Nieuws

2 dec 16 dwdd university Robbert Dijkgraaf zeer boeiend college: terugzien!
21 nov 16: Persbericht: KNAW: genome editing vraagt om publiek debat en heldere regelgeving
18 nov 16: Volkswagen schrapt 30.000 banen door dieselschandaal en transitie naar elektrische auto
16 nov 16: 100.000e elektrische auto rijdt op de Nederlandse weg (AD)
10 nov 16: Is Erik Verlinde de nieuwe Einstein? Sterrenkundige Margot Brouwers resultaten wijzen er op dat Verlindes theorie klopt!
8 nov 16: Nederlander Erik Verlinde komt met baanbrekende theorie over zwaartekracht
8 nov 16: Chimpansees winden draderige algen als spaghetti om een stokje nrc
6 nov 16: The Origami Code. NPO 2 Zondag 6 nov 2016 19:15. Kijk de aflevering hier terug. Is zeer de moeite waard!

*) zie hier. [ Archief Actualiteiten ]

15 december 2010

Der geist der stets verneint. Weglaten, verkeerd weergeven, verdraaien, misleiden

gastbijdrage Gerdien de Jong

Het probleem met een boek als Evolutie - Het nieuwe studieboek uitgegeven door de Stichting De Oude Wereld is dat de biologie op allerlei manieren verdraaid wordt om de vooroordelen van de creationistische schrijvers, Reinhard Junker en Siegfried Scherer, hoe dan ook te onderbouwen. Geen enkele onderbouwing van evolutie is toegestaan. Alle aanwijzingen moet betwist worden. Dat levert al met al geen inzicht in de biologie op, maar dat zal ook niet de bedoeling van het boek zijn.
Hier volgt een hele kleine greep uit de vele mogelijke voorbeelden van vreemde biologie.

In hoofdstuk 10.2 van J&S gaat het over indeling van organismen op basis van moleculaire gegevens. Daar worden voornamelijk de voetangels en klemmen van de methoden benadrukt. Er wordt geen voorbeeld van een geaccepteerde moleculaire indeling gegeven. Toch is conclusie 7 op blz 181:
"De moleculaire systematiek heeft zeer succesvol vele verwantschapsrelaties kunnen verklaren. De beste resultaten liggen op het terrein van micro-evolutie, dus binnen hypothetische basistypen"
Dat is een heel vreemde conclusie, want de spectaculaire resultaten liggen bij de grote patronen, dus bij wat soms macro-evolutie genoemd wordt. Spectaculaire resultaten zijn de moleculaire indeling van de walvissen binnen de evenhoevigen, de indeling van de zoogdierordes , en van de insecten binnen de kreeftachtigen. Geen van deze spectaculaire resultaten worden behandeld: het gaat om indelingen bewerkt en bevestigt vanaf 1995, zodat het weglaten van deze resultaten in een boek van 2006 dat evolutiebiologie pretendeert te behandelen geen vertrouwen geeft in een onbevooroordeelde benadering.
Vreemd genoeg, zie de bovengenoemde conclusie van blz 181, wordt wel de nieuwe moleculaire indeling van het hele dierenrijk gegeven, in figuur 9.5 op blz 135. Er wordt niet bijgezegd dat dit een spectaculair resultaat van de moleculaire systematiek is.
figuur 9.5 blz 135, indeling van de bilateraal symmetrische dieren
In hoofdstuk 9 gaat het op blz 135 om iets anders dan moleculair indelen. Figuur 9.5 is direct uit een besproken artikel gehaald:

Origineel van figuur 9.5, Raible et al 2005 [2].
Schema van de moleculaire indeling van de bilateraal symmetrische dieren.
De Acoela (de planaria’s) behoren niet tot een van de grote groepen.



Dan komen er vragen naar voren. Hebben Junker en Scherer wel gezien dat dit de moleculaire indeling is? Zo ja, deed een zekere inconsistentie in de behandeling van de stof er niet toe?

Embryonale ontwikkeling

In hoofdstuk 11 van J&S gaat het over evolutie en embryonale ontwikkeling. Dit hoofdstuk is het wetenschappelijke dieptepunt van het boek. Het hoofdstuk bestaat uit creationistische hobby's zonder verwijzing naar modern evolutie-&-ontwikkeling onderzoek. De helft van dit hoofdstuk wordt besteed aan 'recapitulatie' en 'de biogenetische grondwet' - begrippen die 100 jaar verleden tijd zijn.
Embryo's van een groep komen overeen, en komen het sterkst overeen in een stadium dat phylotype genoemd wordt. Voor de vertebraten komt het phylotype-stadium overeen met het morfologische pharyngula-stadium. In het pharyngula-stadium bezitten alle embryo's van gewervelde dieren een notochord, een holle zenuwbuis aan de rugzijde van het notochord, een staart achter de anus, en een serie kieuwbogen. De embryo's van de verschillende vertebraten komen sterk overeen in bouw. Deze overeenkomst wordt altijd door creationisten ontkent, op grond van niet ter zake doende verschillen in voornamelijk vorm. De homologie in de embryo's van de gewervelde dieren gaat heel ver. In het pharyngula stadium hebben alle embryo’s van gewervelde dieren een aantal kieuwbogen; er zijn er vier tot zes zichtbaar; en bij vier zichtbare kieuwbogen werkt de interne anatomie met zes kieuwbogen.


