17 maart 2015

Prof. Kees Brunia over vivisectie: Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met kikkers

Postscript 25 maart
Fig 1.46. Harvey geeft onderricht over de
cirkelgang van het bloed. Er ligt een (levend?) ree op tafel.
Het boek van Kees Brunia Het Brein (2015) is een goudmijn voor onderzoek naar vivisectie in de hersenwetenschap en vooral in de geschiedenis van het vakgebied. Als je het woord 'vivisectie' opzoekt in de index dan staat er gek genoeg maar één paginaverwijzing. Ik telde niet minder dan 63 pagina's waar vivisectie beschreven wordt [1]. Een vreemde zaak.


Fig 3.8. Luigi Galvani.
Het contact tussen een zenuw en een spier via
twee bogen van een verschillend metaal geeft
spiercontractie (kikker).
Ik definieer vivisectie als het experimenteren met levende dieren dat met ernstig ongemak voor het proefdier gepaard gaat of waarbij ze onherstelbaar beschadigd raken, met het doel wetenschappelijke of medische kennis te vergaren. Overigens kunnen 'dieren' in principe ook mensen zijn. Dat gaat vaak gepaard met snijden in het dier. Maar het kan ook om gedragsexperimenten gaan met een intact dier, waarbij bijvoorbeeld electrische schokken worden toegediend.
Fig 3,7. Luigi Galvani. De eerste afbeelding van zijn
proefopstelling uit zijn Commentarius (1791)
Het boek van Brunia gaat over hersenonderzoek met een aanloop van ongeveer 3000 jaar. Brunia citeert veel onderzoekers uit het verleden en als er vivisectie in voorkomt worden die niet gecensureerd. Hij maakt er geen geheim van. Vivisectie passages komen meestal en passant voor in beschrijvingen van experimenten.

In de 16e eeuw:

"Een dag later deed hij de laatste sectie op een levende hond – dat was echte vivisectie. ... (Brunia, p. 68):
  • "Als ik de tweede zenuw doorsnijd, is het blaffen afgelopen, maar pas op, hij kan nog wel bijten." (p.68) Andreas Vesalius (1514-1564) 
In de 17e eeuw:
  • "Toen Jan Swammerdam (1637– 1680) bij Thévenot in Parijs op bezoek was, liet hij de verbaasde toeschouwers zien, dat het hart van een kikker buiten het lichaam kon blijven kloppen." (p.270). 
  • "Jan Swammerdam had aan een geleerd gezelschap laten zien dat een kikker nog kan zwemmen als je het hart uit zijn lijf haalt" (p.287).
  • "Als je de zenuw van het middenrif van een levende geopende hond ..." (p.131)
  • "In het andere experiment, dat ik niet vlug opnieuw zal doen, omdat het zo gruwelijk was, gebruikte ik een blaasbalg, waarmee ik de longen vulde en weer leeg liet lopen. Ik kon het dier [een hond], zolang ik dit deed, in leven houden, nadat ik ook de nodige ribben had weggezaagd en de buik had geopend. Het was mijn bedoeling een beeld te krijgen van de aard van de ademhaling. Ik ben niet geneigd het een tweede keer te doen, omdat het zo'n marteling is voor het dier. Het is zeker belangrijk om dit werk voort te zetten, maar alleen als we een methode hebben om het dier rustig te krijgen, zodat het niets zou voelen." (p.118). Robert Hooke, 10 nov 1664.
De 18e eeuw:
  • "Sinds 1751 heb ik wel 190 experimenten gedaan op dieren en telkens voel ik bij dit wrede onderzoek een weerzin, die ik alleen maar kan overwinnen door de hoop dat mijn werk bijdraagt aan het nut van de menselijke soort" (p.142). (Albrecht von Haller, 1708-1777).
  • "Als je de kop van een kiker isoleert van zijn romp, kun je nog zeker een half uur zien dat zijn oogleden heen en weer gaan ..." (p.150) Robert Whytt (1714-1766).
Fig 3.24. Ivan Michailovich Sechenov
(1829–1905)
De 19e eeuw:
  • "Ik hang een kikker op zoals u in figuur 3.24 kunt zien. Dan laat ik één poot zakken in een bak met verdund zwavelzuur en kijk hoeveel tikken het duurt voor het dier zijn poot optrekt." (p.182)  Ivan Michailovich Sechenov. (zie ook: p.185).
  • "Het dier [een jonge kat] schreeuwt en krijst, schokt over zijn hele lichaam en ik moest uitkijken voor zijn klauwen en tanden. Als ik het ruggemerg dwars doorsnijd, ... Bij een jong Indisch varken, dat min of meer in huiselijke kring opgroeide, heb ik het ruggemerg ook dwars doorgesneden. Toen het dier was bijgekomen van de pijn van de operatie ...  (p.191) (Marie Jean-Pierre Flourens, 1794–1867) (zie ook p.192–195). zie ook: p.189.
  • "Hij had samen met zijn vriend een salamander in stukken geknipt ... " (p.289)  Marshall Hall (1790–1857) (zie ook p.259)
  • "Ik ging daarbij als volgt te werk. Ik sloeg een konijn achter zijn oren, zodat het dier bewusteloos was en ik het ruggemerg bloot kon leggen." (p.166) (sir Charles Bell,  1774-1842) 
  • zie ook: Francois Magendie p.166-169
Over Flourens schrijft Brunia: "Flourens was een experimentator. Hij gebruikte twee technieken bij zijn onderzoek: hij haalde delen van het brein weg en keek naar het effect op het gedrag, of hij stimuleerde door te knijpen of te prikken met een speld" (p.189). Bijvoorbeeld: hij verwijderde het cerebellum bij duiven (p.336). "Hij gebruikt jonge honden of katten, konijnen, duiven en kikkers." (p.190).

En de 20e eeuw:
  • "Om dat te bewijzen sneed hij bij katten op twee niveaus de hersenstam door ... (p.347) Frederic Bremer (jaren dertig v.d. 20e eeuw).
  • "Zij sneden aan één kant de achterwortels door van het cervicale ruggemerg van apen .... De dieren hadden geleerd om een electrische schok te voorkomen ... Na de operatie lukte het aanvankelijk niet om de schok te voorkomen...  (p.369) Taub en Berman (1968). 
  • "Lawrence en Kuypers (1968) hebben de piramidebaan bij apen doorgesneden, net boven de kruising in de hersenstam ... Het meest desastreus was het effect op de vingerbewegingen." (p.301)
  • "Als je een rat een toon laat horen die even later gevolgd wordt door een electrische schok, blijft hij onmiddellijk stilstaan –haren overeind– als hij bevroren is. LeDoux trainde zijn ratten en maakte een beschadiging in de auditive cortex. ... enz. (p.371–372) Le Doux (1996) The Emotional Brain
  • "Ook jonge katjes, waarbij het ruggemerg al na één tot twee weken na de geboorte werd doorgesneden ... " (p.479)  (1985)
  • "Het is een spinale hond, zijn hersenen zijn weg." (p.311) (1961)

De 21e eeuw: 

Wrede dierexperimenten behoren niet tot het verleden. Want Brunia vertelt dat de experimenten van Flourens in de 19e eeuw, nl. "gecontroleerd beschadigen en stimuleren, tot op de dag van vandaag routine het lab zijn." (p.189). Routine!

conclusie?
De citaten vormen slechts een onvolledige opsomming van wat er in het boek te vinden is. Voor de volledige opsomming zie noot [1].  
Wat kunnen we hieruit concluderen? Vivisectie in de hersenwetenschap is algemeen vanaf de 16e eeuw tot nu. Zonder vivisectie was de ontwikkeling van de hersenwetenschap waarschijnlijk onmogelijk [maar zie: 6]. De geschiedenis van de hersenwetenschap is de geschiedenis van de vivisectie. 
Ten tweede: het is een uitzondering wanneer de experimentator zelf melding maakt van het feit dat het 'geen pretje' is voor het dier (tenminste voor zover het door Brunia geciteerd wordt) [7]. 
Ten derde: Brunia beschrijft en citeert al deze experimenten zonder enig oordeel over de morele toelaatbaarheid. Zelfs zonder te melden dat er überhaupt een moreel probleem bestaat.


