Nieuws

21 nov 16: Persbericht: KNAW: genome editing vraagt om publiek debat en heldere regelgeving
18 nov 16: Volkswagen schrapt 30.000 banen door dieselschandaal en transitie naar elektrische auto
16 nov 16: 100.000e elektrische auto rijdt op de Nederlandse weg (AD)
10 nov 16: Is Erik Verlinde de nieuwe Einstein? Sterrenkundige Margot Brouwers resultaten wijzen er op dat Verlindes theorie klopt!
8 nov 16: Nederlander Erik Verlinde komt met baanbrekende theorie over zwaartekracht
8 nov 16: Chimpansees winden draderige algen als spaghetti om een stokje nrc
6 nov 16: The Origami Code. NPO 2 Zondag 6 nov 2016 19:15. Kijk de aflevering hier terug. Is zeer de moeite waard!

*) zie hier. [ Archief Actualiteiten ]

21 oktober 2014

Nederlandsche Vogelen (1) Een vernieuwend ornithologisch standaardwerk uit de 18e - 19e eeuw

update: 26 en 29 dec 2014

De Nederlandsche Vogelen. (Grutto op omslag)
Ter vergelijking: een moderne vogelgids.

Het bijzondere van de Nederlandsche Vogelen van Nozeman en Sepp is de raadselachtige en fascinerende combinatie van bewonderenswaardige nauwkeurige en artistieke kleurenafbeeldingen, met vaak verwarrende benamingen van vogelsoorten; de onnavolgbare volgorde van de soorten in het boek; de gortdroge opsomming van lengtematen en aantal eieren afgewisseld met bizarre anecdotes en vaak informele toon; de diepgaande belangstelling voor vogels en tegelijk de volstrekte vanzelfsprekendheid waarmee vogels geschoten, gevangen, gehouden, vetgemest, verhandeld en gegeten worden. Het zijn niet alleen de afbeeldingen, maar ook de tekst die absoluut de moeite waard is. De teksten geven een verrassende blik in de stand van de wetenschappelijke kennis van vogels (ornithologie) eind 18e - begin 19e eeuw. Voor die tijd was het vernieuwend en ambitieus om een encyclopedisch werk van alle in Nederland voorkomende vogels uit te brengen. Het nieuwe was ook dat de tekeningen niet gecopieerd werden uit andere boeken, maar dat ze speciaal voor deze uitgave aan de hand van levende of dode exemplaren gemaakt werden. Het boek verscheen in 5 delen tussen 1770 en 1829 en is nu samengebracht in een 10 kilo zwaar en 816 paginas tellend luxe boekwerk. Ik geef hier een aantal karakteristieke bijzonderheden die vooral leuk zijn voor vogelliefhebbers en voor biologen in het algemeen en voor liefhebbers van oude boeken.

Systematiek en naamgeving: Het systeem van Linnaeus (1707 – 1778) was nog niet de standaard in de biologie die het nu is. Uit de tekst blijkt dat Linnaeus weliswaar als een gezaghebbend wetenschapper werd gezien als het over de classificatie van vogels ging, maar er werden ook andere auteurs met een andere mening geciteerd. Er worden bijna altijd meerdere namen voor dezelfde vogel gegeven. Ook dat geeft verwarring. De indeling van vogels die in het boek gebruikt wordt vereist een nadere studie. Wat het extra lastig maakt is dat zelfs gedurende de 60-jarige periode dat het werk uitkwam de classificatie van vogels herzien werd.
Desondanks zijn er veel Nederlandse vogelnamen die in ruim 200 jaar hetzelfde zijn gebleven: boomklever, kuifmees, gierzwaluw, grutto, draaihals, koolmees, waterhoentje, etc. Helaas hebben vele kostelijke namen het niet overleefd: Strontjager, Vechtenden Strandloper, Schrikvogels, Onweersvogel, Halve-Eend, Madeliefje, Zee-Leeuwrik, Tiet-Leeurik, Scherpbek en nog veel meer...

'Foute namen': 'Gekuifde waterraaf' (nu: kuifaalscholver) is wel zwart, maar is zeker géén raaf. De 'Zwartbekkige Zeezwaluw' is géén zwaluw maar een Grote Stern . 'Sloot-musch' (!) is géén musch, maar de rietgors. De Waterspreeuw is geen spreeuw. 'Gekraagd Roodstaartje' is door de schrijver voor het eerst in dit boek gegeven als vertaling uit het Frans. Jammer dat de afbeelding een onbekende soort is. Er komt zowel een 'tortel' als 'tortelduif' voor in het boek. De tortelduif lijkt toch wel erg veel op een turkse tortel die wat rood is uitgevallen, maar wordt tot de huisdieren gerekend. Het is niet waarschijnlijk dat het een wilde turkse tortel is, want die kwam toen niet voor in Nederland. Door dit soort dingen valt er heel wat te puzzelen en kun je niet gauw zeggen: ik heb het uit!

Soorten en variëteiten: het onderscheid wordt niet altijd duidelijk gemaakt. Ze gebruiken het woord 'verscheidenheden' en later (er zit een groot tijdsverschil in het verschijnen van eerdere en latere delen van het werk) 'variëteit'. Tegenwoordig maken we duidelijk verschil tussen variëteit (vorm), mutant of subspecies noemen. Het aantal witte vogels in het boek is opvallend: 'witte spreeuw' (afbeelding!) , 'witte kievit' (afbeelding!) , 'witte lijster' (afbeelding!), 'witte specht' (afbeelding!), 'witte zwaluwen' , 'witte raven, kraaien, kauwtjes', 'witte ijsvogel' (afbeelding!), 'witte dag-uil'. Het zal wel komen omdat zeldzame afwijkingen een gewild verzamelaars object zijn. Het is vaak duidelijk dat het om zeldzaamheden gaat, maar soms wordt zo'n witte vogel tot soort verheven. De auteur is wel kritisch: hij vraagt zich af of die Witte Specht een vrouwtje specht is of een 'speling der natuur'! 'Speling der natuur' is een voorloper van het moderne begrip mutant. Gekweekte duivenrassen komen er in voor alsof het soorten waren. Al deze variëteiten en subspecies zullen voor Darwin een cruciale rol gaan spelen in zijn evolutietheorie. Maar daar is in dit boek nog lang geen sprake van. Toch is het interessant aandacht te besteden aan wat de auteurs hierover te melden hebben. Nader onderzoek gewenst.

Voliére vogels of huisdieren:  Gallus domesticus (kip), kanarie, kalkoen, pauw, duivenrassen zoals 'De Kropper', 'Paauwduif', 'Kapper' , 'het Meeuwtje' komen voor in het boek uit een soort drang naar volledigheid, maar wel beseffend dat het niet om wilde soorten gaat. Deze soorten vind je niet meer in een moderne vogelgids.

Putters. ©Lannoo/KB

Afbeeldingen: de kwaliteit van de afbeeldingen is vaak zo goed dat ze zondermeer opgenomen zouden kunnen worden in een moderne vogelgids. Voorbeelden: putter en goudhaantje. Heel vaak worden mannetje en vrouwtje afgebeeld, wat natuurlijk een vereiste is als je vogels wilt identificeren. Jongen ('juviniel') worden niet afgebeeld. Dat is standaard in moderne vogelgidsen, voorzover ze een afwijkend verenkleed hebben. Wel vind je dat soms in de beschrijving, bijvoorbeeld de jongen van de koekoek zien er totaal anders uit dan de volwassen vogel (maar: rosse koekoek). De termen 'winterkleed' en 'zomerkleed' komen voor in de beschrijving, maar worden niet afgebeeld.

Ornithologie: er blijkt verrassend veel kennis aanwezig die je niet verwacht. Men kende begrippen als standvogels en trekvogels (ook wel: 'reizende vogels'). Men wist wanneer trekvogels in Nederland aankwamen. Soms wordt genoemd waar de vogels overwinteren. Er staat een waarneming dat een bepaalde soort zich in de winter ingraaft in de bodem van meren of rivieren om daar te overwinteren. Dit soort mythes zijn een uitzondering in het boek. De ambitie was ook de vogels in hun milieu weer te geven, plus hun nesten en eieren. En enkele keer gaat dat fout. Vaak wordt gedrag of zang beschreven, soms door de auteur zelf waargenomen!
 
Voorkomen: de 'Allerkleinste bonte specht' is een zeldzaamheid. De Zwarte Ooievaar is zeldzaam in Nederland, maar is in 1824 gezien en (nota bene!) geschoten. De Grote karekiet: 'zoo gemeenzaam voorkomend'. Het idee 'dwaalgast' kennen ze ook: in 1806 was een sneeuwuil met een zware storm in Amsterdam terecht gekomen en gevangen.

Wetenschap: het boek is fascinerend omdat het een mengel is van wetenschappelijke en informele taal. De ambitie is duidelijk om wetenschappelijk te zijn. Het gaat zover dat de maaginhoud van vogels ('het openen van vogels'!) bestudeerd wordt om te kijken wat hun voedselpatroon is. Het was een 'bijproduct' van het opzetten van de vogels. Daardoor kon men ook het geslacht van vogels vaststellen in gevallen waarbij het niet met behulp van het verenkleed mogelijk is. Wetenschappelijk gezien is dit zeker een vernieuwing.

Compleetheid: SOVON rekent 280 soorten tot Nederlandse vogels. De Nederlandsche Vogelen bevat ruim 200 soorten. Dus, een behoorlijk complete momentopname van die tijd. De uitgever Lannoo/KB heeft een eigen index gemaakt met zowel moderne als namen die Nozeman en Sepp gebruikten. Midas Dekker noemt het ontbreken van halsbandparkieten (logisch: die broeden pas de laatste 10 jaar in Nederland!). Iets interessanter zou zijn op te merken dat de turkse tortel ontbreekt (in 1949 eerste broedgeval in Nederland). Verder ontbreken: zilverreiger, raaf, tjiftjaf, fitis, fluiter, glanskopmees, snor. Vooral het ontbreken van fitis en tjiftjaf verbaast mij omdat het zeer karakteristieke voorjaarsvogels zijn en makkelijk aan hun zang te herkennen. De oorzaak is mij niet duidelijk.

Vogels als voedsel: "Geplukt en gebraden zijn zy niet minder smakelijk dan de lijsters en vinken" wordt er over pestvogels (!) geschreven. Over de Witte Srandloper: "Gebraden bevond ik ze een lekkere versnapering naby komende aan de Sneppen". In het najaar worden kieviten gegeten want dan zijn ze ongemeen vet. Zo'n prachtig vogeltje als het puttertje wordt als 'versnapering' gebruikt! Wat zonde zulke mooie vogels! Niets is zo onthullend over de mentaliteit van die tijd als dit soort zaken. Tsja, wat wordt er eigenlijk niet gegeten? De eetbaarheid en smaak worden als kenmerkende eigenschap van de soort opgegeven. Het maakt niet uit of de soort bijzonder, mooi of zeldzaam is. Ik kan een eindeloze hoeveelheid citaten geven van hoe men schreef en dacht over de culinaire eigenschappen van wilde vogels. Het was in die tijd misschien wel een beroep, in ieder geval een bron van inkomsten en een welkome aanvulling op het dagelijkse menu. Overbodig te vermelden dat de smaak van vogels niet voorkomt in moderne vogelgidsen. Evemin worden er in moderne vogelgidsen eieren of nesten afgebeeld.

Jacht: een zeldzame dwaalgast als de Zwarte Ooievaar wordt zondermeer geschoten. Zeldzaamheid is geen bezwaar, in tegendeel, het vergroot de waarde voor de verzamelaar en wetenschapper! Behalve jacht wordt er ook melding gemaakt van wrede gewoontes: "Onze boerenjongens slaen hen [gierzwaluwen] op den grond dikwils met een stok dood want gemeenlijk zijn zy'er bang voor". Anno 2014 kriijgt een boek over gierzwaluwen de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek. Wat een hemelsbreed verschil in mentaliteit. Ik zal niet meer voorbeelden van wreedheid geven, want je wordt er depressief van. Hoe kun je je levenswerk maken van het nauwkeurig beschrijven en afbeelden van vogels en tegelijk zo'n gebrek aan respect tonen voor hetgene je bestudeert?

Bewondering: behalve dat auteurs inzien dat vogels nuttig kunnen zijn, zoals uilen die muizen eten en zo de oogst sparen, genieten ze ook van de zang van nachtegaal, zwartkop en leeuwrik. De Roodstaert is een sierlijk vogeltje. De tamme of knobbelzwaan is een sierlijke vogel. Bewondering voor vogels wordt zo nu en dan terloops vermeld. Je zou verwachten dat bewondering voor vogels niet samengaat met het schieten van vogels. Wat je bewondert, maak je niet dood [1]. Inderdaad de Bonte of gevlakte leeuwrik die zo bekoorlyk zingt, moet je niet doodschieten (er zit sowieso weinig vlees aan!). Maar de meerderheid der soorten wordt routinematig geschoten. Dat begrijp ik niet. De vogelliefhebber anno 2014 gebruikt verrekijker en fototoestel, géén geweer. Hoe is dat zo gekomen?

Vogelbescherming: de blauwe reiger valt onder 'Edel Gevogelte', en het is daarom niet toegestaan hun nesten te verstoren of te beroven. Een nationale wetgeving ter bescherming van vogels bestond niet. Een enkele keer wordt melding gemaakt van een verordening om alleen om de twee jaar een bepaalde soort te schieten om de voorraad niet uit te putten. Zijn we er in de laatste 200 - 250 jaar echt zo veel op voouitgegaan? We verhandelen nog steeds uilen, ooievaars op markplaats.nl. Maar er is nu nationale en internationale wetgeving en de Partij voor de Dieren heeft er voor gezorgd dat wrede volkspraktijken verboden zijn.

