13 April 2015

Random genen en het probleem van de vergeten eiwitjes. Met update over 'dark proteins'.

Peter Waterhouse

Bestaat random DNA? Bestaan er random genen? random eiwitten? Bestaan er genen die uit random DNA zijn ontstaan? Wat zijn eigenlijk 'random' genen? Ik vind dit uiterst fascinerende vragen die me niet los laten. 

Ze kwamen bij me op naar aanleiding van een recent artikel in Nature [1] Het artikel bevatte een raadselachtige opmerking. Het citaat valt nogal met de deur in huis, daarom heb ik voor degenen die niet op de hoogte zijn van van DNA sequencing een korte inleiding onder aan het blog. Hier de raadselachtige opmerking:

"Sequences encoding potential peptides from ORFs of this size are often ignored or filtered out by automated genome-annotation programs, because the probability of their occurring by chance alone increases exponentially as they get shorter." [1]
'peptides' = kleine eiwitten van 2 – 50 aminozuren.
'ORFs' = Open Reading Frame = stuk DNA dat kan coderen voor een eiwit.
'this size' = kleiner dan 100 baseparen.
'Genome-annotation programs'= software die uit miljarden bases in het DNA (potentiële) genen detecteren.
Dus: genomics software filtert potentiële genen van minder dan 100 baseparen eruit omdat die door toeval ontstaan zouden kunnen zijn. Door toeval? So what? An ORF is an ORF! Wat een onzin: hoe 'weten' die genen nu dat ze 'toevallig' zijn? Als ze de standaard signalen hebben van genen (het zijn immers ORFs), dan zal de celmachinerie ze toch gewoon verwerken? en mRNA en eiwitten produceren? Als je alle genen van de mens wilt inventariseren, dan ga je toch niet een betrekkelijk willekeurige ondergrens van 100 bp vaststellen? Dan mis je alle kleine genen! Discriminatie van kleine genen! Dat ze toevallig ontstaan zijn is een menselijk criterium. De cel weet daar toch niets van af?

De redenen voor dit filter kunnen complexer zijn dan in het artikel gesuggereerd wordt, maar toch wordt dit filter standaard gebruikt in de wereld van genomics. Ik heb het nagevraagd bij de auteur van het artikel, prof. Waterhouse. En hij bevestigd [7] dat er standaard een ondergrens van 100 baseparen in de software staat ingesteld en dat daardoor géén peptiden met een lengte van 33 aminozuren of minder ontdekt kunnen worden. Maar biochemici kennen vele peptides met biologische werking [8]. Wat is hier aan de hand?

Waarom die ondergrens?
Dit is de redenering van Peter Waterhouse:
Statistisch gezien moeten er heel veel korte ORF's*) in het genoom zitten, maar
in de ORF database zien we ze niet terug. Het is dus de discrepantie van de berekening en de data in de database. Ik wist niet dat dit probleem bestond!
*) ORF = Open Reading Frame = dat stuk DNA van begincode tot stopcode dat gelezen en vertaald kan worden tot eiwit.
Waarom 'statistisch gezien'?
Van de 64 codons zijn er 3 stopcodons. Als je een stuk DNA hebt met willekeurige volgorde van de codons, dan zal gemiddeld 3 op de 64 een stopcodon zijn. Een stuk DNA van 21 codons lang zal dus zeker voorkomen. Statistisch gezien kunnen er stukken véél langer dan 21 codons voorkomen als het DNA maar lang genoeg is. Statistici hebben berekend dat als je een stuk DNA van 2000 baseparen hebt, de kans op een ononderbroken stuk van 400 baseparen 50% is (dus een ORF van 400 bp).

Hoeveel kleine genen zijn er?
Ik vond [3] dat in de beroemde fruitvlieg Drosophila maar liefst 600.000 ORFs van minder dan 100 aminozuren zijn gevonden! (=300 base paren omdat 3 bases coderen voor 1 aminozuur)  Dat is net iets groter dan hierboven, maar vallen in de kleine eiwitjes categorie. Als je dus van plan bent alle genen van de mens te inventariseren en je hebt al een lijst van 25.000 genen die je moet valideren, dan ga je om de klus praktisch uitvoerbaar te maken alle ruis eruit filteren en dat zijn ... de kleinere!

Wat is klein?
Een gen dat uit één exon bestaat is gemiddeld plm 2.000 baseparen lang (= 666 amino zuren lang). Een gen bestaat meestal uit meerdere exons. De gemiddelde lengte van een gen is 17.000 baseparen (= 5666 aminozuren) [4]. Daarmee vergeleken  is een gen van minder dan 100 baseparen echt heel klein. Het kan een eiwit coderen van maximaal 33 aminozuren. Maar met zo'n eiwitje kun je toch leuke dingen doen (bv hormonen). Mag U zelf googelen (peptide, dipeptide, etc).

Kunnen die allemaal functioneel zijn?
Het is zéér onwaarschijnlijk dat die 600.000 kleine ORFs in Drosophila allemaal functionele eiwitten opleveren. Het aantal genen in een organisme heeft nl. een bovengrens. Die bovengrens wordt bepaald door de mutatiefrequentie en de intensiteit van natuurlijke selectie. Theoretisch is er dus wel plaats voor miljoenen genen in ons DNA, maar natuurlijke selectie kan die niet 'onderhouden' [5].

Hoeveel kleine genen zijn functioneel?
Voor de mens weet ik het niet, maar de auteurs van het Drosophila artikel [3] komen na zorgvuldige analyse tot zeker 400 en potentieel 4000 kleine genen (ORFs).

Worden kleine genen gediscrimineerd?
Ja! Niet alleen omdat software ze gewoon ongezien in de prullenbak gooit. Maar ook als je kijkt naar het boek van Scherer (2008) A short guide to the human genome, dan zoek je tevergeefs naar het kleinste gen. Wat je wel ziet: de grafiek van What is the size of a typical gene? heeft een x-as uitgedrukt in kb (=1000 bases)! Bij die maatstaf vallen de kleinste uit de boot. Je ziet hoofdstukjes: Which are the largest genes? Which genes have the largest introns? etc. Grote genen zijn interessant, kleine genen niet! Die discriminatie is al oud: in 2007 zie ik al een publicatie waarin zonder meer 300 baseparen (=100 aminozuren) als benedengrens wordt genomen om genen te herkennen! [2]. Vergelijk dat met de huidige grens van 100 baseparen.

Terechte discriminatie?
En toch: kleine genen hebben een groot probleem dat grote genen niet hebben: ze zijn klein. Hoe kleiner ze zijn hoe groter de kans dat de ORFs toevalstreffers zijn. OK. Theoretisch tenminste (zie boven: statistisch gezien). Dát probleem hebben grote genen niet: een gen van 1000 of meer ononderbroken baseparen kan geen toeval zijn. Er is nog iets: als een cel nutteloze kleine eiwitjes maakt van 20 of 30 aminozuren lang: dat is niet rampzalig. Maar nutteloze eiwitten van duizenden aminozuren produceren is een zware belasting voor de cel. Het wordt een ander verhaal als er tienduizenden kleine eiwitjes geproduceerd worden. Doe zelf de optelsom: vele kleintjes maken één grote. Tenslotte: zélfs als je alleen maar ORFs wilt elimineren die om diverse redenen er random uitzien, dan heb je toch selectief méér kleintjes te pakken. Dus terechte discriminatie? Eerst onderzoeken, dan weggooien!

Nog verder terug in de tijd
In 1997 was er al een complete genoom van de gist beschikbaar [6]. (gist is eencellige en het kleinere genoom is makkelijker te sequencen dan dat van de mens). Opvallend: ze zagen toen al het nut van die kleine eiwitjes maar gezien het enorme aantal van een kwart miljoen met lengte tot 300 baseparen (=100 aminozuren), was het een gigantisch karwij. Het lijkt wel of sinds die tijd het nut van kleine eiwitjes in de vergetelheid is geraakt...

Wat nu?
In mijn blog We weten niet precies hoeveel genen de mens heeft had ik al geconstateerd dat dat makkelijker gezegd is, dan gedaan. Om verschillende redenen. Ze zijn moeilijk te vinden. En: waar moet je ze zoeken? Toch moet het wil je een volledige inventarisatie van het menselijke genoom.

Wat er nu moet gebeuren is het menselijk genoom opnieuw analyseren zonder die ondergrens van 100 baseparen en de gevonden genen analyseren. Dat is inderdaad een hele klus. Het kleinste peptide is per definitie 2 aminozuren lang (di-peptide), met 1 is het gewoon een aminozuur.

Reactie op prof Waterhouse
De reden dat kleine potentiële genen softwarematig worden uitgefilterd is niet dat ze wel eens statistische ruis zouden kunnen zijn, want daar weet de cel niets van. De cel leest DNA af ongeacht of het gen iets nuttigs doet. De oplossing van het misverstand is onderscheid maken tussen proxy en ultimate verklaringen. Proxy: de cel leest DNA af volgens de biochemische wetten. Ultimate: evolutionair gezien zal de cel niet vele generaties lang waanzinnige hoeveelheden nutteloze eiwitjes produceren, want die vormen een belasting voor de verwerkingscapaciteit van de cel (ribosomen) en dat gaat ten koste van de productie van nuttige eiwitten.
Let op: ik heb alleen bezwaar tegen de reden van uitfiltering. Waterhouse doet een pleidooi voor het analyseren van kleine genen. En daar ben ik het mee eens.

Filosofisch slot
Ik vind het nog steeds jammer en kan het maar moeilijk accepteren dat er duizenden potentiële genen (ORFs) in ons genoom zitten die helemaal niets doen. Het is niet zomaar junk, ze hebben de kenmerken van genen. Gewoon zonde van de ruimte die ze in het DNA in beslag nemen! Je zou er zo ontzettend veel nuttige dingen mee kunnen doen. Zoals ziektes die een genetische basis hebben bestrijden...! Maar ik ben voorbarig: eerst afwachten wat het onderzoek oplevert.






Zoeken van genen in DNA voor beginners

Stel je een héél lange reeks van een paar miljard letters
en leestekens in willekeurige volgorde voor.
Probeer daar woorden en zinnen in te ontdekken.
Dat is de magnitude van de taak die wetenschappers 
hebben die het menselijk genoom willen lezen. 

In de biologie bestaan er twee talen: 
1) taal van het DNA, 2) taal van eiwitten.
De taal van DNA wordt geschreven in bases en die van
eiwitten wordt geschreven met aminozuren.
Er is een exacte relatie tussen de twee talen. 
Ze zijn 1 op 1 in elkaar te vertalen.

Taal van DNA: genen zijn de woorden:
genen zijn gescheiden door stopcodons (spaties);
een stuk DNA tussen twee stopcodons heet ORF 
ORFs zijn potentiele genen (woorden).

Biochemici kennen duizenden eiwitten, 
en die kunnen ze vertalen in de taal van DNA. 
Van dat DNA is bewezen dat ze eiwitten produceert.
Dat zijn bewezen genen.
Genetici kunnen in de computer DNA vertalen in eiwitten.
Maar hier geldt: eerst het eiwit zien, en dan geloven!

   

Noten

  1. Peter M. Waterhouse, Roger P. Hellens (2015) Plant biology: Coding in non-coding RNAs, Nature 2 April 2015
  2. Eric S. Lander et al (2007) 'Distinguishing protein-coding and noncoding genes in the human genome', PNAS. Opmerkelijk: toen al constateerden ze: "The largest open question concerns very short peptides, which may still be seriously underestimated." Maar, wat is kort?
  3. Hundreds of putatively functional small open reading frames in Drosophila
  4. Stewart Scherer (2008) A short guide to the human genome. (online)
  5. Dit komt door mutatiedruk. Theoretical calculations based on the mutational load that a genome can tolerate and observed average mutation rates of human genes (~10-5 per gene per generation) suggest an upper limit of about 100.000. ( hier)
  6. Small Open Reading Frames: Beautiful Needles in the Haystack Genome Research, 1997 
  7. Hi Gert, What we are saying is that the chance of an ORF of this size occurring just by chance is enormous, yet the number of ORFs of this size ( smaller 100nt) that are annotated in genomes is very small. We believe that a major cause of this , having talked to a number of expert bioinformaticians, is that in the annotation programs, ORFS of under 100nts are filtered out either very early (e.g. rejected in the first parse) or later in the algorithms. If there are an huge number, as you say, the cell machinery will act on them – either making small peptides or acting as regulatory elements ( e.g.. stalling or loading ribosomes on the RNA) and they are potentially having a very large effect on the cell/organism. Alternatively, there is a very strong selection pressure against transcripts with such small ORFs – either as upstream uORFs or as small transcripts. What we are saying is that we do not know the answer because the bioinformatic interrogation of genomes/transcriptomes does not look at ORFs of this size. if we ignore this question it is possible that we are missing a whole new layer of regulation, so we need to be ingenious in finding ways to test this hypothesis. I am sure you will know that the existance of microRNAs was only discovered in the last 15 years and that their existence and immense importance came as a real surprise to biologists. Perhaps we will see the same thing for small peptides.
    We do do not guarantee that small peptides, from ORFs that have been ignored because they are so small, are of a similar importance as microRNAs – just that they might be.
    Best regards,
    Peter
  8. Zie: peptides, dipeptides, tripeptides, tetrapeptides, etc. Voorbeelden: sex-peptide (36 amino acids = 108 baseparen), endorphins: α-endorphin (16 aa = 48 bp) en beta-endorphin (31 aa = 93 bp) en dus dicht tegen de 100 bp grens. Een complicatie is dat het DNA dat codeert voor peptides, introns kan bevatten waardoor de totale genlengte veel groter is dan 100bp. In dat geval worden ze wel gedetecteerd met de standaard instelling van de software.  (toegevoegd: 14 april)

Vorige blogs over dit onderwerp: 

 

Postscript 30 Jan 2025
  • Dark proteins’ hiding in our cells could hold clues to cancer and other diseases. Nature 29 Jan 2025. "... a list of more than 7,000 of these ‘non-canonical’ ORFs, which generally don’t meet the requirements to be considered protein-coding genes and have therefore been omitted from databases". ...  researchers call them microproteins because they tend to be much shorter than 100 amino acids ... suggests that the vast majority of them are errors of translation or serve roles only for regulating translation ... Ribosomes are energy-hungry organelles, and the cost of producing these proteins is “quite tremendous”, he says. "Why would a cell translate junk over and over again?" ...  "We may be watching the birth of a protein," says Weissman.