Pharyngula menselijk embryo; T.W. Sadler, 1995.
Langman's medical embryology. figuur 5.18 blz 82.
A: kieuwbogen te zien;
B: Dooierzak;
Nutritional role only early stages.

Middenoor
 
De bouw van het middenoor is heel belangrijk voor de positie van de zoogdieren binnen de vertebraten. Alleen zoogdieren hebben drie middenoorbotjes, hamer, aambeeld en stijgbeugel.. Alle andere tetrapoden hebben één middenoorbotje, overeenkomend met de stijgbeugel. Hamer en aambeeld van zoogdieren komen overeen botten bij de reptielen (etc): de hamer met het articulare van de onderkaak en het aambeeld met het quadratum in de schedel. Quadratum en articulare vormen bij reptielen het onder-bovenkaakgewricht. Het angulare, een ander onderkaakbot bij reptielen, vormt bij de zoogdieren de tympanische ring om het trommelvlies. Bij zoogdieren wordt het kaakgewricht gevormd door het dentale en het squamosum in de schedel.
Campbell & Reece, figuur 34.30
Embryologisch worden hamer en aambeeld gevormd overeenkomend met botten van de eerste kieuwboog - net als het kaakgewricht bij reptielen. Dit is sinds 1837 uit de studie van de embryonale vorming bekend. Het is anatomisch onderbouwd doordat de bij de eerste kieuwboog behorende spieren en zenuwen te maken hebben met het middenoor. Ook is het onderbouwd aan de hand van genexpressie, oa van Hox genen, in de 90-er jaren. In J&S wordt een obscure anatomische studie uit 1984 opgevoerd, die de consensus [3]  van eerdere en latere studies tegenspreekt.

Het is een sluitend bewijs voor de evolutie van de zoogdieren dat de overgang van kaakgewricht naar middenoorbeentjes zowel embryonaal als in de fossielen te volgen is. Uiteraard wordt ook de overgang in de fossielen ontkend - ook iets dat al bijna 100 jaar aanvaard wordt. J&S erkent wel dat pelycosauriers, therapsiden en vroege zoogdieren in de tijd een serie vormen die steeds zoogdier-achtiger wordt. J&S geeft ook toe dat het primaire kaakgewricht kleiner wordt en vervangen door een secundair kaakgewricht. Desondanks beweert J&S dat er geen fossiele bewijzen bestaan voor de omzettng van de oorspronkelijke botten van boven- en onderkaak in de botten van het middenoor. Het eigenlijke probleem is: wat zou voor creationisten ooit als bewijs gelden? Ook Yanoconodon en Maotherium [4]  niet?



Kaakbotjes bij vroege zoogdieren: Luo et al Nature 446 (2007) 288-293;  figure 3
a: onderkaak Morganonucodon (Trias);
b: onderkaak Yanoconocon (Krijt);
c: oorbotjes vogelbekdier (huidig);
d: onderkaak Repenomamus (Krijt );
e: Meckel's kraakbeen Repenomamus;
f: verbeend Meckel's kraakbeen Yanoconodon;
g: middenoor Yanoconodon;
h: middenoor vogelbekdier;
i: embryonaal middenoor + onderkaak vogelbekdier.



biogeografie

Er is een klein hoofdstuk over biogeografie. Daarbij noemt J&S wel platentektoniek en continentverschuiving, maar laat na te vertellen hoe die continenten dan bij elkaar zaten en hoe schoven. Pangaea, Gondwana en Laurasia worden niet genoemd. De voorbeelden blijven beperkt tot buideldieren en Madagascar. Omdat Pangaea en Gondwana niet genoemd worden, klinkt de oorsprong van de buideldieren in Noord-Amerika, verspreiding over een landverbinding via Antarctica naar Australie redelijk vreemd. Bovendien kan bij ontbreken van Gondwana verspreiding van tropische genera over twee of meer plantengeografische regio's tegen evolutie uitgespeeld worden.

Ach: een goede weergave van evolutiebiologie viel niet te verwachten. 




(deel 1 werd gisteren 14 december gepubliceerd)
 

Noten
  1. http://evolutiebiologie.blogspot.com/2010/10/het-raadsel-van-de-rode-panda.html   http://evolutiebiologie.blogspot.com/2009/12/noord-en-zuid-oost-en-west.html    http://evolutiebiologie.blogspot.com/2009/12/vleermuizen-en-walvissen.html
  2. F. Raible et al 2005 Vertebrate-type intron-rich genes in the marine annelid Platynereis dumerilii. Science 310: 1325-1326 
  3. Takechi M, Kuratani S, 2010. History of Studies on Mammalian Middle Ear Evolution: A Comparative Morphological and Developmental Biology Perspective. Journal of Experimental Zoology. par B. Molecular and Developmental Evolution 314B: 417-433 
  4. Z-X Luo P.Chen, G. Li & M. Chen, 2007. A new eutriconodont mammal and evolutionary development in early mammals. Nature 446: 288-293. Ji Q, Luo ZX, Zhang XL, et al, 2009. Evolutionary Development of the Middle Ear in Mesozoic Therian Mammals. Science 326: 278-281