moreel toelaatbaar?
Maar, wat vindt prof. Brunia eigenlijk van de morele toelaatbaarheid van dierexperimenten? Hij doet er geen rechtstreekse uitspraak over [12]. Mag je eigenlijk wel verwachten dat hij een moreel oordeel geeft over dierexperimenten in een boek dat over de geschiedenis van hersenonderzoek gaat? Horen subjectieve morele oordelen wel thuis in zo'n boek? Wel, het boek bevat veel persoonlijke details: ieder hoofdstuk begint met autobiografische anecdotes of soms zelfs gedichten. Brunia vertrouwt ons toe dat hij een liefhebber is van klassieke muziek, jazz, toneel, kunst, poëzie, een glaasje Pernod, Pouilly Fumé, bonbons, zeetong en pijproken. Als dat thuishoort in het boek, dan zou een korte ethische afweging veel méér op zijn plaats zijn. Toch vermeldt Brunia nergens dat de experimenten in het verleden onnodig wreed waren. Vermoedelijk vindt hij dat er niets mis is aan dierexperimenten. En dat kan verklaren waarom hij er zo open over schrijft. Hij heeft niets te verbergen. Als je er voor schaamt wat er vroeger in naam van de wetenschap allemaal met dieren gedaan werd, zul je het waarschijnlijk weglaten om je vak niet in een kwaad daglicht te stellen. Ik vind ook geen aanwijzingen dat Brunia geinteresseerd is in verdoving of pijnbestrijding van proefdieren.

'anti-vivisectionisten'
Maar Brunia zegt indirect wel iets over 'antivivisectionisten' in noot 68 achter in het boek: "Dat er sprake was van een hond, heeft Dixon er niet bij verteld. De manier waarop het dier aan zijn einde kwam, was nogal heftig en waarschijnlijk heeft hij het niet verteld om reacties van de antivivisectionisten te ontlopen," (p.477). Nog een indirecte aanwijzing: in het begin van het boek staat een sleutelpassage:
"Wie wel eens geprobeerd heeft met dierenactivisten te praten over het nut van dierproeven weet hoe zo'n discussie ongeveer verloopt." (p.62)  
De suggestie is dat iedereen die tegen dierproeven is, een 'dierenactivist' is en die zijn zo onredelijk, daar valt niet mee te praten! Ontnuchterende conclusie: het lijkt dat voor Brunia vivisectie géén moreel probleem is. Dat dieren pijn lijden is niet het probleem, maar de anti-vivisectionisten zijn het probleem. Nog erger: in de volgende uitspraak van Brunia klinkt zelfs enige humor door: 
"U hebt intussen wel begrepen dat het reflexonderzoek een groot aantal kikkers het leven heeft gekost. Nieuwe aanvoer is alleen maar gegarandeerd als hun seksuele activiteit op peil blijft" (p.177-178)
'Aanvoer'! Alsof het om de bevoorrading van den supermarkt gaat. Elders komt Brunia met een losse opmerking die als motto voor zijn boek zou kunnen dienen:
"Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met kikkers." (p.272). 
Ik had graag gezien: "Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is helaas bezaaid met dode kikkers." Op zijn minst. Maar dat is kennelijk teveel gevraagd. Dat kon er niet af. Waar hij wel wakker van ligt is of het experiment wetenschappelijk verantwoord is: "Dat onderzoek was erg bloederig en zeker niet optimaal om betrouwbare resultaten te krijgen." (p.247) [5]. In één zeldzame passage klinkt toch net iets anders door:
"We hebben er veel van geleerd: de kikkers hebben antwoorden geproduceerd op onze niet altijd even vriendelijke vragen." (p.160).
'Niet altijd even vriendelijke": dat is het eufemistische understatement van de eeuw! Je zou het –zeer welwillend– kunnen interpreteren als een mislukte poging om die talloze proefdieren te bedanken die hun leven hebben gegeven voor het geluk van de mensheid [8]. Maar helaas, er is in de verste verte geen sprake van een behandeling van het ethische probleem: Mag de mens ten behoeve van zichzelf andere dieren opofferen? Vooral het meest intelligente dier dat als enige uitgerust is met moreel besef, zou zich deze vraag moeten stellen.

ethische redenen
Heeft prof. Brunia nog nooit gehoord van ethiek? Toch wel:
  • "Om ethische redenen kunnen we bij mensen bijna nooit direct de activiteit van de spiegelneuronen meten... (p.395)
  • "Je kunt het ook anders aanpakken, althans bij proefdieren ..." (p.417).
  • "Toen hij met zijn medewerkers de spiegelende hersengebieden bij de mens ging onderzoeken, kon hij niet teruggrijpen op zijn vertrouwde celregistraties." (p.385).
Kennelijk gaat ethiek uitsluitend over mensen. Prof. Brunia vertelt ons niet –in een boek van 526 pagina's– waarom die ethische redenen niet voor het dier gelden [9].