06 April 2015

Rutger Bregman over morele vooruitgang (2) en een inventarisatie van logische opties

Rutger Bregman:
De geschiedenis
van de vooruitgang
In mijn eerste blog over morele vooruitgang in De geschiedenis van de vooruitgang van Rutger Bregman, gaf ik een citaat over de relatie van de christelijke traditie en het concept morele vooruitgang. Dat was nieuw voor mij. Ik zag voor het eerst een verklaring voor de moeizame relatie die christenen hebben met vooruitgang in het algemeen en morele vooruitgang in het bijzonder. Ik vond nog een paar interessante uitspraken over (de mogelijkheid van) morele vooruitgang. 
"John Locke (1632-1704) stelde dat de mens een tabula rasa is. Dit ging lijnrecht in tegen de christelijke traditie, waarin de mens juist als een door en door zondig wezen ter wereld komt. Locke geloofde daarentegen dat een mens, als onbeschreven blad, een product is van zijn omgeving. " (p.162)
"Steven Pinker windt er geen doekjes om: 'Kunnen we onze voorouders echt als moreel gehandicapt beschouwen? Het antwoord, zo durf ik te betogen, is ja. Hoewel het ongetwijfeld prima mensen waren met goed functionerende hersenen, is de collectieve morele verfijning van de cultuur waarin ze leefden, naar moderne maatstaven even primitief als hun kuuroorden en medicijnpatenten waren vergeleken met de medische standaarden van vandaag. Veel van hun overtuigingen waren niet alleen monsterlijk maar ook in zeer reële zin, dom.'
Er is nu eenmaal intelligentie en inlevingsvermogen nodig om je in de sandalen van de negerslaaf te verplaatsten."  (p.335) [1]
"Het belangrijkste geloofsartikel van het conservatisme, dat de mens van nature tot het kwade geneigd is, is allang door de culturele vooruitgang achterhaald." (p. 336)
Over morele vooruitgang en morele ophoging:
"De socioloog Gabriël van de Brink ziet deze ontwikkelingen als onderdeel van een breder proces dat hij 'normatieve ophoging' noemt. We stellen veel hogere eisen aan de moraal dan we vroeger deden. Dit is een vorm van morele vooruitgang die zelden wordt opgemerkt. In de afgelopen vijftig jaar zijn we er namelijk niet alleen moreler op geworden, maar ook is ons incasseringsvermogen voor het immorele gedrag van anderen afgenomen –juist doordat onze morele normen zijn opgehoogd."  (p.339)
Morele vooruitgang bestaat dan ook niet in een verbeterde toevoer van oxytocine of de versnelling van onze spiegelneuronen (natuurlijke vooruitgang), maar in het vastleggen van wetten en verdragen die empathie in de hand werken –of voor een deel zelfs overbodig maken (culturele vooruitgang)." (p.343)
Nieuw voor mij was het begrip 'normatieve ophoging'. Het lijkt mij een waardevolle toevoeging aan ons conceptueel apparaat.

Ikzelf denk dat de opvatting van Pinker dat vroegere generaties moreel gehandicapt en gewoon dom waren gevaarlijk dicht in de buurt komt van een anachronisme: het verleden beoordelen met moderne maatstaven. Toch kunnen we hun morele normen niet meer accepteren want terug naar de doodstraf, rassendiscriminatie, slavernij, kinderarbeid en vrouwenonderdrukking kunnen we niet meer accepteren. We moeten hun morele normen veroordelen, net als de toekomstige generaties onze moraal achterhaald zullen noemen. Er is één reden waarom de beschuldiging van anachronisme niet (altijd) opgaat: er zijn altijd morele klokkenluiders geweest. Maar laten we eerst eens alle mogelijkheden op tafel leggen.


stilstand? vooruitgang? achteruitgang? 

Auteurs als Pinker en Bregman maken geen systematische analyse van de logische mogelijkheden morele stilstand, achteruitgang, vooruitgang. Dit is echter wel noodzakelijk voor een zinnige discussie.

Voor de christelijke moraal:
  1. De Tien Geboden (OT) zijn complete, universele (voor alle volken geldende) en tijdloze (voor alle tijden geldende) morele geboden, Jezus heeft daar niets aan toegevoegd.  
  2. De Tien Geboden (OT) zijn niet compleet en Jezus heeft er wel iets aan toegevoegd (bv: Heb uw vijanden lief, bergrede, etc). Er is morele vooruitgang binnen de bijbel van OT naar NT.
Ongeacht vorige opties zijn er ruwweg twee opties voor de laatste 2000 jaar:
  1. in de laatste 2000 jaar is er op moreel gebied niets nieuws toegevoegd aan de christelijke moraal. De OT+NT moraal is compleet. Er is dus géén morele vooruitgang of achteruitgang, maar stilstand [2].  Dit is logisch gezien een lastige positie omdat je dan bijvoorbeeld niet kunt zeggen dat mensenrechten goed of slecht zijn, want er was immers niets nieuws ontstaan sinds OT+NT. De bijna onvermijdelijke optie is dan:
  2. In de laatste 2000 jaar zijn er nieuwe morele waarden en normen ontstaan. Bijvoorbeeld: afschaffing van doodstraf, rassendiscriminatie, slavernij, kinderarbeid, vrouwenonderdrukking, homodiscriminatie, en de erkenning van universele mensenrechten. In dit geval was OT+NT incompleet. Logisch gezien zijn er dan drie opties:
    1. De toevoegingen aan de moraal zijn een vooruitgang. Ze zijn moreel juist en een essentieel onderdeel van de hedendaagse moraal.
    2. De toevoegingen aan de moraal zijn een achteruitgang. Ze zijn moreel onjuist. Bijvoorbeeld: vrouwen behoren niet dezelfde rechten als mannen te hebben, homosexualiteit is een ziekte, op godslastering staat de doodstraf.
    3. De toevoegingen zijn geen vooruitgang of achteruitgang.

Alle bovenstaande opties zijn schematisch en hebben vele consequenties die ik niet heb uitgewerkt. De bedoeling is om eerst orde op zaken te stellen en de logische opties helder te onderscheiden en pas daarna de details en consequenties uit te werken. 

Postscript over Christendom en vooruitgang 

7 apr 2015

"Ziekte, oorlog, armoede zijn door God zo bedoeld, weet Malthus. ...  Malthus kent ook het motief van God om al die ellende te laten bestaan. ... Wie streeft naar algemene verbetering (zoals Condorcet) verstoort God's plan."
(dominee Malthus geciteerd door Ton Munnich (2014) p.85-86).