9 opmerkingen:

Jan Riemersma zei

Het tijdschrift Synthese heeft een special over Intelligent Design uitgebracht:

http://www.springerlink.com/content/j06243m01137/

gert korthof zei

Gerdien,
het valt mij op dat het veel slechter gesteld is met de wetenschappelijke integriteit dan ik mij herinner van eerdere recensies van de Duitse versie van het boek. Ben jijzelf daar ook anders over gaan denken nu je het boek gedetailleerd heb bestudeerd?

gert korthof zei

Jan, bedankt!
Het gaat niet alleen over ID.
Er komen een aantal bekende namen voor die we kennen van Panda's Thumb en NCSE.
Geen ID-ers zo te zien?
Het vreemde is dat het om Synthese 2011 gaat maar (sommige) bijdragen zijn van 2009.

Gerdien de Jong zei

@Gert
Bij grondige lezing blijkt het veel slechter dan eerst gedacht. Dat is omdat de hoofdstukken een veel gebalanceerder overzicht van evolutiebiologie beloven dan veel bona fide evolutiebiologie boeken, die vergelijkende morfologie en paleontologie nauwelijks behandelen. Aan mix van beloofde stof die aansluit bij interesse van de mensen is het niet te verslaan. Het enige boek dat dan in de buurt komt is The Tangled Bank, 2010, van Carl Zimmer.
Evolutie van de zoogdieren bv wordt niet behandeld in Freeman & Herron 2007 Evolutionary Analysis of Barton et al 2007 Evolution. Studenten moeten terugvallen op het algemene eerstejaarsboek Campbell & Reece Biology, of een paleontologieboek.

Eelco zei

@Jan:
dank voor die link !
Interessante artikelen, en nog vrij te lezen ook.

Terrence zei

Goede review.

Ik begin zelf nooit met hoge verwachtingen aan een boek dat geschreven is door creationisten. Zo wordt ik ook niet teleurgesteld en kan het alleen maar meevallen (ik lees nu Genetic Entropy van Sanford en deze valt aardig mee tot nu toe).

Ik heb wel even een vraagje. Die obscure studie uit 1984 die tegen andere kennis van de evolutie van het zoogdier gehoor ingaat, welke is dat? Ik ken een blogger die namelijk vertelde dat er zo'n studie was, maar wilde zelf de bron ook niet geven...

Ik zag wel in de Duitse versie dat ze een artikel hadden (uit 2005) die aanduidde dat het laatste gedeelte van de evolutie van het oor in zoogdieren in eierleggende zoogdieren en levendbarende zoogdieren parallel ging. Iets wat erg onwaarschijnlijk is volgens de auteurs van dit boek. Een aantal van de auteurs in die studie kwamen in 2008 met een nieuwe studie waar ze dit weer tegenspraken. Ik vraag me af wat ze daarmee gaan doen.

Verder zag ik (in de online versie van het 2006 boek in het Duits) dat ze als ze endosymbiose bespreken ook een aantal artikelen niet citeren waar de problemen die Junker en Scherer aankaarten besproken en opgelost worden. Zo heb ik zelf een paar zeer uitgebreide artikelen van Cavalier-Smith uit de periode 2002-2005 a 2006 die zij niet bespreken. Wil ik zelf wel wat meer in duiken als ik ook een Nederlandse versie van dit boek tegen kom.

Gerdien de Jong zei

J&S haalt aan voor de ontwikkeling van het middenoor:
Otto, H-D, 1984. Der Irrtum der Reichert-Gauppschen Theorie. Anat. Anz. Jena 155:223-238

In Web-of-Science:
Title: THE MISTAKE OF THE THEORY OF REICHERT-GAUPP - A CONTRIBUTION TO THE ONTOGENESIS AND THE PHYLOGENESIS OF THE TEMPOROMANDIBULARY JOINT AND THE AUDITORY OSSICLES OF THE MAMMALS
Author(s): OTTO HD
Source: ANATOMISCHER ANZEIGER Volume: 155 Issue: 1-5 Pages: 223-238 Published: 1984
Times Cited: 6

Wel aangehaald in Takechi & Kuratani, 2010, het overzicht dat ik noem.

Gerdien de Jong zei

@Terence
De literatuur op de Duitse website van het boek over fossiele zoogdieren is niet bijgehouden: 2006 laatste, veel 20 jaar oud of ouder.

Labyrint zei

Beste Gert, ik wil je graag een persbericht sturen over een aflevering van Labyrint (over evolutie en technologie). Ik heb nergens je contactgegevens kunnen vinden. Zou je anders kunnen mailen naar redactie-labyrint@vpro.nl?

Dank!

Vriendelijke groeten, Julie Hrudova - communicatie Labyrint NTR/VPRO