21 October 2014

Nederlandsche Vogelen (1) Een vernieuwend ornithologisch standaardwerk uit de 18e - 19e eeuw

De Nederlandsche Vogelen. (Grutto op omslag)
Ter vergelijking: een moderne vogelgids.


Het bijzondere van de Nederlandsche Vogelen van Nozeman en Sepp is de raadselachtige en fascinerende combinatie van bewonderenswaardige nauwkeurige en artistieke kleurenafbeeldingen, met vaak verwarrende benamingen van vogelsoorten; de onnavolgbare volgorde van de soorten in het boek; de gortdroge opsomming van lengtematen en aantal eieren afgewisseld met bizarre anecdotes en vaak informele toon; de diepgaande belangstelling voor vogels en tegelijk de volstrekte vanzelfsprekendheid waarmee wilde vogels geschoten, gevangen, gehouden, vetgemest, verhandeld en gegeten worden. 

Het zijn niet alleen de afbeeldingen, maar ook de tekst die absoluut de moeite waard is. De teksten geven een verrassende blik in de stand van de wetenschappelijke kennis van vogels (ornithologie) eind 18e - begin 19e eeuw. Voor die tijd was het vernieuwend en ambitieus om een encyclopedisch werk van alle in Nederland voorkomende vogels uit te brengen. Het nieuwe was ook dat de tekeningen niet gecopieerd werden uit andere boeken, maar dat ze speciaal voor deze uitgave aan de hand van levende of dode exemplaren gemaakt werden. Het boek verscheen in 5 delen tussen 1770 en 1829 en is nu samengebracht in een 10 kilo zwaar en 816 paginas tellend luxe boekwerk. Ik geef hier een aantal karakteristieke bijzonderheden die vooral leuk zijn voor vogelliefhebbers en voor biologen in het algemeen en voor liefhebbers van oude boeken.

Systematiek en naamgeving: Het systeem van Linnaeus (1707 – 1778) was nog niet de standaard in de biologie die het nu is. Uit de tekst blijkt dat Linnaeus weliswaar als een gezaghebbend wetenschapper werd gezien als het over de classificatie van vogels ging, maar er werden ook andere auteurs met een andere mening geciteerd. Er worden bijna altijd meerdere namen voor dezelfde vogel gegeven. Ook dat geeft verwarring. De indeling van vogels die in het boek gebruikt wordt vereist een nadere studie. Wat het extra lastig maakt is dat zelfs gedurende de 60-jarige periode dat het werk uitkwam de classificatie van vogels herzien werd.
Desondanks zijn er veel Nederlandse vogelnamen die in ruim 200 jaar hetzelfde zijn gebleven: boomklever, kuifmees, gierzwaluw, grutto, draaihals, koolmees, waterhoentje, etc. Helaas hebben vele kostelijke namen het niet overleefd: Strontjager, Vechtenden Strandloper, Schrikvogels, Onweersvogel, Halve-Eend, Madeliefje, Zee-Leeuwrik, Tiet-Leeurik, Scherpbek en nog veel meer...


'Foute namen': 'Gekuifde waterraaf' (nu: kuifaalscholver) is wel zwart, maar is zeker géén raaf. De 'Zwartbekkige Zeezwaluw' is géén zwaluw maar een Grote Stern . 'Sloot-musch' (!) is géén musch, maar de rietgors. De Waterspreeuw is geen spreeuw. 'Gekraagd Roodstaartje' is door de schrijver voor het eerst in dit boek gegeven als vertaling uit het Frans. Jammer dat de afbeelding een onbekende soort is. Er komt zowel een 'tortel' als 'tortelduif' voor in het boek. De tortelduif lijkt toch wel erg veel op een turkse tortel die wat rood is uitgevallen, maar wordt tot de huisdieren gerekend. Het is niet waarschijnlijk dat het een wilde turkse tortel is, want die kwam toen niet voor in Nederland. Door dit soort dingen valt er heel wat te puzzelen en kun je niet gauw zeggen: ik heb het uit!