Postscript over christendom en vooruitgang 

24 apr 2015

"Het christendom is een conservatieve kracht geworden. Al lang geen motor meer. Eerder een rem. Je kunt geen moderne ontwikkeling noemen, of het christendom was tegen. Evolutie, (homo)seksualiteit, socialisme, vrouwenemancipatie, het christendom trapte op de rem. Het beschouwt moderne ontwikkelingen negen van de tien keer als voortbrengsels van de antichristelijke geest van de Verlichting. Een geest die zich van God en gebod niets aan zou trekken. In de relatie tussen christendom en vooruitgang zie je tegenwoordig steeds hetzelfde patroon. Zodra zich een vernieuwing aan dient, tekent het christendom verzet aan. Denk aan abortus en euthanasie, homohuwelijk, stamcelonderzoek of langer geleden eigen rechten voor de vrouw. Na die eerste afwijzing volgt een geleidelijke aanpassing en tenslotte de acceptatie. Dekker vindt al dat remmen en tegenstreven niet alleen gênant, hij vindt het ook in strijd met het christelijk geloof zelf. De mondigheid, het streven naar autonomie die de geest van de Verlichting kenmerkt, ziet hij niet als concurrent van het christendom. Integendeel. Het is er de vrucht van. Een offspring, een loot aan de christelijke stam."

Dit is een citaat uit een blog over het boek van prof dr Gerard Dekker, Dat Koninkrijk, verwachten we dat nog? Over de ontwikkeling van de samenleving en de houding van het christendom daartegenover. (info)
NB: dit zijn interessante uitspraken gezien het blog een positieve houding t.a.v. christendom heeft en Prof. dr. Gerard Dekker emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit is. Ik heb een comment achtergelaten op het blog (nog niet zichtbaar).

Postscript over morele vooruitgang 

25 apr 2015

In een interview met Michael Shermer in de Skepter jrg 27, nr 2, is een vraag: "In Uw boek onderbouwt u met uitgebreid cijfermateriaal dat er in de laatste paar honderd jaar een enorme vooruitgang is geboekt op moreel gebied." (p.6).
Zijn boek The moral arc moet ik toch eens gaan bekijken/lezen.


Noten

  1. Helaas schrijft Bregman niet waar het citaat staat zodat ik het niet kan opzoeken.
  2. Er valt hoogstens iets te verbeteren aan de toepassing van die moraal.

30 March 2015

Rutger Bregman over morele vooruitgang

Rutger Bregman (2013)
De geschiedenis van de vooruitgang
Naar aanleiding van mijn blog Waarom Christenen tegen Pinker en morele vooruitgang zijn [1] kreeg ik bijzonder venijnige kritiek uit –zeg maar– christelijke hoek. Ik was verbijsterd over zoveel vijandigheid ten aanzien van de stelling dat we in de afgelopen eeuwen minder gewelddadiger zijn geworden (het hoofdthema van Pinker's boek The Better Angels), en dat we dat morele vooruitgang kunnen noemen (een impliciet, onderliggend thema in het boek). Zelfs de expliciete vraag of er überhaupt morele vooruitgang was of zelfs alleen maar 'vooruitgang' werd niet beantwoord. Alles werd uit de kast gehaald om Pinker's stelling (en mij!) onderuit te halen. Tenminste, zo kwam het op mij over. Ik vermoedde dat het begrip 'morele vooruitgang' op de een of andere wijze incompatibel is met het Christelijk geloof. Maar waarom begreep ik niet, en de critici gaven me ook geen enkele hint. Hoe kun je nu tegen (morele) vooruitgang zijn?

Een deel van het antwoord vond ik in het boek van Rutger Bregman De geschiedenis van de vooruitgang [2]. In het derde hoofdstuk wordt een kleine geschiedenis van de vooruitgang geschetst waarin ook de interactie met het christelijk denken wordt behandeld:
"Het bekendste voorbeeld van vervaldenken [het tegenovergestelde van vooruitgangsdenken] vinden we in het bijbelboek Genesis" (p.138)
"Een andere belemmering voor het geloof in de vooruitgang op aarde was het leerstuk van de erfzonde. Als ieder mensenkind zondig op aarde komt, dan is er weinig hoop op een geleidelijke verbetering van de menselijke conditie. Morele vooruitgang zou eigenlijk ook afdoen aan het christelijk geschiedverhaal, want als mensen zichzelf van hun zonden kunnen verlossen, dan was Jezus voor niets gestorven." (p.144)
Vooruitgang moest ooit als idee worden uitgevonden. Dat is pas uitgevonden tijdens de Verlichting (18e eeuw). Volgens de Verlichting gaan kennis en vooruitgang hand in hand, maar voor de christelijke vervaldenkers was nieuwsgierigheid de bron van alle kwaad. In de eerste 8 paragrafen van hoofdstuk 3 geeft Bregman een lezenswaardig beeld van de ontwikkeling en de verschillen tussen vervaldenken en vooruitgangsdenken. Voor mij grotendeels nieuw.

In paragraaf 12 komt de beroemde filosoof Leibniz aan bod. Leibniz verkondigde dat God de beste van alle werelden had geschapen. De wereld is perfect (!). Daarom valt er niet veel aan de wereld te verbeteren (!). Over optimisme en vooruitgang gesproken. Er is uiteraard meer dan ik hier vertel. Bregman besteedt er zo'n 140 pagina's aan. Dat kan ik dus niet samenvatten.

In paragraaf 5 van het vierde hoofdstuk geeft Bregman een kritische bespreking van de vraag: bestaat morele vooruitgang? De meningen zijn verdeeld. Bregman ziet zelfs morele vooruitgang in het OT (p.281-282).
Het Joods-Christelijke geloof zou ons een moraal van naastenliefde, tolerantie en geloofsvrijheid hebben gebracht,
"Maar de kernwaarden van onze samenleving –vrijheid, tolerantie en gelijkheid– zijn de 'Joods-Christelijke cultuur' juist binnengedrongen onder invloed van de verlichting. Er zijn vandaag maar weinig joden of christenen die zich voelen aangetrokken tot de strengste en bloeddorstigste passages in het Oude Testament. " (p.282)
Noot [6] toegevoegd woensdag 1 april

"Morele vooruitgang veronderstelt een universele moraal, waar die vooruitgang aan kan worden getoetst." (p.283). Bregman stelt dat er een universele moraal bestaat: de meesten accepteren dat Auschwitz slecht was of dat mensenrechten moeten worden gerespecteerd. Hij kiest voor een pragmatische oplossing. De fundering van de moraal is theoretisch niet op te lossen. Maar we kunnen niet wachten tot de filosofen er uit zijn [5]. Als we het erover eens zijn dat openbare terechtstellingen, slavernij, vrouwenonderdrukking, etc. moreel verwerpelijk zijn, dan kunnen we niet anders concluderen dan dat we in de afgelopen eeuwen morele vooruitgang hebben geboekt [3].

Ik heb in dit blog slechts een aantal citaten gegeven die mij inzicht gaven in de moeizame [4] relatie tussen christenen en (morele) vooruitgang. Het boek De geschiedenis van de vooruitgang geeft een overzicht over wat historici te melden hebben over vooruitgang. Maar dan op een uitzonderlijk leesbare manier. Ik kan het niet anders zeggen: het boek getuigt van een onvoorstelbare belezenheid.  Het boek is zoiets als 'Vooruitgang voor dummies' in 400 pagina's. Het moge duidelijk zijn dat dit géén samenvatting is van het boek. Ik heb het nog niet eens uit... 