Prof. Brunia heeft geen last van empathie met dieren [13]. De wetenschappelijke nieuwsgierigheid verdringt de eventuele empathie. Voor hem zijn dieren een gebruiksartikel die je gewoon kunt bestellen en verbruiken in hoeveelheden die alleen beperkt worden door de kosten. Dit valt me ontzettend tegen van iemand met de intelligentie en algemene ontwikkeling als prof. Brunia. Het is raadselachtig en triest. Hij moet toch weten als neuroloog dat dieren pijn kunnen lijden? Hij moet toch weten dat wetenschappers al jaren alternatieven voor vivisectie aan het ontwikkelen zijn? [11]. Hij is waarschijnlijk opgegroeid in een tijd dat er nog geen ethische commissies waren [10]. Maar, dankzij deze houding vertelt hij nietsverhullend over proefdiergebruik in de hersenwetenschap.


Slotvragen:
  • mag een wetenschapper doen met dieren wat een burger door de wet verboden is?
  • wat is het belang voor de dieren zelf van al deze dierproeven? wat hebben dieren er aan dat mensen geneesmiddelen hebben voor menselijke ziektes?
  • hoeveel mensen zijn er bereid medische experimenten te ondergaan waar ze zelf geen belang bij hebben, maar uitsluitend anderen? laat staan ten behoeve van een andere (dier)soort?
  • moeten mensen die profiteren van proefdieronderzoek niet zelf de lasten dragen? Dus: experimentele medicijnen uitproberen op zichzelf volgens het principe de lusten, maar ook de lasten? 

Stichting Proefdiervrij:

In januari 2012 meldde de Stichting Proefdiervrij dat ze "geen acties voeren tegen" dierproeven, maar de nadruk leggen op het vervangen van proefdieren en vooral voor alternatieven zullen strijden, bijvoorbeeld door modern innovatief onderzoek te stimuleren. [22 mrt 2015]


Ingezonden brief prof Brunia over vivisectie:
Hier vindt U een pdf van een ingezonden brief van prof Brunia en Jan Hoeijmakers, waarin vivisectie wordt verdedigt en zgn. 'dierenactivisten' worden aangevallen. (met dank aan Roeland)


Postscript 25 maart 2015

In het laatste college had Brunia (op verzoek) zijn mening over vivisectie verteld. Hij is voorstander van vivisectie op chimpansees. Zijn argument om vivisectie te rechtvaardigen was een tegenvraag: Bent U gezond? Als U tegen vivisectie bent mag U geen geneesmiddelen gebruiken die getest zijn op dieren. Bijvoorbeeld als het gaat om AIDS. Volgens Brunia komt het immuunsysteem van chimpensees overeen met dat van de mens, waardoor AIDS geneesmiddelen op chimpansees getest kunnen worden. Daarom is Brunia tegen het verbod op proeven met chimpansees dat in de Tweede Kamer is aangenomen. Daardoor is het onderzoek naar Amerika uitgeweken. 
Mijns inziens heeft Brunia met zijn tegenvraag de oorspronkelijke vraag naar de morele toelaatbaarheid van vivisectie op dieren niet beantwoord. Of sommigen wel/niet in overeenstemming met hun idealen handelen is een ander vraagstuk dan de morele toelaatbaarheid van dierproeven.

Na afloop van het laatste college had ik een kort gesprek met prof. Brunia over vivisectie. Hij heeft zelf nooit vivisectie op dieren gedaan. In het lab in Tilburg waar hij werkte werden gedragsproeven met dieren gedaan, geen vivisectie. Mijn vragen over het verschil in immuunsysteem chimpansee mens kon hij niet goed beantwoorden. Hij is geen expert in de immunologie. Daarmee wordt de basis van proeven op chimpansees dubieus. Ik vroeg hem of hij bereid was om proeven te ondergaan voor het testen van geneesmiddelen voor ziektes bij chimpansees. Er kwam niet een duidelijk antwoord. 
Voor zover hij op de hoogte was van alternatieven voor dierproeven (computersimulatie, celkweek, etc) meende hij dat de resultaten daarvan te optimistisch ingeschat werden. Maar, ik heb aanwijzingen dat de voorstanders van vivisectie het belang van dierproeven voor menselijke geneesmiddelen schromelijk overdrijven [6].
De vele beschrijvingen van vivisectie in zijn boek heeft hij bewust niet weggelaten omdat ze nu eenmaal een historisch feit zijn. En vermoedelijk om aan te tonen dat, hoewel die experimenten afschuwelijk waren, vivisectie noodzakelijk is voor de vooruitgang van de wetenschap en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. Daardoor is zijn boek –mijns inziens– onderdeel geworden van zijn pro-vivisectie agenda. Het probleem is dat hij in zijn boek geen expliciete verantwoording  gegeven heeft.
Mijn algemene indruk is dat de mening van prof Brunia over vivisectie niet beter is dan die van mijn buurman.

Noten
  1. p. 68, 113, 118, 128, 129, 130, 131, 142, 149, 150, 160, 166, 168, 172, 176–180, 182, 185, 189–196, 221, 222, 225, 228, 231, 247, 259, 262, 265, 269, 270, 272, 273, 275, 278, 287, 289, 301, 309–313, 329, 336, 347, 364, 369, 371, 372, 377, 381, 383, 385, 395, 402, 417.
  2. G.G. Berntson et al The decerebrate human: associative learning, Experimental Neurology, Volume 81, Issue 1, July 1983, Pages 77–88
  3. Decerebrate Cat walks and exhibits multiple gait patterns, luguber youtube filmpje zodra je je realiseert wat hier gaande is. Zie ook de commentaren! 
  4. Decerebration: kort wiki artikel
  5. Bijvoorbeeld: citaat in noot 85 van hoofdstuk 3: "Diese Versuche sind bei höheren Thiere die grausamsten welche mann erdenken kann." (p.466)
  6. Maar zie deze pagina met veel publicaties over onnut dierexperimenten.
  7. Ook hier maakt Brunia zich meer zorgen over de reproduceerbaarheid van het experiment dan het lijden van het proefdier: "Het bloedverlies en de treurige omstandigheden waaronder zo'n experiment moet worden gedaan als je met jonge honden werkt." (p.172). Nota bene!
  8. Je zou als eerbetoon aan al die miljoenen proefdieren die er in de afgelopen eeuwen opgeofferd zijn voor de mensheid een erebegraafplaats moeten inrichten met een houten kruisje voor ieder dier. Om het zichtbaar te maken en niet te vergeten.
  9. Pas echt luguber wordt het wanneer Brunia schrijft over 'een gedecerebreerd mens' (p.310). Wat is een gedecebreerd mens? Brunia legt het niet uit. Waarschijnlijk een mens waar door welke redenen dan ook de verbinding van hersenen met het ruggemerg verbroken is. Durft hij het niet te vertellen? Of gaat hij er van uit dat iedereen het weet? Ik wist het niet. Eerder schreef hij over een 'onthersende kikker' (p.176) en de 'spinale hond': zijn hersenen zijn weg (p.311). Ik kon via google maar één publicatie vinden waarin  'decerebrate human' voorkomt [2,3,4].
  10. "There is also a shocking nostalgia for the days before ethical committees on animal research, when cats were gathered 'from the alley'." bron: Douwe Draaisma reviews Tales from Both Sides of the Brain: A Life in Neuroscience, Michael S. Gazzaniga, Ecco: 2015. 
  11. Er is een Stichting Proefdiervrij die streeft naar de vervanging van proefdieren door alternatieven. Ik heb me gelijk opgegeven als donateur. [toegevoegd: 19 mrt 2015] 
  12. Een lezer maakte mij er op attent (zie: comments) dat Prof Brunia in de NRC van 12 september 2005 een opiniestuk publiceerde 'Jaag innovatieve bedrijven niet naar de VS' waaruit duidelijk blijkt dat hij een fanatiek verdediger is van vivisectie en iedereen aanvalt en verdacht maakt die daar anders over denkt [toegevoegd 19 mrt 2015]
  13. In het college 23 mrt bekende Brunia: "Ik ben er buitengewoon slecht in om intenties van mensen af te leiden uit gedrag". [toegevoegd 25 maart 2015]

Vorig blogs over dit onderwerp:

8 opmerkingen:

Anoniem zei

Gert,
Kijk eens op:
http://library.wur.nl/WebQuery/file/cogem/cogem_t44db3b69_001.pdf