Soorten en variëteiten: het onderscheid wordt niet altijd duidelijk gemaakt. Ze gebruiken het woord 'verscheidenheden' en later (er zit een groot tijdsverschil in het verschijnen van eerdere en latere delen van het werk) 'variëteit'. Tegenwoordig maken we duidelijk verschil tussen variëteit (vorm), mutant of subspecies noemen. Het aantal witte vogels in het boek is opvallend: 'witte spreeuw' (afbeelding!) , 'witte kievit' (afbeelding!) , 'witte lijster' (afbeelding!), 'witte specht' (afbeelding!), 'witte zwaluwen' , 'witte raven, kraaien, kauwtjes', 'witte ijsvogel' (afbeelding!), 'witte dag-uil'. Het zal wel komen omdat zeldzame afwijkingen een gewild verzamelaars object zijn. Het is vaak duidelijk dat het om zeldzaamheden gaat, maar soms wordt zo'n witte vogel tot soort verheven. De auteur is wel kritisch: hij vraagt zich af of die Witte Specht een vrouwtje specht is of een 'speling der natuur'! 'Speling der natuur' is een voorloper van het moderne begrip mutant. Gekweekte duivenrassen komen er in voor alsof het soorten waren. Al deze variëteiten en subspecies zullen voor Darwin een cruciale rol gaan spelen in zijn evolutietheorie. Maar daar is in dit boek nog lang geen sprake van. Toch is het interessant aandacht te besteden aan wat de auteurs hierover te melden hebben. Nader onderzoek gewenst.

Voliére vogels of huisdieren:  Gallus domesticus (kip), kanarie, kalkoen, pauw, duivenrassen zoals 'De Kropper', 'Paauwduif', 'Kapper' , 'het Meeuwtje' komen voor in het boek uit een soort drang naar volledigheid, maar wel beseffend dat het niet om wilde soorten gaat. Deze soorten vind je niet meer in een moderne vogelgids.


Putters. ©Lannoo/KB

Afbeeldingen: de kwaliteit van de afbeeldingen is vaak zo goed dat ze zondermeer opgenomen zouden kunnen worden in een moderne vogelgids. Voorbeelden: putter en goudhaantje. Heel vaak worden mannetje en vrouwtje afgebeeld, wat natuurlijk een vereiste is als je vogels wilt identificeren. Jongen ('juveniel') worden niet afgebeeld. Dat is standaard in moderne vogelgidsen, voor zover ze een afwijkend verenkleed hebben. Wel vind je dat soms in de beschrijving, bijvoorbeeld de jongen van de koekoek zien er totaal anders uit dan de volwassen vogel (maar: rosse koekoek). De termen 'winterkleed' en 'zomerkleed' komen voor in de beschrijving, maar worden niet afgebeeld.

Ornithologie: er blijkt verrassend veel kennis aanwezig die je niet verwacht. Men kende begrippen als standvogels en trekvogels (ook wel: 'reizende vogels'). Men wist wanneer trekvogels in Nederland aankwamen. Soms wordt genoemd waar de vogels overwinteren. Er staat een waarneming dat een bepaalde soort zich in de winter ingraaft in de bodem van meren of rivieren om daar te overwinteren. Dit soort mythes zijn een uitzondering in het boek. De ambitie was ook de vogels in hun milieu weer te geven, plus hun nesten en eieren. En enkele keer gaat dat fout. Vaak wordt gedrag of zang beschreven, soms door de auteur zelf waargenomen!
 
Voorkomen: de 'Allerkleinste bonte specht' is een zeldzaamheid. De Zwarte Ooievaar is zeldzaam in Nederland, maar is in 1824 gezien en (nota bene!) geschoten. De Grote karekiet: 'zoo gemeenzaam voorkomend'. Het idee 'dwaalgast' kennen ze ook: in 1806 was een sneeuwuil met een zware storm in Amsterdam terecht gekomen en gevangen.

Wetenschap: het boek is fascinerend omdat het een mengel is van wetenschappelijke en informele taal. De ambitie is duidelijk om wetenschappelijk te zijn. Het gaat zover dat de maaginhoud van vogels ('het openen van vogels'!) bestudeerd wordt om te kijken wat hun voedselpatroon is. Het was een 'bijproduct' van het opzetten van de vogels. Daardoor kon men ook het geslacht van vogels vaststellen in gevallen waarbij het niet met behulp van het verenkleed mogelijk is. Wetenschappelijk gezien is dit zeker een vernieuwing.

Compleetheid: SOVON rekent 280 soorten tot Nederlandse vogels. De Nederlandsche Vogelen bevat ruim 200 soorten. Dus, een behoorlijk complete momentopname van die tijd. De uitgever Lannoo/KB heeft een eigen index gemaakt met zowel moderne als namen die Nozeman en Sepp gebruikten. Midas Dekker noemt het ontbreken van halsbandparkieten (logisch: die broeden pas de laatste 10 jaar in Nederland!). Iets interessanter zou zijn op te merken dat de turkse tortel ontbreekt (in 1949 eerste broedgeval in Nederland). Verder ontbreken: zilverreiger, raaf, tjiftjaf, fitis, fluiter, glanskopmees, snor. Vooral het ontbreken van fitis en tjiftjaf verbaast mij omdat het zeer karakteristieke voorjaarsvogels zijn en makkelijk aan hun zang te herkennen. De oorzaak is mij niet duidelijk.

Vogels als voedsel: "Geplukt en gebraden zijn zy niet minder smakelijk dan de lijsters en vinken" wordt er over pestvogels (!) geschreven. Over de Witte Srandloper: "Gebraden bevond ik ze een lekkere versnapering naby komende aan de Sneppen". In het najaar worden kieviten gegeten want dan zijn ze ongemeen vet. Zo'n prachtig vogeltje als het puttertje wordt als 'versnapering' gebruikt! Wat zonde zulke mooie vogels! Niets is zo onthullend over de mentaliteit van die tijd als dit soort zaken. Tsja, wat wordt er eigenlijk niet gegeten? De eetbaarheid en smaak worden als kenmerkende eigenschap van de soort opgegeven. Het maakt niet uit of de soort bijzonder, mooi of zeldzaam is. Ik kan een eindeloze hoeveelheid citaten geven van hoe men schreef en dacht over de culinaire eigenschappen van wilde vogels. Het was in die tijd misschien wel een beroep, in ieder geval een bron van inkomsten en een welkome aanvulling op het dagelijkse menu. Overbodig te vermelden dat de smaak van vogels niet voorkomt in moderne vogelgidsen. Evemin worden er in moderne vogelgidsen eieren of nesten afgebeeld.

Jacht: een zeldzame dwaalgast als de Zwarte Ooievaar wordt zondermeer geschoten. Zeldzaamheid is geen bezwaar, in tegendeel, het vergroot de waarde voor de verzamelaar en wetenschapper! Behalve jacht wordt er ook melding gemaakt van wrede gewoontes: "Onze boerenjongens slaen hen [gierzwaluwen] op den grond dikwils met een stok dood want gemeenlijk zijn zy'er bang voor". Anno 2014 krijgt een boek over gierzwaluwen de Jan Wolkers Prijs voor het beste natuurboek. Wat een hemelsbreed verschil in mentaliteit. Ik zal niet meer voorbeelden van wreedheid geven, want je wordt er depressief van. Hoe kun je je levenswerk maken van het nauwkeurig beschrijven en afbeelden van vogels en tegelijk zo'n gebrek aan respect tonen voor hetgeen je bestudeert?

Bewondering: behalve dat auteurs inzien dat vogels nuttig kunnen zijn, zoals uilen die muizen eten en zo de oogst sparen, genieten ze ook van de zang van nachtegaal, zwartkop en leeuwrik. De Roodstaert is een sierlijk vogeltje. De tamme of knobbelzwaan is een sierlijke vogel. Bewondering voor vogels wordt zo nu en dan terloops vermeld. Je zou verwachten dat bewondering voor vogels niet samengaat met het schieten van vogels. Wat je bewondert, maak je niet dood [1]. Inderdaad de Bonte of gevlakte leeuwrik die zo bekoorlyk zingt, moet je niet doodschieten (er zit sowieso weinig vlees aan!). Maar de meerderheid der soorten wordt routinematig geschoten. Dat begrijp ik niet. De vogelliefhebber anno 2014 gebruikt verrekijker en fototoestel, géén geweer. Hoe is dat zo gekomen?

Vogelbescherming: de blauwe reiger valt onder 'Edel Gevogelte', en het is daarom niet toegestaan hun nesten te verstoren of te beroven. Een nationale wetgeving ter bescherming van vogels bestond niet. Een enkele keer wordt melding gemaakt van een verordening om alleen om de twee jaar een bepaalde soort te schieten om 'de voorraad' niet uit te putten. Zijn we er in de laatste 200 - 250 jaar echt zo veel op vooruitgegaan? We verhandelen nog steeds uilen, ooievaars op marktplaats.nl [2]. Maar er is nu nationale en internationale wetgeving en de Partij voor de Dieren heeft er voor gezorgd dat wrede volkspraktijken verboden zijn. En we hebben natuurlijk de Nederlandse Vogelbescherming [3].

Bijbel: Verwijzingen naar de Schepper en de Bijbel zijn zeldzaam, maar ze zijn er wel. Zo wordt over de (wilde of knobbel-) zwaan geschreven: "Door den Schepper daargesteld om op het water haar verblijf te houden".  Een prachtige, bijna ontroerende filosofische uitspraak: "Waartoe tog zoo veel verscheidenheids in de werken der scheppinge?". De vraag is 200 jaar later nog steeds actueel: Waarom zijn er zoveel soorten? vraagt Menno Schilthuizen zich af. Ik zal het hele citaat in een volgend blog geven omdat het zo mooi is en omdat het zoveel zegt over de denkwijze van die tijd.


DE NEDERLANDSCHE VOGELEN online


Later ontdekte ik dat het origineel bij de KB online staat en door te bladeren is. Dit is een uitkomst voor ieder die het boek wil doorbladeren zonder het te kopen. Het enige nadeel is dat de huidige Nederlandse en wetenschappelijke namen van de vogels meestal afwijken van die in de originele NV en die staan alleen in de papieren uitgave. Handig overzicht van alle vogels: index. Toelichting over het boek op de KB website. [update 26 dec 2014]  

De online versie is zeker een uitkomst aangezien de papieren editie uitverkocht is. Bol.com heeft zgn tweede hands exemplaren in de aanbieding voor 100 Euro duurder dan de normale prijs. Het is niet duidelijk of er een herdruk komt. De uitgever Lannoo heeft het boek geheel verwijderd van zijn website. Ook op de website van Vogelbescherming is het boek niet meer te vinden. In de NRC webshop staat het boek nog wel, maar is 'niet leverbaar'. Volgens boekhandel Paagman, Den Haag, zal een herdruk op 30 april 2015 verschijnen. In het museum Meermanno kan men de Nederlandsche Vogelen nog doorbladeren tot 4 Jan 2015. Zie ook dit introductie fimpje. [29 dec 2014]

Dankwoord


We hebben dit kostbare en kostelijke boekwerk aan Jan Lahmeyer te danken en aan een misverstand. Hij vroeg ons of we "het boek bij de tentoonstelling" wilden hebben. In de veronderstelling dat het om een standaard catalogus van A4 formaat ging, zeiden we argeloos: Ja, doe maar! Het bleek een 10 kilo zwaar 816 pagina's tellend luxe boekwerk te zijn. En zo is dit werk in ons bezit gekomen. Dit is naar waarheid opgetekend op den 21e October van het Jaar 2014.


Noten

  1. "Ofschoon alle dieren onze bewondering waardig zijn, ... " opent de beschrijving van de pauw (p.787). De Paauw staat bovenaan op de lijst van mooiste vogels. Tegelijk: "De paauwenjacht is op Java, Sumatra en Bengalen een groot en bijzonder vermaak" (p.789). Hoe kunnen ze dat combineren?!
  2. Ooievaar of oehoe te koop? boycot Marktplaats! 27 maart 2012. 
  3. Ik benaderde de redacteur van het blad van de Vogelbescherming om een artikel over de Nederlandsche Vogelen te schrijven. De hoofdredacteur weigerde met de meest onzinnige argumenten. Hij wilde bijvoorbeeld geen reclame maken voor het boek! NB: het ligt bij hen in de winkel! Lidmaatschap opgezegd. Zie ook mijn blog: In ruil voor sponsoring maakt Vogelbescherming reclame voor sjoemelsoftware fabrikant Volkswagen 29 feb 2016.

Volgend blog

17 October 2014

Laten we vader dronken voeren en dan met hem slapen


Filemon Wesselink met de Bijbel in Gewone Taal

Laten we vader dronken voeren en dan met hem slapen.
Dan kunnen van hem kinderen krijgen.

