het toeval (?) wil dat ze ook in bomen nestelen. Die kunnen ze gebruiken om om takken heen te klemmen.

Geen opmerkingen: