03 September 2017

Olaf Schuiling: Olivijn, de steen der wijzen?

Olaf Schuiling (2017)
Olivijn, de steen der wijzen.
Uitgeverij Elmar, paperback, 128 pp,
Literatuur- en begrippenlijst
bevat 41 kleurenfoto's en
een heel klein zakje olivijn

 

Olaf Schuiling, emeritus hoogleraar in de geologie van de Universiteit Utrecht is 85 maar nog steeds actief in het promoten van olivijn tegen klimaat opwarming. Op 11 augustus hield hij een lezing bij Bouwman Boeken in de Bilt naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Olivijn, de steen der wijzen. Met ondertitel: 'De groene en revolutionaire bron tegen klimaatverandering. Praktische toepassingen'.

Theorie beslaat maar een klein deel van het boekje. Het grootste deel bestaat uit praktische toepassingen van olivijn op zeer diverse terreinen. Olaf Schuiling blijkt een geoloog-uitvinder van olivijn toepassingen te zijn. Ongebruikelijk voor een academicus/geoloog. Het praktische gedeelte bevat aardige, vaak verrassende wetenswaardigheden, en hoogtepunten en dieptepunten in zijn levenslang gevecht om gehoor te vinden voor zijn ideeën.

Het vertrekpunt van zijn boek is dat vulkanen in de loop van de geschiedenis van de aarde miljoenen tonnen CO2 hebben uitgestoten. Wel 300 miljoen ton [1]. Als dat 4,5 miljard jaar (de leeftijd van de aarde) zo is door gegaan, dan is de CO2 concentratie (een broeikasgas!) dermate hoog dat de temperatuur van de atmosfeer opgelopen zou zijn tot 500 graden Celsius! En zoals we allemaal kunnen constateren is dat niet het geval? Dus moet die CO2 op de een of andere manier 'verdwenen' zijn. De verklaring: olivijn neemt de CO2 op. CO2 wordt stabiel vastgelegd. Olivijn is het meest voorkomende mineraal op aarde (p.31, wist ik niet). We zouden de aarde nu een handje kunnen helpen door vermalen olivijn uit te strooien bijvoorbeeld langs stranden om het verweringsproces te versnellen. Dit is in het kort zijn idee. Zoals gezegd gaat het grootste gedeelte van het boek over praktische toepassingen. Niet alle toepassingen hebben iets met het klimaat te maken. 


Nieuw perspectief

Voor mij geeft de benadering van prof. Schuiling een andere kijk op het oude vraagstuk waarom de aarde een leefbare planeet is (Planetary habitability). Die leefbaarheid wordt o.a.  bepaald door de temperatuur. En die temperatuur wordt mede door het CO2 gehalte van de atmosfeer bepaald. Weliswaar heeft de aarde door middel van vulkanen een onophoudelijke hoeveelheid CO2 in de atmosfeer gestoten, maar gesteenten (o.a. olivijn) hebben altijd die CO2 afgevangen en opgeslagen. Dat er zo gigantisch veel CO2 door vulkanen is uitgestoten en weer door gesteenten is opgeslagen wist ik niet. (Planten hebben ook altijd een handje geholpen door CO2 op te nemen. Maar de mens produceert nu zoveel CO2 dat natuurlijke processen het niet meer bij kunnen houden. Dus moeten we de natuur een handje helpen. Schuilings motto 'Laat de aarde helpen om de aarde te redden' is verwant aan het idee van zelf-regulatie van het systeem aarde (James Lovelock [5]).
Door zijn kijk op de zaak realiseerde ik mij dat het in de atmosfeer pompen van grote hoeveelheden CO2 op zich niets nieuws is in de geschiedenis van de aarde. Het zijn de hoeveelheden en de snelheid waarmee de mensheid CO2 in de atmosfeer pompt die ongekend zijn.