 

Noten

  1. Blog van 28 januari 2014 was een blog in de serie blogs over Steven Pinker's boek The Better Angels.
  2. Rutger Bregman is een fenomeen: een twintiger en nu al drie boeken gepubliceerd.
  3. Zie bijvoorbeeld ook: Susan Neiman over morele vooruitgang. (filosofie.nl)
  4. Moeizaam: als je een 2000 jaar oud boek als hoogtepunt van de menselijke beschaving ziet en dientengevolge als morele maatstaf neemt, hoe kun je dan nog in vooruitgang geloven?
  5. Deze twee zinnen zijn van mij. 
  6. Hetzelfde verschijnsel zag ik in Adieu God met Pia Dijkstra. Zij vertelde over haar opvoeding in een vrijzinnig protestants gezin met waarden solidariteit, zelfbeschikking, rechtvaardigheid, redelijkheid, verantwoordelijkheid, zonder vooroordelen met mensen omgaan en je moet iets bijdragen aan de wereld. Allemaal prachtige waarden, maar komen ze uit de Bijbel? Zeker niet uit het OT! NT? Laat zien! Ook hier vindt een onopgemerkte vermenging van moderne waarden met christelijke normen en waarden plaats. Dat is prima, maar doe niet net alsof het allemaal in de bijbel staat en ze altijd al onderdeel waren van het christendom. (Pia Dijkstra is opvallend genoeg D66 kamerlid geworden en niet een christelijke partij.) toegevoegd: woensdag 1 april 2015

23 March 2015

Tijs van den Brink gelooft in geesten en evolutie. Adieu God met Arjen Lubach

Korte impressie van het eerste gesprek van Tijs van de Brink met een echte atheïst: Arjen Lubach (schrijver, cabaretier en televisiepresentator) in de EO-serie Adieu God. Arjen Lubach presenteert sinds kort het fantastische programma 'Arjen op Zondag', een uniek en humoristisch commentaar op het nieuws.

Een fragment met nieuwswaarde in Adieu God:


Arjen: "de wetenschap heeft zo ongeveer alles weerlegd
wat we dachten te weten over God, over de hemel enz ..."


Tijs:  "Er is toch niet bewezen dat God niet bestaat?"

. . .
Arjen: "Geloof je wel in evolutie?"


Tijs: "Ja, ik ben geen wetenschapper, ik ben niet slim genoeg 
om het allemaal te begrijpen, maar hele slimme mensen 
zeggen dat het gebeurd is dus dat geloof ik eigenlijk wel."

Dit is nieuw voor mij! In 2009 blogde ik: "EO-presentator Tijs van den Brink: als je begint met Genesis een gedicht te noemen, dan eindig je met de aantasting van de kern van het geloof" [2]. Een nieuwe ontwikkeling bij deze EO-presentator. Gelooft hij nu ook niet meer in een 6000 jaar oude aarde? Maar wel dat de aarde 4,5 miljard jaar oud is? en het heelal 13,8 miljard? Als dat zo is, dan kan hij Genesis dus ook niet meer letterlijk nemen. Wat jammer dat Arjen daar niet op inging. Dat zou ik zeker gedaan hebben. Stamt de mens af van de apen? Je kunt je haast niet voorstellen dat Tijs van den Brink toegeeft dat de mens, de Kroon der schepping, van lagere diersoorten afstamt?! Dat was altijd het grootste obstakel.
Elders in het interview vertelde hij al dat hij de Bijbel niet in alle opzichten letterlijk neemt. Dat lijkt op willekeur.

Overigens had ik hier al opgemerkt dat de EO evolutie niet meer censureert. Er treedt dus een significante en positieve verschuiving op binnen de EO naar wetenschappelijk verantwoorde opvattingen.

Er zaten meer opvallende opmerkingen van Tijs van den Brink in. Bekijk de aflevering. Arjen was goed op dreef. Hij durfde dingen te zeggen! 
Over de christelijke moraal: jij doet dingen niet omdat God ze verboden heeft en omdat je bang bent om gestraft te worden door God, terwijl ik niet moord omdat ik zelf inzie dat het geen goed idee is.

Het volgende gesprekje vond ik nogal verbijsterend (gaat over waarom sommige mensen moorden):

Tijs: bij de meeste mensen is dat ingeschapen dat ze liever niet iemand vermoorden.

Arjen: Wie heeft dat erin gelegd?
Tijs: de Schepper [1]

Tijs: ik geloof wel in geesten, kwade geesten in mensen die bezeten zijn.

 
Arjen: Jij gelooft in geesten!
En jij interviewt ministers!!!

Arjen: Jij gelooft in geesten!  En jij interviewt ministers!!!
Tijs: maar er zijn mensen die zich gedwongen voelen andere mensen te vermoorden. Dan moet er toch iets in je gevaren zijn dat niet klopt?

Arjen: Als jij naar het bos zou gaan en met de kaboutertjes zou praten dan zou iedereen zeggen: haal die Tijs van de buis, en nu zeg je bijna het zelfde...

Tijs heeft geen flauw idee waar crimineel gedrag vandaan komt. Nooit gehoord van psychische en psychiatrische stoornissen? Verminderde empathie? Trauma?  Waandenkbeelden? Criminele vader? Aan de de drugsverslaafde, werkeloze, agressieve vader? Foute vrienden? (zie: List of mental disorders). De hele hersenwetenschap, psychologie, psychiatrie, sociologie is aan hem voorbij gegaan. Hij gelooft in 2000 jaar oude denkbeelden over de mens [3]. Arjen slaat de handen voor zijn ogen uit verbijstering! Inderdaad, hoe kan Tijs jarenlang journalistiek werk verricht hebben en op de tv komen en dan nog steeds in kwade geesten geloven!

Complimenten voor Arjen dat hij zonder aanziens des persoons, zonder beleefdheden, onzin aan de kaak durft te stellen! Nota bene het slachtoffer recht in de ogen kijkend. En dat alles op tv. Een verfrissende no-nonsense stijl die me enorm aanspreekt en die je ook terugvindt in zijn tv programma Lubach op zondag.

Laat ik Tijs niet te hard aanvallen op alles wat hij gezegd heeft. Laat ik het hier bij laten. Hoewel ik nog vele vragen heb over zijn geloof. Het is al heel wat dat hij op gezag van 'heel slimme mensen' accepteert dat er evolutie heeft plaatsgevonden. Het is zeker een enorme vooruitgang gezien zijn mening van 6 jaar geleden. De rest zal ook wel goed komen. Zoiets heeft tijd nodig.


Noten

  1. Maar: waarom heeft de Schepper dat niet bij iedereen ingeschapen? Degenen die God vergeten heeft zijn daardoor helaas 'bezeten door kwade geesten' (over vrije wil gesproken!) en gaan moorden?  
  2. *) Ik vond een oud blog uit 2009: EO-presentator Tijs van den Brink: als je begint met Genesis een gedicht te noemen, dan eindig je met de aantasting van de kern van het geloof (werkt traag, maar de moeite waard om op te wachten). In 2009 hield van den Brink dus nog aan de letterlijke lezing van Genesis vast!
  3. "Jezus had tegen de boze geest gezegd: ‘Duivelse geest! Ga uit die man weg!’ Bijbel: Markus 5.

