01 april 2016

Parende citroenvlinders

parende citroenvlinders in klimop (01-04-16)
(ze hangen ondersteboven)
vergelijk de aders van de vlinder en de nerven van het blad!
Vrijdag 1 april liepen de temperaturen op naar maar liefst 17 graden. De eerste citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) die ik dit jaar zag, werd gelijk gevolgd door een tweede. En het was raak. Er werd na het eerste contact zonder enige aarzeling gepaard. Dat duurde zeker een kwartier, dus tijd genoeg om statief en fototoestel van zolder te halen. En ze blijven gedurende de paring netjes stilzitten. Ideaal. Citroenvlinders hebben steeds een voorkeur voor de bonte klimop. En geef ze eens ongelijk. Stap een meter achteruit en je ziet ze niet meer.

wie ze ziet mag het zeggen.
ze staan er echt op!
Er valt niets van eten te vinden in de klimop, dus het zal toch echt de schutkleur zijn. Best knap om te weten waar je veilig kunt zitten, als je niet in de spiegel kunt kijken om te weten hoe je er zelf uitziet. Maar: ze moeten wel weten hoe een soortgenoot er uit ziet om te kunnen paren. Maar daar zijn misschien andere kenmerken bij betrokken zoals geurstoffen. Andere verklaring: aangeboren voorkeur voor omgevingen die ze een schutkleur oplevert. Zelfs de aders van vleugel lijken op de nerven van een lichtgekleurd klimopblad. Het lijkt een evolutionaire aanpassing.

Overigens las ik dat de soort overwintert als vlinder in struikgewas, dichte graspollen of klimop. De citroenvlinder is een taaie: die gaat gewoon ergens aan een blad of een takje hangen en kan zelfs overleven als de temperatuur onder nul komt. Tijdens de eerste zonnige lentedag komen de vlinders die overwinterd hebben weer tevoorschijn. Geen wonder dat ik hem op de eerste zonnige dag van de lente zag.

Geen opmerkingen: