![]() |
| William Herschel was de eerste die begreep dat een telescoop een tijdmachine is. |
Het licht legt de afstand van de aarde tot de maan af in 1 seconde. De maan staat dus 1 lichtseconde afstand van ons.
![]() |
| Door de afbuiging van het zonlicht zien we de zon vóórdat hij er werkelijk is! |
De zon staat 8 licht-minuten van ons af. We zien de zon zoals hij 8 minuten geleden was. De horizon bestaat ook niet echt: er is geen rand, het is ook een illusie.
De afstand tot verdere objecten in de cosmos worden in lichtjaren gemeten. Bijvoorbeeld: de krabnevel ligt op 6500 lichtjaar verwijderd. Dat is allemaal gebaseerd op de vaste, onveranderlijke snelheid van het licht. Galileo probeerde tevergeefs de lichtsnelheid te meten.
Volgens sommigen is het heelal 6000 jaar geleden geschapen. Maar hoe kunnen we dan de Krabnevel zien? Het licht van objecten verder dan dat zou ons niet kunnen bereikt hebben. Alleen al daarom moet het universum ouder dan 6000 jaar zijn. Het centrum van onze Melkweg ligt 30.000 lichtjaar weg. Het oudste sterrenstelsel is 13,4 miljard jaar oud. De 'Big Bang' was 13,8 miljard jaar geleden.
![]() |
| Maxwell berekende de lichtsnelheid |
Einstein ging verder waar Herschel, Faraday en Maxwell waren gebleven.
![]() |
| Wat gebeurt er als je met de snelheid van het licht beweegt, en licht naar voren uitstraalt? |
Paradoxen ontstaan als je met de snelheid van het licht reist en zelf licht uitzendt. Licht verplaatst zich even snel, hoe snel de bron zich ook beweegt.
John Michell (18e eeuw): beschreef een 'dark star' wat we tegenwoordig 'black hole' noemen.
![]() |
| Einstein ontdekte dat ruimte en tijd twee aspecten zijn van hetzelfde: space-time (tijd-ruimte). |
Tijdreizen via een black hole, naar een geheel ander universum. Misschien ontstaat er in een black hole een nieuw universum. Misschien is zo ons universum ontstaan. Dit was voor mij de moeilijkste uitzending om te begrijpen. Vooral het laatste gedeelte.
Vorige blogs over dit onderwerp:









