|
| Pouwel Slurink: Aap zoekt zin, 2014. ISVW |
EO-presentator Tijs van den Brink wist in een recente
Adieu God uitzending te melden dat het christelijk geloof best
verenigbaar is met evolutie en dat evolutie dus geen weerlegging van God
is [1]. Tijs heeft kennelijk Slurink's Aap zoekt zin nog niet
gelezen. Of zich überhaupt verdiept in de materie. Pouwel Slurink
schrijft: "Een serieuze evolutionist kan daarom niet in God geloven.
Maar dat betekent niet dat hij een spiritueel arm mens is" (p.32).
Speciaal aanbevolen voor Tijs van den Brink Hoofdstuk 2
Een God zonder mededogen.
Pouwel Slurink is een gepromoveerd filosoof [3] die zich al enige
decennia verdiept in het Darwinisme en er veel over gepubliceerd heeft.
Hij is een 'Darwinistisch filosoof' of 'evolutiefilosoof' (net als
Daniel Dennett, Michael Ruse). Hij kijkt door een Darwinistische bril
naar themas waar filosofen en theologen al eeuwenlang hun tanden op stuk
gebeten hebben zoals: God, godsdienst, bewustzijn, vrije wil, goed en
kwaad, oorzaak en gevolg, geest en stof, mens en dier, taal, cultuur,
het unieke van de mens en zelfs seks, liefde en monogamie ontbreken
niet.
En hij doet dat vaak op een originele manier. Bijvoorbeeld waarom we
het idee van God niet nodig hebben om het leven op aarde te verklaren.
Waarom dat idee zelfs onwaarschijnlijk en tegennatuurlijk is. Als God
'geest' is, niet materieel is, dan gaat geest vooraf aan leven, want God
schiep het leven. Slurink wijst er op dat het volgens de evolutietheorie
onwaarschijnlijk is dat geest voorafgaat aan de natuur (hoofdstuk 2).
Geest (bewustzijn) ontstaat pas in de loop van de evolutie. Geest moet
zich ontwikkelen. En dus kan geest (God) niet aan het begin staan.
Heldere observatie's die sommige professionele filosofen zeer tot hun
voordeel zouden kunnen gebruiken [2].
Trouwens, er zijn meerdere reden waarom een liefdevolle God niet past
bij de natuur: "Als de de levende natuur zich niet ontwikkelde via
variatie en selectie, waarom zou er dan eigenlijk zoveel competitie,
geweld en en dood zijn?" (p.28).
In hoofdstuk 10 komt 'intelligent design' en (kort) 'het probleem van
het kwaad' aan de orde (uitgebreider in hoofdstuk 20 'Waar komt het
kwaad vandaan?').
Slurink vergelijkt 'intelligent ontwerp' en 'evolutionair ontwerp': "Er
is alleen maar een testfase" in evolutionair ontwerp (p.93).
Het zijn dit soort prachtige observatie's die ook de ingewijde lezer
verrassen en het lezen tot een plezier maken. Maar altijd zul je verrast
zijn door zijn rake observatie's en je het gevoel geven dat er op bekend
terrein nog nieuwe inzichten mogelijk zijn. Je denk dat je veel gelezen
hebt over alle onderwerpen die rechtstreeks of zijdelings met evolutie
te maken hebben, maar Slurink weet verrassende en originele gedachten
naar voren te brengen.