Roeland

gert korthof zei

Roeland, dank! Dat is een zeer waardevolle tip!
(Voor geinteresseerden: het is een artikel van Kees Brunia en Jan Hoeijmakers in de nrc van 12 september 2005 getiteld 'Jaag innovatieve bedrijven niet naar de VS')

gert korthof zei

Roeland, de openingszin van het stuk van Kees Brunia en Jan Hoeijmakers "In Staphorst vragen wat men van vaccinatie vindt" spreekt al boekdelen! Mijn antwoord: wat zij willen: de slager keurt zijn eigen vlees. Wat mij duidelijk is geworden uit zijn boek is dat Brunia helemaal niet gemotiveerd is om 'vriendelijk' met dieren om te gaan. Daarom moet er natuurlijk een onafhankelijke instantie zijn die keurt. Als je dit artikel leest en het combineert met wat hij in zijn boek schrijft is duidelijk dat Brunia een hardcore vivisectionist is die alleen geinteresseerd is in 'het onderzoeksklimaat' in Nederland en de Nederlandse concurrentiepositie. Als hij schrijft "Natuurlijk moeten de dieren met grote zorgvuldigheid behandeld worden en mag er geen nodeloos lijden worden veroorzaakt." dan is dat totaal ongeloofwaardig als je zijn boek leest en colleges gevolgd hebt (zie blog hierboven).

citaat: "Er zijn in ons land wetenschappers die met hun gezin jaren aan dit soort fysieke en emotionele bedreigingen zijn blootgesteld.": dat is niets vergeleken met wat proefdieren moeten doorstaan, en die overleven het niet.

gert korthof zei

Postscript 25 maart: verslag v.h. gesprek met Brunia

Cor Haagsma zei


Mogelijk mosterd na de maaltijd,maar?

Tijdens het plaatsen van een reactie op onderhavig boek van Kees Brunia vonden wij tot onze verbazing een comment van jou die nogal in schril contrast stond met artikel verschenen op je blog:
"Prof. Kees Brunia (82) beschrijft de geschiedenis van de hersenwetenschap op een manier die ik nog niet kende. In de eerste plaats niet voor vakgenoten maar voor geinteresseerd publiek. En dat maakt een groot verschil in leesbaarheid. In de tweede plaats door de vele citaten van de onderzoekers zelf (soms in 'vertaling' om het leesbaar te maken). Daardoor kom je in direct contact met hun gedachten, hun experimenten, hun conclusies, hun twistpunten, hun ambities. De vele biografische details maakt het verhaal levensecht. Inderdaad het is één groot verhaal geworden, geen studieboek. Lees verder op:"
http://korthof.blogspot.nl/2015/02/kees-brunia-het-brein-van-farao-tot.html

gert korthof zei

Ha die Cor! Ja, dat heb je van de website van het boek, he? Ja, dat verwijst naar het blog van 9 feb 2015.
Daarin schreef ik: "Op dit moment heb ik de eerste drie (van in totaal 8) hoofdstukken gelezen."
Het is en blijft een goed en deskundig geschreven en goed geillustreerd boek.
Nadat ik alle 8 hoofdstukken had gelezen viel mij de overvloed aan vivisectie op.
Dat heb ik verwerkt in mijn tweede blog. Begrepen? :-)

Cor Haagsma zei

Gert,

Nee niet echt goed begrepen.

Cor,

gert korthof zei

Cor, alles wat ik schreef in het eerste blog over het boek van Brunia, klopt nog steeds. dat is niet echt in strijd met het 2e blog, want daar gaat het over vivisectie. daar is Brunia (heel erg) voor en ik tegen. Maar dat neemt niet weg dat hij uit wetenschapshistorisch oogpunt een zeer leesbaar en informatief boek heeft geschreven over de ontwikkeling van de hersenwetenschap. Dat kan toch? Kun je je dat niet voorstellen?
Natuurlijk kijk ik nu met heel andere ogen naar het boek. En vooral naar de persoon Brunia. Maar niet iedereen is zo sterk tegen vivisectie, en die mensen kunnen zeker veel plezier beleven aan het boek. Ik ben dus gedwongen persoon en boek te onderscheiden. Ook kan ik hem geen slecht wetenschapper noemen. Alleen in ethisch opzicht faalt hij omdat hij totaal geen rekening houdt met dierenbelangen. Zie: Postscript 25 maart 2015 hierboven.