Bijbel: Verwijzingen naar de Schepper en de Bijbel zijn zeldzaam, maar ze zijn er wel. Zo wordt over de (wilde of knobbel-) zwaan geschreven: "Door den Schepper daargesteld om op het water haar verblijf te houden".  Een prachtige, bijna ontroerende filosofische uitspraak: "Waartoe tog zoo veel verscheidenheids in de werken der scheppinge?". De vraag is 200 jaar later nog steeds actueel: Waarom zijn er zoveel soorten? vraagt Menno Schilthuizen zich af. Ik zal het hele citaat in een volgend blog geven omdat het zo mooi is en omdat het zoveel zegt over de denkwijze van die tijd.

DE NEDERLANDSCHE VOGELEN online
Later ontdekte ik dat het origineel bij de KB online staat en door te bladeren is.
Dit is een uitkomst voor ieder die het boek wil doorbladeren zonder het te kopen. Het enige nadeel is dat de huidige Nederlandse en wetenschappelijke namen van de vogels meestal afwijken van die in de originele NV en die staan alleen in de papieren uitgave. Handig overzicht van de pagina's: index deel 1, etc. Toelichting over het boek op de KB website. [update 26 dec 2014]  

De online versie is zeker een uitkomst aangezien de papieren editie uitverkocht is. Bol.com heeft zgn tweede hands exemplaren in de aanbieding voor 100 Euro duurder dan de normale prijs. Het is niet duidelijk of er een herdruk komt. De uitgever Lannoo heeft het boek geheel verwijderd van zijn website. Ook op de website van Vogelbescherming is het boek niet meer te vinden. In de NRC webshop staat het boek nog wel, maar is 'niet leverbaar'. Volgens boekhandel Paagman, Den Haag, zal een herdruk op 30 april 2015 verschijnen. In het museum Meermanno kan men de Nederlandsche Vogelen nog doorbladeren tot 4 Jan 2015. Zie ook dit introductie fimpje. [29 dec 2014]

Dankwoord
We hebben dit kostbare en kostelijke boekwerk aan Jan Lahmeyer te danken en aan een misverstand. Hij vroeg ons of we "het boek bij de tentoonstelling" wilden hebben. In de veronderstelling dat het om een standaard catalogus van A4 formaat ging, zeiden we argeloos: Ja, doe maar! Het bleek een 10 kilo zwaar 816 pagina's tellend luxe boekwerk te zijn. En zo is dit werk in ons bezit gekomen. Dit is naar waarheid opgetekend op den 21e Oktober van het Jaar 2014.

Noten
  1. "Ofschoon alle dieren onze bewondering waardig zijn, ... " opent de beschrijving van de pauw (p.787). De Paauw staat bovenaan op de lijst van mooiste vogels. Tegelijk: "De paauwenjacht is op Java, Sumatra en Bengalen een groot en bijzonder vermaak" (p.789). Hoe kunnen ze dat combineren?

2 opmerkingen:

Bert Morrien zei

Vogeltjes waren vogelvrij.
Ik herinnerde mij de spreeuwen pot
http://dierenindetuin.nl/spreeuwenpot.html
en de gewoonte om op wat grotere schaal vogeltjes ter consumptie te vangen. Blijkbaar een praktijk die over de hele wereld in zwang was en hier en daar nog steeds is.
http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Pieter_Brueghel_de_Jonge_-_Winterlandschap_met_vogelval_%28Christie%27s_2012%29.jpg
http://www.pecheur.com/nl/be/verkoop-jacht-vallen-vogelval-3675,0,0,0.html
http://www.canstockphoto.nl/met-de-hand-gemaakt-vogel-val-8918830.html

Bij de mooie plaatjes moet je bedenken dat die waarschijnlijk allemaal naar dooie vogeltjes getekend zijn, foto's maken was er niet bij en alleen dooie vogeltjes bleven mooi stil zitten.

gert korthof zei

Bert, dank voor de links! Schokkend dat je nu nog steeds van die afschuwelijke vogelklemmen kunt kopen op het internet! Lieve help wat een barbaren zijn dat! Dat moest verboden worden.

Je hebt gelijk dat de tekeningen ws allemaal naar dode of opgezette vogels getekend zijn, maar vergeet niet dat dat al een vernieuwing in de ornithologie was! Vergeet niet dat natuurhistorische musea nu nog steeds miljoenen dode dieren in hun archieven hebben (Naturalis!). Wetenschappelijk onderzoek (anatomisch) is niet mogelijk zonder dode dieren te bestuderen.