Een treffend voorbeeld:
Wat betekent evolutie voor de verklaring van het 'kwaad' in de
wereld?:
"Evolutie door natuurlijke selectie is een wet van behoud van ellende. Dit impliceert: 1. eindeloos geëxperimenteer; 2. chronische competitie; 3. een immer voortdurende strijd tussen goed en kwaad; 4. de ondergeschiktheid van welzijn aan voortplanting; 5. de onvermijdelijkheid van lijden en verlies. Het nogal antropocentrisch idee dat het kwaad door de vrije wil in de wereld is gekomen en er ook weer door de vrije wil uit verwijderd kan worden, gaat dan ook voorbij aan de onvermijdelijkheid van competitie, de noodzaak door schade en schande te leren, en het feit dat moreel afkeuringswaardige strategieën vaak bij uitstek leiden tot reproductief succes. De vrije wil lijkt tijdens de geschiedenis vooral overschat te zijn." (p.206)en:
"Het kwaad is onderdeel van de wereld en onderdeel van onszelf. Het is niet door een simpele zondeval geïntroduceerd en kan dus ook niet door een simpele verlossing uitgedreven worden. Het komt niet louter voort uit de vrije wil, maar is inherent aan de structuur van de wereld. Het is niet louter de afwezigheid van het goede, maar is een ‘positieve’ kracht, erop gericht om alle concurrentie bij voorbaat te verzwakken. Kwaadaardigheid in deze vorm komt niet alleen voor bij talrijke dieren, maar is een steeds terugkerende karaktertrek van de mens, die niet uitsterft omdat zij dikwijls loont. Helaas!" (p.199)
Dit zijn rake, maar pessimistische observatie's. Maar het kwaad is er sowieso, Slurink interpreteert het kwade. Hij geeft weer nét een andere kijk op de vrije wil, dan we gewend zijn: de vrije wil staat in dienst van de Darwinistische voortplanting. Logisch dus dat we niet uit vrije wil sex en egoïsme uit ons leven kunnen bannen.
Het pessimisme is ook aanwezig in hoofdstuk 5 waar hij zich afvraagt wat betekent evolutie voor onze visie op 'Moeder Natuur'? Daar wil hij expliciet het metafysiche optimisme volgens welke de natuur wijs en harmonieus is, de doodsteek toedienen. Oorlog is de vader van alle dingen. (p.57).
Van begin af aan is de positie ten opzichte van religie duidelijk: "Tegenwoordig zijn we allemaal darwinisten. Zelfs sommige dominees geloven niet meer in God." (p.7). En in Hoofdstuk 1: "Het idee dat de verschillende bouwplannen van organismen op aarde uitgedacht zijn door een God is een schijnverklaring" (p.21). Maar dit boek is niet een atheïstisch boek in die zin dat het probeert religie te ontmantelen of dat het een betoog tegen het bestaan van God is. Atheïsme is bij Slurink een (indirect) gevolg van de evolutionaire benadering van filosofische thema's als materie en geest, vrije wil en bewustzijn. Het is een vanzelfsprekende positie, die niet bewezen wordt, maar geïllustreerd met enkele rake observatie's.
Het is onmogelijk om een samenvatting van dit boek of een gedetailleerde kritiek te geven omdat er zoveel behandeld wordt in dit boek. Het is bijna encyclopedisch. Het boek is opgedeeld in 30 korte hoofdstukjes. Zeer nuttig is de korte samenvatting aan het einde van ieder hoofdstuk dat zeer toepasselijk begint met: 'Kortom ...". Als je die achter elkaar leest heb je in feite een samenvatting van het boek. Het boek is geïllustreerd met vele zwart-wit tekeningen, sommigen ervan zijn net iets te klein afgedrukt om de teksten te kunnen lezen. Er is geen index, wel uitgebreide literatuurlijst.
Er is één tekortkoming die ik wil hier wil noemen. Slurink heeft een nogal pessimistisch wereldbeeld en dat komt zeer waarschijnlijk doordat hij zich beperkt tot de klassieke Darwinistische-Dawkinsiaanse evolutiebiologie, en latere toevoegingen zoals het belang van symbiose in evolutie weglaat. Symbiosis en Lynn Margulis [4] komen niet in het boek voor. Alle planten en dieren (eukaryoten) zijn het bewijs van het belang van symbiosis. De aanwezigheid van het mitochondrion in iedere lichaamscel is daar een onmiskenbaar bewijs van. En bevruchting is hoe dan ook een versmelting van twee cellen afkomstig van niet verwante individuen.
Ook vind ik niet terug het fundamentele inzicht dat tenminste alle zoogdier- en vogel-ouders het levend bewijs zijn van een soort zelfopoffering. Voortplanting en zorg voor nakomelingen gaat in ieder geval uit boven puur zelfbehoud en de strijd om het bestaan. Een egoïstisch individu zou al het voedsel voor zichzelf houden in plaats van te investeren in andere individuen (nakomelingen). Ieder van ons bestaat dankzij 9 maanden ononderbroken en uitputtende zwangerschap [5]. En ieder die wel eens een stelletje koolmezen of merels heeft bezig gezien met het onvermoeibaar aanslepen van voedsel, zal niet gauw uitroepen: Wat een egoïsten! Het komt door hun egoïstische genen! Als je dat laatste zegt, heb je geen woord meer voor ouders die hun kroost verwaarlozen of zich helemaal niet voortplanten. Ook de lange broedperiode bij vogels betekent een conflict tussen honger en de eieren warm houden, dat vrijwel altijd ten gunste van het nageslacht uitvalt. Een ei op zich is een kostbare investering die ten koste gaat van degene die het produceert.
Het begrip competitie speelt ook een belangrijke rol in het klassieke Darwinisme. En dus ook in Slurink's boek. Je kunt niet zeggen dat ouders in competitie zijn met hun jongen. Wel kun je stellen dat jongen in hetzelfde nest in competitie zijn voor voedsel [6]. Je kunt ook niet zeggen dat ouders in competitie zijn met elkaar. Ze werken samen aan een gezamelijk doel. Wel zou je de opoffering van ouders voor jongen kunnen interpreteren als competitie met soortgenoten die ook zichzelf opofferen voor hun jongen. Het ouderpaar dat zichzelf het meest opoffert wint de Darwiniaanse competitie. In de natuur gaan opoffering en samenwerking dus samen met competitie en strijd om het bestaan. Want ondertussen moeten ouders zichzelf ook in leven houden. In de natuur bestaat dus een relatie tussen individuen waarbij één partij alles geeft en de andere alles ontvangt en er bestaat samenwerking. We hoeven dus niet zo vreselijk pessimistisch te zijn over Moedertje Natuur.
Info
http://www.evolutie-filosofie.nl/
http://radboud.academia.edu/PouwelSlurink
http://philpapers.org/profile/19716
https://www.isvw.nl/winkel/aap-zoekt-zin/
https://www.facebook.com/public/Pouwel-Slurink
Declaration of competing interests: ik ken Pouwel Slurink niet persoonlijk, en ik heb het boek (papieren versie) zelf gekocht. Op mijn verzoek ontving ik een doorzoekbare pdf van het boek.
Postscript 7 april 2017
![]() |
| Orang oetang uit de dierentuin van stadhouder Willem V |
Het omslag van het boek toont een schilderij dat op dit moment in 'levende
lijve' en op ware grootte (!) te bewonderen is in het
Dordrecht Museum
(in bruikleen). Gegevens van het Mauritshuis
hier. Het portret van deze orang oetang is gemaakt toen het dier al was
overleden; het arme dier was als jong gevangen genomen en getransporteerd
naar Nederland en heeft het maar een paar maanden uitgehouden.
Waarschijnlijk gestorven aan heimwee en gebrek aan adequaat voedsel. Een
tragische achtergrond van dit fascinerend schilderij.
Noten
- Het was in deze uitzending: Sywert van Lienden. Er zijn vele redenen tegen het samengaan.
- Jan Riemersma schreef een verslag van een God debat: "Rutten bracht daar tegen in dat we in zulke zaken niet zo veel keus hebben: als we niet God kiezen als verklaring voor zulke verschijnselen, wat dan wel? We hebben de keus uit informatie, materie en bewustzijn (dit zijn de drie substanties die wij kennen). Een bewustzijn is toch de enige optie: alleen een bewustzijn kan iets willen en maken!" (15 april 2016)
- proefschrift: "Why some apes became humans; competition, consciousness & culture" (2002)
- Zie bijvoorbeeld mijn review van haar boek 'Acquiring Genomes. A theory of the origins of species".
- Als het gaat om dieren zou je moeders ook slachtoffer kunnen noemen van evolutionaire en fysiologisch processen die in haar lichaam afspelen zoals bevruchting en het groeiende embryo in haar lichaam die zich als een parasiet gedraagt. Er is niets vrijwilligs aan, haar lichaam wordt geëxploiteerd.
- Hoewel dat meestal niet tot dodelijk taferelen aanleiding geeft omdat het aantal jongen in een nest aangepast is aan de mogelijkheden van de ouders om ze te voeren. [toegevoegd: 19 april]