Vorige blogs



17 March 2015

Prof. Kees Brunia over vivisectie: Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met dode kikkers


Het boek van Kees Brunia Het Brein (2015) is een goudmijn voor onderzoek naar vivisectie in de hersenwetenschap en vooral in de geschiedenis van het vakgebied. Als je het woord 'vivisectie' opzoekt in de index dan staat er gek genoeg maar één paginaverwijzing. Ik telde niet minder dan 63 pagina's waar vivisectie beschreven wordt [1]. Een vreemde zaak.


Fig 3.8. Luigi Galvani.
Het contact tussen een zenuw en een spier via
twee bogen van een verschillend metaal geeft
spiercontractie (kikker).

 

Ik definieer vivisectie als het experimenteren met levende dieren dat met ernstig ongemak voor het proefdier gepaard gaat of waarbij ze onherstelbaar beschadigd raken, met het doel wetenschappelijke of medische kennis te vergaren. Overigens kunnen 'dieren' in principe ook mensen zijn. Dat gaat vaak gepaard met snijden in het dier. Maar het kan ook om gedragsexperimenten gaan met een intact dier, waarbij bijvoorbeeld elektrische schokken worden toegediend.

Fig 3,7. Luigi Galvani. De eerste afbeelding van zijn
proefopstelling uit zijn Commentarius (1791)

 

Het boek van Brunia gaat over hersenonderzoek met een aanloop van ongeveer 3000 jaar. Brunia citeert veel onderzoekers uit het verleden en als er vivisectie in voorkomt worden die niet gecensureerd. Hij maakt er geen geheim van. Vivisectie passages komen meestal en passant voor in beschrijvingen van experimenten.

In de 16e eeuw:

"Een dag later deed hij de laatste sectie op een levende hond – dat was echte vivisectie. ... (Brunia, p. 68):

  • "Als ik de tweede zenuw doorsnijd, is het blaffen afgelopen, maar pas op, hij kan nog wel bijten." (p.68) Andreas Vesalius (1514-1564) 
In de 17e eeuw:
  • "Toen Jan Swammerdam (1637– 1680) bij Thévenot in Parijs op bezoek was, liet hij de verbaasde toeschouwers zien, dat het hart van een kikker buiten het lichaam kon blijven kloppen." (p.270). 
  • "Jan Swammerdam had aan een geleerd gezelschap laten zien dat een kikker nog kan zwemmen als je het hart uit zijn lijf haalt" (p.287).
  • "Als je de zenuw van het middenrif van een levende geopende hond ..." (p.131)
  • "In het andere experiment, dat ik niet vlug opnieuw zal doen, omdat het zo gruwelijk was, gebruikte ik een blaasbalg, waarmee ik de longen vulde en weer leeg liet lopen. Ik kon het dier [een hond], zolang ik dit deed, in leven houden, nadat ik ook de nodige ribben had weggezaagd en de buik had geopend. Het was mijn bedoeling een beeld te krijgen van de aard van de ademhaling. Ik ben niet geneigd het een tweede keer te doen, omdat het zo'n marteling is voor het dier. Het is zeker belangrijk om dit werk voort te zetten, maar alleen als we een methode hebben om het dier rustig te krijgen, zodat het niets zou voelen." (p.118). Robert Hooke, 10 nov 1664.
De 18e eeuw:
  • "Sinds 1751 heb ik wel 190 experimenten gedaan op dieren en telkens voel ik bij dit wrede onderzoek een weerzin, die ik alleen maar kan overwinnen door de hoop dat mijn werk bijdraagt aan het nut van de menselijke soort" (p.142). (Albrecht von Haller, 1708-1777).
  • "Als je de kop van een kikker isoleert van zijn romp, kun je nog zeker een half uur zien dat zijn oogleden heen en weer gaan ..." (p.150) Robert Whytt (1714-1766).
Fig 3.24. Ivan Michailovich Sechenov
(1829–1905)
De 19e eeuw:
  • "Ik hang een kikker op zoals u in figuur 3.24 kunt zien. Dan laat ik één poot zakken in een bak met verdund zwavelzuur en kijk hoeveel tikken het duurt voor het dier zijn poot optrekt." (p.182)  Ivan Michailovich Sechenov. (zie ook: p.185).
  • "Het dier [een jonge kat] schreeuwt en krijst, schokt over zijn hele lichaam en ik moest uitkijken voor zijn klauwen en tanden. Als ik het ruggemerg dwars doorsnijd, ... Bij een jong Indisch varken, dat min of meer in huiselijke kring opgroeide, heb ik het ruggemerg ook dwars doorgesneden. Toen het dier was bijgekomen van de pijn van de operatie ...  (p.191) (Marie Jean-Pierre Flourens, 1794–1867) (zie ook p.192–195). zie ook: p.189.
  • "Hij had samen met zijn vriend een salamander in stukken geknipt ... " (p.289)  Marshall Hall (1790–1857) (zie ook p.259)
  • "Ik ging daarbij als volgt te werk. Ik sloeg een konijn achter zijn oren, zodat het dier bewusteloos was en ik het ruggemerg bloot kon leggen." (p.166) (sir Charles Bell,  1774-1842) 
  • zie ook: Francois Magendie p.166-169
Over Flourens schrijft Brunia: "Flourens was een experimentator. Hij gebruikte twee technieken bij zijn onderzoek: hij haalde delen van het brein weg en keek naar het effect op het gedrag, of hij stimuleerde door te knijpen of te prikken met een speld" (p.189). Bijvoorbeeld: hij verwijderde het cerebellum bij duiven (p.336). "Hij gebruikt jonge honden of katten, konijnen, duiven en kikkers." (p.190).

En de 20e eeuw:
  • "Om dat te bewijzen sneed hij bij katten op twee niveaus de hersenstam door ... (p.347) Frederic Bremer (jaren dertig v.d. 20e eeuw).
  • "Zij sneden aan één kant de achterwortels door van het cervicale ruggemerg van apen .... De dieren hadden geleerd om een electrische schok te voorkomen ... Na de operatie lukte het aanvankelijk niet om de schok te voorkomen...  (p.369) Taub en Berman (1968). 
  • "Lawrence en Kuypers (1968) hebben de piramidebaan bij apen doorgesneden, net boven de kruising in de hersenstam ... Het meest desastreus was het effect op de vingerbewegingen." (p.301)
  • "Als je een rat een toon laat horen die even later gevolgd wordt door een electrische schok, blijft hij onmiddellijk stilstaan –haren overeind– als hij bevroren is. LeDoux trainde zijn ratten en maakte een beschadiging in de auditive cortex. ... enz. (p.371–372) Le Doux (1996) The Emotional Brain
  • "Ook jonge katjes, waarbij het ruggemerg al na één tot twee weken na de geboorte werd doorgesneden ... " (p.479)  (1985)
  • "Het is een spinale hond, zijn hersenen zijn weg." (p.311) (1961)

De 21e eeuw: 

Wrede dierexperimenten behoren niet tot het verleden. Want Brunia vertelt dat de experimenten van Flourens in de 19e eeuw, nl. "gecontroleerd beschadigen en stimuleren, tot op de dag van vandaag routine het lab zijn." (p.189). Routine!


conclusie?