Uitvinder

Iedere uitvinder krijgt er mee te maken. Ook Olaf Schuiling vecht tegen de bureaucratie om zijn low-tech olivijn oplossing toegepast te krijgen in Nederland of daarbuiten. Zijn projecten zijn in principe allemaal grootschalige projecten buiten het laboratorium waar je dus medewerking nodig hebt van ambtenaren en ministeries. Politici zijn meer geïnteresseerd in high-tech oplossingen, zo lijkt het en vinden zijn methode verdacht simpel. Zelfs sommige kleinere lokale projecten stranden door gebrek aan medewerking van bestuurders.
"Mensen die geen flauw benul hebben van hoe de aarde in elkaar zit en door welke processen wij (nu nog) een een leefbare omgeving hebben, zouden niet op een plaats moeten zitten waar ze absurde schadelijke regels voor de natuur kunnen opstellen." (p.60)
Geweldig! Wat een uitspraak! Maar er zijn ook wetenschappelijke bezwaren:
"According to one estimate, you would need to spread 5 gigatonnes of olivine on beaches annually to offset 30% of global CO2 emissions." [2]
De Zaaier van Vincent van Gogh wordt door Schuiling
enigszins humoristisch voorgesteld als low-tech
methode om olivijn ui te strooien over de aarde.

Zoals David MacKay meesterlijk heeft uitgelegd in zijn Sustainable Energy - without the hot air heb je voor grote effecten grote oppervlaktes nodig en dat is het probleem. Olivijn kan dan wel een low-tech oplossing zijn, maar je hebt er wel grote oppervlaktes voor nodig wil het een meetbaar effect hebben op het klimaat van de aarde [3],[4].


Positieve reacties

Er zijn ook positieve reacties op zijn voorstellen: "Ik heb de universiteit nog nooit zo snel zien reageren. Diezelfde middag hadden ze al een patent ingediend  voor deze manier om industriële afvalzuren onschadelijk te maken". (p.109). En voor een experiment kwam er steun van de STW (Stichting Technische Wetenschappen) (p.112).

Onverwacht neveneffect

In de ogen van Schuiling hebben duurzame energie als zon en wind helemaal geen prioriteit als het gaat om de bestrijding van klimaat opwarming. Fossiele brandstoffen zijn helemaal niet zo erg. We kunnen immers alle CO2 dat we met zijn allen produceren gewoon afvangen met olivijn! India mag nieuwe steenkoolcentrales bouwen, als ze maar olivijn uitstrooien (p. 24). Ik vrees dat Schuiling hier meegesleept wordt door zijn enthousiame voor olivijn. Hier gaat hij te ver. Hij vergeet dat CO niet het enige nadeel van het verbranden van fossiele brandstoffen is. Ze verorozaken ook luchtverontreiniging (zwaveldioxide bijvoorbeeld), de voorraad fossiele brandstoffen is eindig, enz. We moeten alle methodes aanwenden om de klimaatopwarming tegen te gaan.

Conclusie: een aardig boekje, dat je in een paar dagen uit hebt, en wat mij nieuwe inzichten gaf op het gebied van geologie, klimaat en de geschiedenis van de aarde.

 

PS:
ik heb wat olivijn op oude sierklinkers in mijn tuin gestrooid, het lijkt er op dat ze 'schoner' zijn geworden (als het in contact komt met water). Dat zou kunnen omdat olivijn ook voor zandstralen van gebouwen wordt gebruikt.

PS 10 sep:
In het fraaie boek De ontdekking van de aarde. het grote verhaal van een kleine planeet (2012) van de geoloog Peter Westbroek komt het woord 'olivijn' niet voor in de index, terwijl het boek een geïntegreerde behandeling van de geologische en biologische geschiedenis van de aarde geeft. Merkwaardig!

 

Update 11 April 2022

Paragraaf 'Onverwacht neveneffect' verbeterd.  

 

Update17 mei 2022

 

 

Noten

  1. Volgens de meest recente schattingen zou het zelfs 600 miljoen ton CO2 per jaar zijn. Bron: Robin Wylie (2013) Long Invisible, Research Shows Volcanic CO2 Levels Are Staggering.
  2. Rock’s power to mop up carbon revisited, Nature, 21 Jan 2014 (free content)
  3. Op pag. 28 geeft Schuiling toe dat we ieder jaar een oppervlakte ter grootte van Nederland onder een 16 cm dikke laag olivijn moeten bedekken. Zijn verweer: Nederland hoeft dat niet in zijn eentje te doen! En: op de oceanen uitstrooien kan ook (p 59).
  4. Volgens Schuiling is er 25 miljard ton olivijn per jaar nodig, dat is een volume van 7 km3 (kubieke kilometer). Daar heb je grootschalige mijnbouw voor nodig, erkent Schuiling. Met 4 ton olivijn kun je 5 ton CO2 vastleggen.
  5. James Lovelock The Ages of Gaia, paperback, 1988, 1995 pp126-127 geeft aandacht aan de rol van planten bij de opname van CO2 in de grond.

24 July 2017

Vakantieboeken. Zomerreces. Fuut.

The Evolution of Beauty.
How Darwin’s Forgotten Theory of Mate Choice
Shapes the Animal World – and Us
Richard O. Prum

 

Richard Prum is ornitholoog-evolutiebioloog en heeft een origineel en dissident boek geschreven over seksuele selectie. Het wijkt af van de gangbare opvattingen in de evolutiebiologie. Fascinerend. Veel illustraties, ook in e-book (KOBO ebook reader is zwart-wit maar op de PC is het in kleur). Eindelijk weer eens een leesbaar boek binnen het vak evolutiebiologie. En, ... het gaat over vogels.

Jelle Reumer (2016):
Kijk waar je loopt! Over stadspaleontologie
Historische Uitgeverij

Het boekje van Jelle Reumer vond ik in een boekenkast met gratis mee te nemen boeken op de Universiteit Utrecht. Ik zag Reumer al eerder op tv op zoek naar fossielen in natuursteen in Hoog Catherijne, Utrecht. Wat een origineel idee: op zoek naar fossielen in de stad. Hoe komt hij er op. Je had al stadsvogels en nu ook stadsfossielen. Overvloedig geïllustreerd. Het kan dus wel!

Edward Dolnick: The Seeds of Life.

Edward Dolnick (2017) 'The Seeds of Life. From Aristotle to da Vinci, from Sharks' Teeth to Frogs' Pants, the Long and Strange Quest to Discover Where Babies Come From' (de titel is de samenvatting!) is een vermakelijk boek over hoe de mensheid heeft geworsteld om er achter te komen hoe menselijk leven ontstaat, welke aandeel de vader en moeder daar bij hebben. Dat mensen sex hebben was altijd al bekend, maar hoe ontstaat een kind precies? Alles verborgen in de buik van de moeder. Verbazingwekkend onwetend waren ze vroeger! Achteraf gezien. Dolnick vertelt over de vooroordelen, vastgeroeste ideeën, en doodlopend onderzoek. Boeiend, vermakelijk, leerzaam. Vergelijk dat met onze worsteling om de oorsprong van het leven (Origin of Life) op te helderen.

Levi Tillemann (2015)
The Great Race

The Great Race. The Global Quest for the Car of the Future van Levi Tillemann is een enorm spannend boek door een insider geschreven. De auto van de toekomst: je kunt er niet om heen: de elektrische auto. Over het aandeel van Amerika (Florida's milieu-eisen, het falen van de gevestigde auto-industrie), Japan (zeer creatieve industrie), China (voor een dubbeltje op de eerste rij). Europa is onderbelicht. Zeer goed geïnformeerd. Zonder overbodige nonsense verhaaltjes. To-the-point. Ik had eerder al twee soortgelijke boeken geprobeerd, maar die vielen tegen door het eindeloze opleuken met anekdotes en quotes. Alles als e-book gelezen.

David MacKay (2008)
Sustainable Energy – without the hot air

 

Sustainable Energy – without the hot air van David MacKay (fysicus) is verplichte kost voor iedere voorstander van duurzame energie. Het boek is uit 2008 maar staat nu gratis online. Helaas komt er geen nieuwe druk, want hij is (te vroeg) overleden. Er staan twee voordrachten op youtube van latere datum (Harvard lecture in 2010 en TED talk in 2013). Een nuchtere no-nonsense aanpak van duurzame energie. Ontnuchterend kun je wel zeggen. Ontkracht alle bijgeloof. Met de nodige humor en relativeringsvermogen. Sterk aanbevolen door Krijn P. de Jong, Professor Inorganic Chemistry and Catalysis, Utrecht University.

Broedende fuut 18 mei 2017 Hoogekampse plas
Sony α580 camera met 55-300 SAM telezoom, op statief ©GK
zoomlens staat op zijn maximum stand (300)


Dank voor het lezen en tot september!