 

Een bekende tv-presentator, Filemon Wesselink, leest voor uit de nieuwe Bijbel in Gewone Taal in het programma DWDD. En hij ontdekt schokkende teksten. In zijn woorden: "Lot gaat met zijn twee dochters naar de berg. Ze gaan hun vader dronken voeren. Op het moment dat hij slaapt gaan beide dochters met die vader seks hebben. Ik ben ontzettend benieuwd hoe dat afloopt." 

Dit is wat er in de Bijbel in Gewone Taal staat:

"Laten we vader dronken voeren en dan met hem slapen.
Dan kunnen van hem kinderen krijgen."
Het is net iets anders. Hier staat het hele verhaal:
Genesis 19:30-38 (King James Version (KJV))
32 Come, let us make our father drink wine, and we will lie with him, that we may preserve seed of our father.
33 And they made their father drink wine that night: and the firstborn went in, and lay with her father; and he perceived not when she lay down, nor when she arose.
34 And it came to pass on the morrow, that the firstborn said unto the younger, Behold, I lay yesternight with my father: let us make him drink wine this night also; and go thou in, and lie with him, that we may preserve seed of our father.
35 And they made their father drink wine that night also: and the younger arose, and lay with him; and he perceived not when she lay down, nor when she arose.
36 Thus were both the daughters of Lot with child by their father.

 

'Technisch gezien' is dit verkrachting, om precies te zijn: incestueuze verkrachting. Het is niet met wederzijds goedvinden gebeurd. En in dit geval is het niet een man die een vrouw verkracht, maar een vrouw die een man verkracht. En dat tweemaal. Het mag dan wel de 'Bijbel in Gewone Taal' heten, het is een zeer ongewoon verhaal!

Wat opvalt is dat het fragment nooit gedelete is uit de Bijbel. Lezen de Bijbellezers er over heen? Wordt er ooit over gepredikt? Of negeren ze het gewoon omdat het te onfatsoenlijk is volgens moderne christelijke normen? Of was dat in die tijd een gebruikelijke praktijk als vrouwen kinderloos dreigden te blijven? En dat in zo'n geval letterlijk alles geoorloofd is? In de Tien Geboden wordt incest niet expliciet verboden. Betekent dat incest onder omstandigheden is toegestaan? Als dat zo is, waarom dan vader eerst dronken voeren? 
Als het een gewoonte was in die tijd, dan kan dat verklaren waarom de Bijbelverteller zich nergens voor schaamde en het allemaal opschreef voor het nageslacht.

Ook vertelt dit verhaal ons dat de zusjes bepaald geen seksuele voorlichting nodig hadden: 1) ze wisten kennelijk het verband tussen seks, zwangerschap en kinderen krijgen, 2) ze wisten kennelijk wat je met een man moest doen om tot het gewenste resultaat te komen, zonder dat hij wakker werd. Bepaald geen kleinigheid en niet zonder risico. Mogelijke verklaring: er bestond in die tijd geen privacy, de hele familie sliep in één en dezelfde tent. Of ze hadden de kunst van hun dieren (hun vee) afgekeken. Als je schapen, geiten, runderen houdt, dan weet je dat.

Hoe dan ook, de dochters werden volgens het verhaal beide zwanger en baarden een zoon. Dat moet vader toch opgevallen zijn? Hij zal toch een verklaring eisen? Daar kom je toch niet mee weg? In principe kunnen de dochters alles ontkennen, want –volgens de tekst– heeft vader er niets van gemerkt.

reclame voor de ©Bijbel in Gewone Taal


Eén van de vertalers van de Bijbel in Gewone Taal, bijbelwetenschapper Matthijs de Jong schrijft hier

"Die verhalen zijn zo’n drieduizend jaar oud. Op zich niet heel gek dat daar ook dingen in staan die nu vreemd kunnen overkomen".  

Pardon? 'Drieduizend jaar oud'? Er is toch maar één God? God toen en nu is toch dezelfde God? Als God de maagd Maria zwanger kan laten worden zonder met een man te slapen, dan kan Hij toch hetzelfde doen bij de dochters van Lot?
Verder schrijft de Jong: "De Bijbel heeft veel wijsheid te bieden." Dank U wel. Het bovenstaande verhaal is een voorbeeld van Bijbelse wijsheid? Een verklaring van de dubbele incestueuze verkrachting geeft hij niet. Matthijs de Jong is dat alles wat je te zeggen hebt?


Postscript

20-1-2020

Stel dat dit verhaal een lasterpraatje is over naburige volken, de Ammonieten en Moabieten, zoals een commentator stelt, dan is het hele incestverhaal dus een onwaarheid. Er staat dus een leugen in de Bijbel. Staan er meer onwaarheden in de Bijbel? Is Jezus wel echt uit de doden opgestaan? Is hij echt gestorven voor onze zonden? Is hij echt de zoon van God?
Overigens is de interpretatie 'lasterpraatjes' een ad hoc verklaring.
Over de oplossing van de dochters: een Bijbelse oplossing zou zijn geweest om  te bidden tot God om een wonder te verrichten, om hen kinderen te geven. Maar ze vertrouwden niet op God en namen het heft in eigen handen. Een alternatieve oplossing was weg te trekken uit het ouderlijk huis en elders een man te zoeken.
Uit Darwinistisch oogpunt is het verklaarbaar omdat het gedrag bijdraagt aan voortplanting. Daar tegen pleit het feit dat nakomelingen uit incest een hogere kans hebben op erfelijke ziektes (homozygoot recessieve factoren).


Bronnen

Lot (wikipedia) - De incest met Lot
 

13 October 2014

Moet de evolutietheorie grondig herzien worden?

©Nature 8 Oct 2014

Does evolutionary theory need a rethink? is de kop van een opvallend artikel in de Nature van 8 Oct 2014. Het is geschreven door 15 auteurs, zo lijkt het, maar het bestaat uit twee delen. Het eerste deel betoogd dat de evolutietheorie grondig herzien moet worden (8 auteurs) en het tweede deel betoogd dat dat helemaal niet nodig is (7 auteurs). 

Het is geen research artikel, maar een opinie artikel. Wat de aanleiding is weet ik niet. Hier een korte impressie van het artikel. Het is ondoenlijk om hier een evenwichtig, goed onderbouwd oordeel te vellen over het vraagstuk. Het gaat hier in feite over de ontwikkeling van de evolutietheorie sinds Darwin in 1859 zijn Origin of Species publiceerde.

De voorstanders van de herziening (ik noem ze 'de progressieven') verwijten een deel van hun collega's (ik noem ze 'de conservatieven') dat ze de evolutietheorie na Darwin versmald hebben tot populatiegenetica. Hier komt het op neer: random genetische variatie, natuurlijke selectie, aanpassing. Evolutie werd en wordt door hen simpelweg gedefinieerd als verandering van genen in de loop van de tijd. Maar daardoor raken een aantal zaken die niet herleid kunnen worden tot genen buiten zicht. En die zaken beinvloeden evolutie wel, en die moeten dan ook erkend worden als drijvende krachten van evolutie. Deze vier:

  1. developmental bias: [phenotypische] variatie wordt gestuurd door de embryonale ontwikkelingswijze en is daarom niet random
  2. phenotypic plasticity: de omgeving bepaald rechtstreeks het fenotype van het individu (buiten genen om)
  3. niche construction: organismen veranderen hun omgeving en daardoor beinvloeden ze natuurlijke selectie
  4. extra-genetic inheritance: organismen erven méér over dan alleen hun genen (ook wel epigenetica genoemd)
Als U dat te technisch wordt, hier is de rode draad: genen zijn niet alleen-bepalend voor evolutie. De progressieven claimen dat ze een aantal verschijnselen beter kunnen verklaren dat het standaard model. Ze gaan zelfs zover te claimen dat hun 4 mechanismes de centrale feiten van evolutie, aanpassing en soortvorming, kunnen verklaren. Het wordt hoog tijd dat dit erkend wordt menen ze.


All is well

De 'conservatieven' menen -heel toepasselijk- 'all is well'! Ze beginnen hun betoog met een enigszins misleidende opmerking over Darwin. Darwin had zich al gerealiseerd in een van zijn laatste boeken over wormen dat wormen hun eigen milieu creëren. Een lesje voor de Niche Construction theoretici: er is niets nieuws onder de zon. Darwin had eigenlijk al een Niche Construction theory and wij evolutiebiologen hebben dat altijd al gevolgd. Die opmerking is niet geheel terecht want in zijn meest gelezen en invloedrijkste hoofdwerk The Origin of Species komen wormen niet aan bod [1]. Verder zeggen ze dat in de jaren 1936 – 1947 (klassieke) genetica geïntegreerd werd in de evolutietheorie. Dat is waar, maar dat genetica tot een solide begrip van aanpassing en soortvorming leidde lijkt mij behoorlijk overdreven. Het klopt dat de ontdekking van DNA in 1953 een grote revolutie teweegbracht in de evolutietheorie. De conservatieven voeren dit op als bewijs dat de evolutietheorie niet in steen gebeiteld is en continu verandert.
De vier processen die de progressieven opvoeren (zie boven) hebben voldoende aandacht in de evolutietheorie (ze geven enige bewijzen uit de literatuur) en daarom is een nieuwe revolutie en een nieuwe naam voor de evolutietheorie niet nodig [5]. Het is niet gebrek aan aandacht, maar van voldoende bewijs voor de 4 alternatieve processen dat het probleem is. Bovendien zijn hebben veel evolutiebiologen eigen verlanglijstjes van onderwerpen die ook meer aandacht verdienen. Maar daar kunnen we niet aan beginnen. Evolutiebiologie is levendig, modern en open-minded. Maakt U zich geen zorgen. Alles komt goed.

De progressieven verwijten de conservatieven dat in hun evolutietheorie alles om genen en DNA draait (minachtend: 'gene-centric'). Maar dat is toevallig –zowel theoretisch als empirisch– het meest solide gedeelte van de hele evolutietheorie! Evolutie is niets anders dan natural selection, drift, mutation, recombination and gene flow. De vier alternatieve niet-Darwiniaanse processen zijn slechts kleine toevoegingen aan deze hoofdprocessen en zijn niet essentieel voor evolutie. Alleen onder bepaalde omstandigheden kunnen ze invloed op evolutie uitoefenen. Eerlijk gezegd zijn punt 1 en 4 sowieso nog lang niet voldoende onderbouwd om opgenomen te worden in de evolutietheorie. Geen gepraat! Aan het werk!

De conservatieven reageren alsof zij in de regering zitten. De progressieven worden tot oppositie gedwongen. Uw problemen hebben onze aandacht en alles wat nuttig en waar is hebben we al opgenomen in ons beleid. Wij nodigen U uit om constructief met ons mee te werken aan de toekomst van ons mooie land.

Er zit een grote tegenstrijdigheid in de boodschap van de gevestigde orde: Darwin heeft, en in navolging van Darwin, hebben wij altijd al aandacht aan Uw kritiekpunten besteed, én die punten zijn niet belangrijk en slecht onderbouwd.

Ikzelf vind de evolutietheorie zoals voorgesteld door 'de gevestigde orde' een verarming. Als 'natural selection, drift, mutation, recombination and gene flow' de kern is van de evolutietheorie, dan zijn we niet veel verder gekomen dan de populatiegenetica van de jaren dertig. We hoeven ons niet te verbazen dat dit zijn weerslag vindt in de evolutiehandboeken die studenten voorgeschoteld krijgen [3]. Evolutiehandboeken worden door 'de gevestigde orde' geschreven. Zoals ik eerder op dit blog [2] en op mijn website [4] heb beschreven, is evolutie een planetair verschijnsel en moet ook in die context bestudeerd en onderwezen worden. En zelfs dat is niet voldoende. De alles-overkoepelende context van biologisch evolutie is Big History: voortgekomen uit kosmologische evolutie en zich voorzettend in menselijke culturele evolutie. 

Mijn droom: een evenwichtig evolutiehandboek dat door beide partijen is geschreven... 

 

Noten

  1. Je kunt makkelijk een search doen op de site Darwin Online van  John van Wyhe. Het woord 'worm' komt maar 4x in The Origin voor, waarvan 1 in de literatuurlijst en de andere 3 zijn niet relevant.
  2. blog: Big History: een synthese van kosmologie, evolutie, en cultuurgeschiedenis 
  3. blog: Evolutiehandboeken beoordeeld vanuit het Big History perspectief. Tien miljard jaar in de prullenbak?
  4. o.a. hier: About this site en verspreid over de hele WDW website.
  5. Over de Extended Evolutionary Synthesis zeggen de  'conservatieven' tegenstrijdige dingen: 
    1) "But we do not think that these processes deserve such special attention as to merit a new name such as ‘extended evolutionary synthesis’."
    2) "We, too, want an extended evolutionary synthesis, but for us, these words are lowercase because this is how our field has always advanced."