De citaten vormen slechts een onvolledige opsomming van wat er in het boek te vinden is. Voor de volledige opsomming zie noot [1].  
Wat kunnen we hieruit concluderen? Vivisectie in de hersenwetenschap is algemeen vanaf de 16e eeuw tot nu. Zonder vivisectie was de ontwikkeling van de hersenwetenschap waarschijnlijk onmogelijk [maar zie: 6]. De geschiedenis van de hersenwetenschap is de geschiedenis van de vivisectie. 
Ten tweede: het is een uitzondering wanneer de experimentator zelf melding maakt van het feit dat het 'geen pretje' is voor het dier (tenminste voor zover het door Brunia geciteerd wordt) [7]. 
Ten derde: Brunia beschrijft en citeert al deze experimenten zonder enig oordeel over de morele toelaatbaarheid. Zelfs zonder te melden dat er überhaupt een moreel probleem bestaat.



moreel toelaatbaar?

Maar, wat vindt prof. Brunia eigenlijk van de morele toelaatbaarheid van dierexperimenten? Hij doet er geen rechtstreekse uitspraak over [12]. Mag je eigenlijk wel verwachten dat hij een moreel oordeel geeft over dierexperimenten in een boek dat over de geschiedenis van hersenonderzoek gaat? Horen subjectieve morele oordelen wel thuis in zo'n boek? Wel, het boek bevat veel persoonlijke details: ieder hoofdstuk begint met autobiografische anecdotes of soms zelfs gedichten. Brunia vertrouwt ons toe dat hij een liefhebber is van klassieke muziek, jazz, toneel, kunst, poëzie, een glaasje Pernod, Pouilly Fumé, bonbons, zeetong en pijproken. Als dat thuishoort in het boek, dan zou een korte ethische afweging veel méér op zijn plaats zijn. Toch vermeldt Brunia nergens dat de experimenten in het verleden onnodig wreed waren. Vermoedelijk vindt hij dat er niets mis is aan dierexperimenten. En dat kan verklaren waarom hij er zo open over schrijft. Hij heeft niets te verbergen. Als je er voor schaamt wat er vroeger in naam van de wetenschap allemaal met dieren gedaan werd, zul je het waarschijnlijk weglaten om je vak niet in een kwaad daglicht te stellen. Ik vind ook geen aanwijzingen dat Brunia geïnteresseerd is in verdoving of pijnbestrijding van proefdieren.

'anti-vivisectionisten'

Maar Brunia zegt indirect wel iets over 'antivivisectionisten' in noot 68 achter in het boek: "Dat er sprake was van een hond, heeft Dixon er niet bij verteld. De manier waarop het dier aan zijn einde kwam, was nogal heftig en waarschijnlijk heeft hij het niet verteld om reacties van de antivivisectionisten te ontlopen," (p.477). Nog een indirecte aanwijzing: in het begin van het boek staat een sleutelpassage:
"Wie wel eens geprobeerd heeft met dierenactivisten te praten over het nut van dierproeven weet hoe zo'n discussie ongeveer verloopt." (p.62)  
De suggestie is dat iedereen die tegen dierproeven is, een 'dierenactivist' is en die zijn zo onredelijk, daar valt niet mee te praten! Ontnuchterende conclusie: het lijkt dat voor Brunia vivisectie géén moreel probleem is. Dat dieren pijn lijden is niet het probleem, maar de anti-vivisectionisten zijn het probleem. Nog erger: in de volgende uitspraak van Brunia klinkt zelfs enige humor door: 
"U hebt intussen wel begrepen dat het reflexonderzoek een groot aantal kikkers het leven heeft gekost. Nieuwe aanvoer is alleen maar gegarandeerd als hun seksuele activiteit op peil blijft" (p.177-178)
'Aanvoer'! Alsof het om de bevoorrading van den supermarkt gaat. Elders komt Brunia met een losse opmerking die als motto voor zijn boek zou kunnen dienen:
"Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met kikkers." (p.272). 
Ik had graag gezien: "Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is helaas bezaaid met dode kikkers." Op zijn minst. Maar dat is kennelijk teveel gevraagd. Dat kon er niet af. Waar hij wel wakker van ligt is of het experiment wetenschappelijk verantwoord is: "Dat onderzoek was erg bloederig en zeker niet optimaal om betrouwbare resultaten te krijgen." (p.247) [5]. In één zeldzame passage klinkt toch net iets anders door:
"We hebben er veel van geleerd: de kikkers hebben antwoorden geproduceerd op onze niet altijd even vriendelijke vragen." (p.160).
'Niet altijd even vriendelijke": dat is het eufemistische understatement van de eeuw! Je zou het –zeer welwillend– kunnen interpreteren als een mislukte poging om die talloze proefdieren te bedanken die hun leven hebben gegeven voor het geluk van de mensheid [8]. Maar helaas, er is in de verste verte geen sprake van een behandeling van het ethische probleem: Mag de mens ten behoeve van zichzelf andere dieren opofferen? Vooral het meest intelligente dier dat als enige uitgerust is met moreel besef, zou zich deze vraag moeten stellen.

ethische redenen

Heeft prof. Brunia nog nooit gehoord van ethiek? Toch wel:
  • "Om ethische redenen kunnen we bij mensen bijna nooit direct de activiteit van de spiegelneuronen meten... (p.395)
  • "Je kunt het ook anders aanpakken, althans bij proefdieren ..." (p.417).
  • "Toen hij met zijn medewerkers de spiegelende hersengebieden bij de mens ging onderzoeken, kon hij niet teruggrijpen op zijn vertrouwde celregistraties." (p.385).
Kennelijk gaat ethiek uitsluitend over mensen. Prof. Brunia vertelt ons niet –in een boek van 526 pagina's– waarom die ethische redenen niet voor het dier gelden [9].

Prof. Brunia heeft geen last van empathie met dieren [13]. De wetenschappelijke nieuwsgierigheid verdringt de eventuele empathie. Voor hem zijn dieren een gebruiksartikel die je gewoon kunt bestellen en verbruiken in hoeveelheden die alleen beperkt worden door de kosten. Dit valt me ontzettend tegen van iemand met de intelligentie en algemene ontwikkeling als prof. Brunia. Het is raadselachtig en triest. Hij moet toch weten als neuroloog dat dieren pijn kunnen lijden? Hij moet toch weten dat wetenschappers al jaren alternatieven voor vivisectie aan het ontwikkelen zijn? [11]. Hij is waarschijnlijk opgegroeid in een tijd dat er nog geen ethische commissies waren [10]. Maar, dankzij deze houding vertelt hij nietsverhullend over proefdiergebruik in de hersenwetenschap.