21 June 2017

Topjaar 2017: heggenmus, pimpelmees, roodborst en merel broedend in de tuin

Eén van de roodborst ouders, 5 juni 2017 ©GK
Roodborst (oplettende houding). 5 juni 2017 ©GK
Het is een voorrecht om vier broedende vogelpaartjes in je tuin te hebben: gelijktijdig roodborst, heggemus, pimpelmees en in juni nog ons merelpaartje. Nog nooit eerder voorgekomen. Het is een kleine tuin van 6 x 10 meter. Maar we hebben in de loop der jaren geprobeerd om geschikte nestgelegenheden in de vorm van dichte groenblijvende struiken en klimop te 'ontwikkelen' ('natuurontwikkeling' heet dat tegenwoordig!).
Roodborst met voer voor de jongen (1 juni 2017) ©GK
De roodborst zagen we regelmatig, vooral 's winters, en heeft op een in onbruik geraakte en door klimop overgroeide regenpijpbloempot genesteld. Slim bedacht: een nest met een stevige en gratis bodem en goed verscholen. Ze hebben dat nest gebouwd toen we een week afwezig waren. Het nest zit dichtbij de keukendeur en als we thuis zijn gaat die vaak open. Ik betwijfel of ze die plek ook gekozen hadden als we thuis waren geweest in die periode...

Versuft roodborst jong na botsing met raam (6 juni 2017) ©GK
donsveertjes nog op de kop zichtbaar!
lijkt een beetje op een mereljong...
Deze foto van het roodborst jong heb ik te danken aan een onfortuinlijke botsing met het raam. Het gaf een klap waardoor we ontdekten dat er iets aan de hand was. Het arme beestje bleef zeker een minuut versuft stilzitten, zodat ik snel een foto kon maken. Gelukkig is het na een minuut weer weggevlogen. Ik hoop dat hij er niets aan overgehouden heeft. Voor mij een geluk bij een ongeluk, want ze zijn moeilijk te fotograferen. Ze verstoppen zich in de vegetatie of vliegen weg uit onze tuin.
Later, bij het schoonmaken van het nest vond ik nog één intact ei. Dat moet er de hele tijd dus gelegen hebben terwijl de jongen gevoerd werden. De roodborst ouders hebben het niet weg (kunnen) halen, of hebben het gewoon genegeerd.
niet uitgekomen roodborst ei (18 juni 2017) ©GK
plm. 20 mm

Pimpelmezen drama:

het pimpelmezen nest met dode jong ©GK
de resten van een bijna vliegrijp jong ©GK

pimpelmezen ei is plm 14 mm groot ©GK

Met de pimpelmezen is het niet zo goed gegaan. Ik vond 11 juni in het nestkastje een dood jong, al in de veren. Misschien een week voor het uitvliegen. Misschien zijn de andere uitgevlogen, dat weet ik niet. Nog gekker: het nest is een stapelnest en onderin het hoge nest van strootjes en mos lagen 4 eieren. Ze bleken lichtgewicht. Mislukt. De drie eieren samen wogen minder dan 1 gram! De brievenweger bleef op 0 staan. Lege eieren. Het pimpelmezenpaartje heeft een nieuw nest gebouwd bovenop het oude met de mislukte eieren. Ik heb de nestkast helemaal leeggehaald en goed schoongeborsteld. Klaar voor een volgende poging. Wie weet.

De merels (onze merels) hadden dit seizoen elders al een nest, en in juni hebben ze onze klimop goedgekeurd en zonder dat we het echt in de gaten hadden, hadden ze daar een nest gebouwd. Dus: vier nesten in een kleine tuin. Zeker als je bedenkt dat Groei en Bloei alles kleiner dan 150 m2 tot een 'kleine tuin' rekent. We zitten met onze 60 m2 nog niet eens op de helft. 

De roodborst en de heggenmus nestelden voor de eerste keer in onze tuin sinds het begin. Daar zijn we speciaal trots op. De aanwezigheid van een bos op korte afstand van onze tuin is waarschijnlijk een pré (voedsel!). Maar ook hebben we zelf in de tuin voedselbronnen als de krentenboom, vuurdoorn (bessen in het najaar), druiven, Japanse wijnbes (frambozen), slakken, regenwormen, mieren, etc.

Ook de buren hebben nestkastjes opgehangen voor gierzwaluwen (!), vleermuizen (!) en koolmezen. Maar roodborst, heggenmus en merel hebben daar niets aan. Het is geen compensatie voor gebrek aan groen. Het groenoppervlak van buurtuinen is kleiner vanwege een aangebouwde serre, en/of een groter oppervlakte aan bestrating. Sommige (achter)buren hebben zelfs het hele oppervlakte betegeld. Of een aanbouw aan het schuurtje. Daarom hebben ze weinig of helemaal geen natuurlijke nestgelegenheden. Wij hebben alleen de noodzakelijke bestrating om van de keuken naar het schuurtje te komen. Géén serre. De rest is groen. Eindelijk is 'de moeite' beloond. 2017: een goed vogeljaar!