Slotvragen:

  • mag een wetenschapper doen met dieren wat een burger door de wet verboden is?
  • wat is het belang voor de dieren zelf van al deze dierproeven? wat hebben dieren er aan dat mensen geneesmiddelen hebben voor menselijke ziektes?
  • hoeveel mensen zijn er bereid medische experimenten te ondergaan waar ze zelf geen belang bij hebben, maar uitsluitend anderen? laat staan ten behoeve van een andere (dier)soort?
  • moeten mensen die profiteren van proefdieronderzoek niet zelf de lasten dragen? Dus: experimentele medicijnen uitproberen op zichzelf volgens het principe de lusten, maar ook de lasten? 

Stichting Proefdiervrij:


In januari 2012 meldde de Stichting Proefdiervrij dat ze "geen acties voeren tegen" dierproeven, maar de nadruk leggen op het vervangen van proefdieren en vooral voor alternatieven zullen strijden, bijvoorbeeld door modern innovatief onderzoek te stimuleren. [22 mrt 2015]


Ingezonden brief prof Brunia over vivisectie:

Hier vindt U een pdf van een ingezonden brief van prof Brunia en Jan Hoeijmakers, waarin vivisectie wordt verdedigt en zgn. 'dierenactivisten' worden aangevallen. (met dank aan Roeland)


Postscript 

25 maart 2015

In het laatste college had Brunia (op verzoek) zijn mening over vivisectie verteld. Hij is voorstander van vivisectie op chimpansees. Zijn argument om vivisectie te rechtvaardigen was een tegenvraag: Bent U gezond? Als U tegen vivisectie bent mag U geen geneesmiddelen gebruiken die getest zijn op dieren. Bijvoorbeeld als het gaat om AIDS. Volgens Brunia komt het immuunsysteem van chimpansees overeen met dat van de mens, waardoor AIDS geneesmiddelen op chimpansees getest kunnen worden. Daarom is Brunia tegen het verbod op proeven met chimpansees dat in de Tweede Kamer is aangenomen. Daardoor is het onderzoek naar Amerika uitgeweken. 
Mijns inziens heeft Brunia met zijn tegenvraag de oorspronkelijke vraag naar de morele toelaatbaarheid van vivisectie op dieren niet beantwoord. Of sommigen wel/niet in overeenstemming met hun idealen handelen is een ander vraagstuk dan de morele toelaatbaarheid van dierproeven.

Na afloop van het laatste college had ik een kort gesprek met prof. Brunia over vivisectie. Hij heeft zelf nooit vivisectie op dieren gedaan. In het lab in Tilburg waar hij werkte werden gedragsproeven met dieren gedaan, geen vivisectie. Mijn vragen over het verschil in immuunsysteem chimpansee mens kon hij niet goed beantwoorden. Hij is geen expert in de immunologie. Daarmee wordt de basis van proeven op chimpansees dubieus. Ik vroeg hem of hij bereid was om proeven te ondergaan voor het testen van geneesmiddelen voor ziektes bij chimpansees. Er kwam niet een duidelijk antwoord. 
Voor zover hij op de hoogte was van alternatieven voor dierproeven (computersimulatie, celkweek, etc) meende hij dat de resultaten daarvan te optimistisch ingeschat werden. Maar, ik heb aanwijzingen dat de voorstanders van vivisectie het belang van dierproeven voor menselijke geneesmiddelen schromelijk overdrijven [6].
De vele beschrijvingen van vivisectie in zijn boek heeft hij bewust niet weggelaten omdat ze nu eenmaal een historisch feit zijn. En vermoedelijk om aan te tonen dat, hoewel die experimenten afschuwelijk waren, vivisectie noodzakelijk is voor de vooruitgang van de wetenschap en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. Daardoor is zijn boek –mijns inziens– onderdeel geworden van zijn pro-vivisectie agenda. Het probleem is dat hij in zijn boek geen expliciete verantwoording  gegeven heeft.
Mijn algemene indruk is dat de mening van prof Brunia over vivisectie niet beter is dan die van mijn buurman.


Noten

  1. pagina 68, 113, 118, 128, 129, 130, 131, 142, 149, 150, 160, 166, 168, 172, 176–180, 182, 185, 189–196, 221, 222, 225, 228, 231, 247, 259, 262, 265, 269, 270, 272, 273, 275, 278, 287, 289, 301, 309–313, 329, 336, 347, 364, 369, 371, 372, 377, 381, 383, 385, 395, 402, 417.
  2. G.G. Berntson et al The decerebrate human: associative learning, Experimental Neurology, Volume 81, Issue 1, July 1983, Pages 77–88
  3. Decerebrate Cat walks and exhibits multiple gait patterns, luguber youtube filmpje zodra je je realiseert wat hier gaande is. Zie ook de commentaren! 
  4. Decerebration: kort wiki artikel
  5. Bijvoorbeeld: citaat in noot 85 van hoofdstuk 3: "Diese Versuche sind bei höheren Thiere die grausamsten welche mann erdenken kann." (p.466)
  6. Maar zie deze pagina met veel publicaties over onnut dierexperimenten.
  7. Ook hier maakt Brunia zich meer zorgen over de reproduceerbaarheid van het experiment dan het lijden van het proefdier: "Het bloedverlies en de treurige omstandigheden waaronder zo'n experiment moet worden gedaan als je met jonge honden werkt." (p.172). Nota bene!
  8. Je zou als eerbetoon aan al die miljoenen proefdieren die er in de afgelopen eeuwen opgeofferd zijn voor de mensheid een erebegraafplaats moeten inrichten met een houten kruisje voor ieder dier. Om het zichtbaar te maken en niet te vergeten.
  9. Pas echt luguber wordt het wanneer Brunia schrijft over 'een gedecerebreerd mens' (p.310). Wat is een gedecebreerd mens? Brunia legt het niet uit. Waarschijnlijk een mens waar door welke redenen dan ook de verbinding van hersenen met het ruggemerg verbroken is. Durft hij het niet te vertellen? Of gaat hij er van uit dat iedereen het weet? Ik wist het niet. Eerder schreef hij over een 'onthersende kikker' (p.176) en de 'spinale hond': zijn hersenen zijn weg (p.311). Ik kon via google maar één publicatie vinden waarin  'decerebrate human' voorkomt [2,3,4].
  10. "There is also a shocking nostalgia for the days before ethical committees on animal research, when cats were gathered 'from the alley'." bron: Douwe Draaisma reviews Tales from Both Sides of the Brain: A Life in Neuroscience, Michael S. Gazzaniga, Ecco: 2015. 
  11. Er is een Stichting Proefdiervrij die streeft naar de vervanging van proefdieren door alternatieven. Ik heb me gelijk opgegeven als donateur. [toegevoegd: 19 mrt 2015] 
  12. Een lezer maakte mij er op attent (zie: comments) dat Prof Brunia in de NRC van 12 september 2005 een opiniestuk publiceerde 'Jaag innovatieve bedrijven niet naar de VS' waaruit duidelijk blijkt dat hij een fanatiek verdediger is van vivisectie en iedereen aanvalt en verdacht maakt die daar anders over denkt [toegevoegd 19 mrt 2015]
  13. In het college 23 mrt bekende Brunia: "Ik ben er buitengewoon slecht in om intenties van mensen af te leiden uit gedrag". [toegevoegd 25 maart 2015]

Vorig blogs over dit onderwerp: