05 November 2014

Drie eeuwen Darwinistische propaganda: Roman Krznaric te gast bij Wim Brands

"This piece of ridiculous propaganda we have had for three
centuries that human beings are essentially self-interested."
VPRO boekenprogramma zondag 2 Nov 2014

Naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Empathy was de auteur Roman Krznaric afgelopen zondag 2 Nov te gast in het boekenprogramma van Wim Brands. Krznaric deed een verbazingwekkende uitspraak die je eigenlijk alleen van creationisten verwacht. Brands was zichtbaar verrast. 

Krznaric (23e min): "Kropotkin bekritiseerde ideeën die voortkwamen uit het Darwinisme (survival of the fittest, etc), die belachelijke propaganda drie eeuwen lang dat mensen in wezen egoistisch zijn:

"that is a ridiculous piece of propaganda we have had for three centuries that humans beings are essentially self-interested."
vpro boekenprogramma NPO 23:23

 

Brands (zichtbaar verrast): U noemt dat propaganda?
Krznaric: Absolutely!
Brands: (probeert het nog een keer): Het is een geweldig idee!
Krznaric: Het is absoluut fout (...) we zijn egoïstisch, maar we zijn ook empathische wezens, ... dat zit in ons DNA. (...) We zijn niet alleen concurrenten ('competetive creatures').

Brands valt terecht over het woord propaganda. Maar, de grote vraag is: WIE heeft er drie eeuwen WELKE propaganda gemaakt? [1]. En als Brands zegt 'Het' is een geweldig idee, bedoelt hij dan: survival of the fittest? of egoïsme? of Darwins evolutietheorie als geheel? En hoe interpreteert Krznaric Brands woorden? Dat wordt niet duidelijk in die korte woordenwisseling. 

Aangezien Krznaric het werk van Frans de Waal kent, neem ik aan dat hij voortborduurt op de terechte claim van de Waal dat de mens van nature niet (uitsluitend) egoïstisch is. En misschien doelt hij op het effect dat The Selfish Gene (Dawkins, 1976) op het grote publiek heeft gehad. Maar dat boek is veel later en is hoogstens een zeer recent stukje 'propaganda'. Hij heeft het toch op Darwinism voorzien, want:  "Kropotkin argued against ideas that came out of Darwinism" (23:23).

Mogelijk doelt Krznaric ook op de overbekende uitspraak van Thomas Hobbes (1588-1679): "een toestand van oorlog van allen tegen allen" (dat is ruim drie eeuwen geleden). En dat vergelijkt hij met Darwin's strijd om het bestaan, survival of the fittest? Ook volgens Spinoza (1632-1677) is de mens een egoïstisch wezen [5].

Het is waar dat Darwin in zijn theorie in The Origin of Species (1859) geen (grote) plaats had voor samenwerking tussen individuen [4]. (Let wel: zijn theorie gaat over alle levende wezens, planten en dieren, niet alleen over mensen!).
Darwin's theorie zou niet van de grond gekomen zijn als hij in plaats van strijd om het bestaan, samenwerking tussen individuen als basis had genomen. Vergelijk dat hiermee: Mendel had nooit zijn erfelijkheidswetten op kunnen stellen als hij tegelijk niet-Mendelse overerving moest verklaren [2]. Zo ook is samenwerking een latere toevoeging aan competitie tussen individuen (Trivers, Hamilton).

Had Darwin het fout? Wat betreft de theorie: als natuurlijke selectie niet de best aangepaste individuen met de meeste nakomelingen selecteert, dan werkt zijn theorie niet. In een later boek Descent of Man (1871) bespreekt Darwin uitgebreid samenwerking bij sociale dieren. Dat noemt hij sympathy omdat het woord empathy nog niet was uitgevonden. Het punt is: Darwin gebruikt competitie in zijn theorie maar heeft nooit propaganda gemaakt voor egoïsme [3]. Darwin is geen politiek activist. Darwin probeert te beschrijven en te verklaren, er staat echt géén propaganda voor egoïsme in The Origin. Krznaric deed een onprofessionele en op emotie gebaseerde uitspraak.

Bottom-line: als leeuwen opeens empathie zouden gaan voelen voor zebra's, en zebra's voor gras, dan zouden ze heel snel uitsterven.

Hopelijk is hij in zijn boek Empathy duidelijker en genuanceerder. Dat hoop ik echt. Wim Brands was terecht verbaasd. Hij begreep niet wat er gebeurde.


Noten

  1. The Origin of Species (1859) is 155 jaar geleden gepubliceerd: dat is geen drie eeuwen!
  2. In praktische zin: als iemand het bewijs is van samenwerking dan is het wel Darwin: hij had een zeer groot sociaal netwerk van mensen waarmee hij correspondeerde.
  3. Wie heeft er propaganda gemaakt voor egoïsme? De Amerikaanse filosofe Ayn Rand die zeer populair was en is in Amerika. (Hans Achterhuis heeft er uitgebreid over geschreven).
  4. Er circuleert een citaat op het internet en in boeken dat aan Darwin toegeschreven wordt: "In the long history of mankind those who learned to collaborate and improvise most effectively have prevailed", maar zelfs het  woord 'collaborate' komt in geen enkele publicatie, brief of document van Darwin voor!. Geraadpleegd: http://darwin-online.org.uk (de meest complete online source over Darwin). Als je de quote in google gooit kom je een heleboel onwetenschappelijke bronnen tegen, maar geen enkele wetenschappelijke. toegevoegd: 7 nov 2014. Blog van 10 Nov gaat over dit onderwerp.
  5. "Hence, the Conatus principle, when applied in the context of human beings, appears to describe human beings as egoistic beings." (IEP
 

03 November 2014

De muziek van vogels en walvissen is toch iets anders dan Bach

J.S. Bach

In het stuk 'Biologie botst nog vaak met levensbeschouwing' in de BioNieuws 15 (27 Sept 2014) geeft René Fransen het standpunt van Simon Conway Morris weer:
"Ons vermogen met getallen om te gaan en wiskunde te bedrijven is iets unieks, en nog steeds niet goed evolutionair verklaard. Hetzelfde geldt voor muziek, de muziek van vogels en walvissen is toch iets anders dan Bach".  
Een bizarre claim voor een bioloog. Een korte reactie van mij verscheen in BioNieuws 25 okt 2014. Hier een uitgewerkte versie. Ik ga niet in op wiskunde talent.

Er is veel onbegrijpelijks aan die claim. Is Bach werkelijk een willekeurig voorbeeld? Wat blijft er over als je 'Bach' vervangt door een andere componist?
"De muziek van vogels en walvissen is toch iets anders dan John Cage" 
Kun je je voorstellen dat  Simon Conway Morris deze uitspraak deed? en dat de betekenis hetzelfde blijft? Nota Bene: John Cage behoorde tot de na-oorlogse avant-garde, hij componeerde o.a. de 'geruchtmakende' compositie 4'33'', die bestaat uit 4 minuten en 33 seconden stilte. Verder speelde het toeval een grote rol in zijn composities en gebruikte hij keukenapparatuur als muziekinstrument. Kan John Cage model staan voor de muzikale prestaties van de mens? Die uitspraak heeft niet meer dezelfde lading. 

Simon Conway Morris heeft Bach genoemd omdat het voor hem het hoogtepunt is van menselijke prestatie op muzikaal gebied. En het zal geen toeval zijn dat Bach een diepgelovig Christen was. Daniel Reuss [7] noemt Bach een in en in Lutheraan, hij geloofde in de theologie van die tijd, en vanuit die theologie schreef hij zijn werken. Hoewel Bach ook wereldlijke werken heeft gecomponeerd ('Kaffee Kantate'), bleef zijn bedoeling altijd: God, Christus [9]. De Matthäus-Passion is één van Bachs bekendste composities die het lijdens- en sterfverhaal van Jezus vertelt. Rond Goede Vrijdag loopt de teller makkelijk op tot 150 uitvoeringen van Bachs Matthäus-Passion [8]. 
Statistisch gezien: als Bach uniek is, dan is dat 1 individu op een wereldbevolking van 7 miljard mensen [11].

Er is nog een aspect aan de definitie van Bach als hoogtepunt van menselijk muzikaal vermogen: pas na driekwart eeuw na zijn dood kwam de erkenning van de enorme waarde van Bachs muziek op gang (inclusief de Matthäus-Passion) [10]. De waardering voor Bach heeft niet altijd bestaan. De waardering voor Bach is tijd- en cultuurgebonden. Moet de evolutietheorie dat verklaren?

Maar zelfs Handel, Beethoven, Mozart, en Vivaldi kunnen het voorbeeld niet redden. Het is immers typisch Westerse klassieke muziek. Moet de evolutietheorie typisch Westerse klassieke muziek verklaren?

Er is nog iets onzinnigs aan de vergelijking walvis-Bach. Als Bach bijvoorbeeld ten tijde van Jezus geleefd had, was er van zijn talent niet veel terecht gekomen [1]. Zeer belangrijke conclusie: Bach had nooit in zijn eentje zijn presatatie neer kunnen zetten, als er niet een eeuwenlange culturele ontwikkeling van instrumentenbouw, muzieknotatie en muziektheorie aan vooraf was gegaan. Plus goede leermeesters en rijke opdrachtgevers. Zonder dat was Bach niets. Je kunt niet van de biologische evolutietheorie vragen om een culturele niet-genetische ontwikkeling te verklaren. Dat is misplaatst.

Als je wilt ontsnappen aan een klassieke muziek bias, kun je dit proberen: "De muziek van vogels en walvissen is toch iets anders dan Marco Borsato". Maar dat heeft een onbedoeld komisch effect. Hoe zit het met jazz? rock? punk? hip-hop? disco? house? niet-Westerse muziek? Misschien is de claim dat ieder mens wel ergens van houdt? Maar zelfs dan blijven er nog vele problemen over. 

Morris zoekt een hoogtepunt van menselijke kunnen en neemt daarom een componist als voorbeeld en geen muziekbeoefenaar.  Componisten presteren méér dan muziekbeoefenaren, maar zijn zeldzamer en daarom niet representatief voor de menselijke soort. Idem: professionele musici en amateur muziekliefhebbers.


Wat wil je eigenlijk vergelijken? Een nachtegaal met Bach vergelijken? Het is onzinnig de zang van een nachtegaal te vergelijken met de uitvoering van de Matthäus-Passion van Bach, omdat die laatste een combinatie is van muziekinstrumenten en hun bespelers, de menselijke stem en de compositie van Bach. Muziekinstrumenten zijn géén onderdeel van de menselijke anatomie! Als je een eerlijke vergelijking wilt, moet je misschien de zang van een walvis of nachtegaal vergelijken met de menselijke stem. Hebben alle mensen een aangeboren zangtalent? [2]. Hoe test je dat?

Wat er verder nog fout is aan de vergelijking: een muziekinstrument kunnen bespelen is niet aangeboren, maar kost vele jaren studie (conservatorium, muziekschool). Een muziekinstrument bespelen is dus géén aangeboren vaardigheid maar het resultaat van vele jaren studie is zeer verschillend. Hoe meet je dat?

Het bovenstaande kan samengevat worden als: alle oordelen over Bach, klassieke en alle andere muziek zijn subjectief. Over smaak valt niet te twisten. Als je niet wilt blijven steken in: Die muziek vind ik mooier / beter, dan moet je je afvragen: hoe kun je het verschillende componisten, uitvoerenden, of het verschil mensen-dieren objectief meten? [3], [4]. Hoe meet je zoiets als 'muzikaal gevoel' of de kwaliteit of de complexiteit van een compositie op een objectieve manier? In ieder geval moet je vergelijkbare zaken vergelijken: de compositie van een nachtegaal met die van Bach, en envenzo de uitvoering. Als er dergelijke testen bestaan (zie: Postscript!), moet er vervolgens een groot aantal mensen van zeer diverse culturen getest worden. En diersoorten natuurlijk. Mogelijke elementen van zo'n objectieve test zijn: absoluut muziekaal gehoor, geheugen voor melodiëen of stembereik, complexiteit van de compositie.

Maar is het evolutionair relevant wat die test meet? De evolutietheorie verklaart adaptaties. Is muziek een evolutionaire adaptatie? Prof Steven Mithen betoogt in The Singing Neanderthals [5] dat muziekproductie géén functieloos bijproduct is, zoals Steven Pinker claimt. Het grappige is dat Mithen toegeeft: 
"I can neither sing in tune nor clap in rhythm. I am unable to play any musical instrument"!

Misschien heeft Mithen een lichte vorm van amusia waar 4% van de bevolking last van heeft. Ik neem aan dat aangeboren doofheid niet is meegeteld.

 

Conclusie


Als je menselijk muzikaal talent wilt vergelijken met dieren, moet je eerst definiëren wát je eigenlijk wilt vergelijken, wat een eerlijke vergelijking is en hoe je dat alles objectief meet. Gaat het om het waarnemen en waarderen, of het produceren van zang en muziek? Of om het componeren? Je kunt bijvoorbeeld elementaire zaken testen als perceptie van toonhoogte, ritme, bij voorkeur bij baby's of kleuters [4] omdat die nog niet beïnvloed zijn door omgevingsfactoren. 
Een zinnige vergelijking maakt onderscheid tussen wat een individu zonder en met training kan. Bach moet je leren spelen, maar ook leren waarderen.

Laat Morris eerst maar eens met goede testen en data komen, voordat hij weer iets van de evolutietheorie gaat eisen. En als je mensen en dieren wilt vergelijken, moet je ook dieren testen! Dat de evolutietheorie weer eens iets niet kan verklaren (een zgn. 'gap') is een stokpaardje van de Intelligent Design beweging [6]. En –toevallig– gaat het om de 'hogere vermogens' van de mens, die niet bij dieren zouden voorkomen. Nota bene: Morris is zelf wetenschapper! Hij moet weten dat een leemte in onze kennis de motor van wetenschappelijk onderzoek is! De reden van haar bestaan! Als hij een belangrijk probleem in de evolutietheorie signaleert, waarom gaat hij er zelf geen onderzoek aan doen? Of heeft hij al een antwoord?

Nota bene: Morris moet als bioloog weten dat mensen van dieren afstammen en als de mens een eigenschap lijkt te hebben die niet in zijn voorouders voorkomt, dan moet het een modificatie zijn van iets anders dat al langer bestaan heeft. Mensen kunnen zingen omdat het strottenhoofd, stembanden, mond, lippen geschikt zijn om te praten, dus het vermogen om te zingen zou wel eens een bijproduct kunnen zijn van het vermogen te praten. Ook zou het vermogen om viool te kunnen spelen wel eens een bijproduct kunnen zijn van de anatomie van de hand die een belangrijke rol speelt bij onze survival [12]. Dat beroepsmusici iets kunnen na jarenlange training is niet iets wat de evolutietheorie hoeft te verklaren.

Tenslotte: ik heb niets tegen Bach. Ik heb ook niets tegen wetenschappers die zeggen dat de evolutietheorie incompleet is en wetenschappelijke aanvullingen voorstellen. Ik heb wél iets tegen wetenschappers die zeggen dat de evolutietheorie incompleet is en met onzinnige mens-dier vergelijkingen aankomen, flirten met ID en 'fine-tuning' en na kritiek op verontwaardigde toon beweren dat ze gewoon met wetenschap bezig zijn.



Postscript


"Onze belangrijkste conclusie is dat het welhaast onmogelijk is evolutie van muzikaliteit te onderzoeken alsof het een opzichzelfstaande eigenschap is. Om verder te komen is het nodig muzikaliteit op te splitsen in componenten, zoals gevoeligheden voor ritme, klankkleur en toonhoogte. Als we de vermogens van dieren op dit gebied systematisch in kaart brengen, kunnen we wellicht achterhalen wat de evolutionaire wortels zijn van onze geavanceerde menselijke muzikaliteit." meent Carel ten Cate (Leiden) BioNieuws 14 feb 2015. en: Henkjan Honing , Carel ten Cate (2015) Without it no music: cognition, biology and evolution of musicality.


Noten


  1. Met een beetje geluk had Bach hoogstens een verdienstelijk harp of trompet speler kunnen worden (dat waren de weinige instrumenten in Jezus' tijd). Zonder de mogelijkheid zijn composities op te schrijven en te vermenigvuldigen en zonder meerdere instrumenten die samen een orkest zouden kunnen vormen, zou hij nooit een wereldberoemd componist geworden zijn.
  2. Kon Jezus goed zingen? De Bijbel vertelt ons niet of Jezus überhaupt gezongen heeft. Gezien het feit dat Psalmen en Gezangen zingen voor de protestanten niet weg te denken is uit hun kerkdiensten (EO: Nederland zingt!) is het vreemd dat Jezus daar helemaal niets aan deed: zingend het evangelie verkondigen.
  3. Lily N. C. Law, Marcel Zentner (2012) Assessing Musical Abilities Objectively: Construction and Validation of the Profile of Music Perception Skills, PLOS One.
  4. Henkjan Honing (2011) Amuzikaal zijn is de grote uitzondering: "praktisch alle mensen hebben een biologische aanleg voor het waarnemen en waarderen van muziek", maar hij zegt er niet bij hoeveel mensen zijn getest met welke test. Hebben mensen met aangeboren erfelijke doofheid muzikaal gevoel, dus zonder dat ze aan enig geluid zijn blootgesteld?
  5. Steven Mithen (2006) 'The Singing Neanderthals: The Origins of Music, Language, Mind and Body'.
  6. Simon Conway Morris is de motor achter Map of Life dat door de Templeton Foundation gefinancierd wordt. Zijn bekende boek Life's Solution had als laatste hoofdstuk 'Towards a theology of evolution'. Ook was hij editor van ID-achtige boeken als: Fitness of the Cosmos for Life. Biochemistry and Fine-Tuning; en: The Deep Structure of Biology: Is Convergence Sufficiently Ubiquitous to Give a Directional Signal; en de Test of Faith DVD! (met o.a. William Dembski), en in ID literatuur zoals Darwin's Doubt: The Explosive Origin of Animal Life and the Case for Intelligent Design wordt hij uitgebreid geciteerd. Steeds zie je hem opduiken in gezelschap van ID-ers zoals bij de merkwaardige Trotter Prize. En Jerry Coyne schreef: "Simon Conway Morris becomes a creationist".
  7. Koor- en operadirigent Daniel Reuss in NTR Academie zondag 21 dec 2014 met Mike Bodé.  [toegevoegd 10 Jan 2015]
  8. Volgens het Parool. [toegevoegd 10 Jan 2015]
  9. Volgens wiki: "Bachs muziek geldt als hoogtepunt van Lutheraanse kerkmuziek en als “muzikale uitdrukking van de Reformatie. Naar Bachs mening had muziek twee wezenlijke doelen: muziek behoort “tot Gods eer ”. [toegevoegd 27 Jan 2015]
  10. Volgens wiki: Bachs reputatie ging in zijn latere jaren als componist en na zijn dood achteruit. Zijn stijl werd als ouderwets beschouwd. Na zijn dood raakten Bach en zijn werken in vergetelheid. [toegevoegd 27 Jan 2015]
  11. Statistisch gezien: vergelijk één nachtegaal met het hoogtepunt van een bovengemiddelde componist (Bach) uitgevoerd door een bovengemiddeld orkest dat speelt op bovengemiddelde kwaliteit instrumenten en met een bovengemiddeld koor en wereldberoemde bovengemiddelde topsolisten, gedirigeerd door een bovengemiddelde dirigent: is dat representatief voor de menselijke soort??? [toegevoegd: 17 feb 15]
  12. De hand beschikt over fijne motoriek omdat de hand niet meer gebruikt wordt om op te lopen sinds we in de evolutie rechtop zijn gaan lopen. [toegevoegd: 18 feb 15]

27 October 2014

Nederlandsche Vogelen (2) Een aanzet tot evolutionair denken in de kiem gesmoord

 
Sturnus alba ('witte spreeuw')
te koop op amazon.co.uk voor £409,50
.
"Waartoe tog zoo veel verscheidenheids in de werken der scheppinge? dit vraagt misschien de natuuronderzoeker dikwerf aan zich zelve, terwyl hy in de ryken der Natuur, inzonderheid in het Dieren en Plantenryk, by een en het zelfde geslacht en soort, zoo in den uiterlyken vorm, als kleur en geaartheid, een oneindig anders bespeurt, niet geheel onverschillig is het om hier over natedenken, schoon het antwoord op deze vraag niet nauwkeurig zal kunnen bepaald worden. ... " ( Nozeman en Sepp, Nederlandsche Vogelen, p.623 )
Dit zijn de eerste regels van de beschrijving van de 'Witte Spreeuw'. De normaal zo gortdroge en zakelijke beschrijving van een soort begint met een filosofische beschouwing. Dit staat dus niet in een voetnoot, maar is het begin van een beschouwing die nog langer is dan bovenstaand citaat. Zijn al deze vormen geschapen of zijn zij 'een speling der natuur'? vraagt Houttuyn (de opvolger van Nozeman) zich vervolgens af. Zijn die paar zeldzame witte spreeuwen geschapen? Nee, Houttuyn gaat er van uit dat die 'een speling der natuur' zijn. Zijn dan alle soorten een speling der natuur? Nee, natuurlijk niet. De soorten zijn "opzettelijk geschapen door de oneindige hand Gods". Houttuyn meende dat die spelingen der natuur zeldzame afwijkingen waren die vanzelf weer zouden verdwijnen. Toch vond hij ze interessant genoeg om vele van die 'afwijkingen' op te nemen in de Nederlandsche Vogelen. En niet alleen dat. De Witte Spreeuw krijgt dezelfde behandeling als de gewone spreeuw, die in het begin van het boek al besproken was (p.69). Alsof het een aparte soort zou zijn. Dus, een soort kan ontstaan als speling der natuur? Dacht hij dat werkelijk? We weten het niet. Hij wist zelf waarschijnlijk ook niet wat hij er mee aan moest. Hoe dan ook, bovenstaande filosofisch-theologische bespiegeling geeft ons een uniek inkijkje in de denkwijze van geleerden in het vroege begin van de 19e eeuw.

De Witte spreeuw was niet de enige 'speling der natuur'. Hetzelfde zien we bij de kievit die in deel 1 behandeld wordt en de zgn. 'Witte kievit' die in deel 4 van de Nederlandsche Vogelen afgebeeld wordt. 


De witte variëteit van de kievit.
Deze hand gekleurde kopergravure
van Nozeman-Sepp vond ik bij een
antiquariaat voor de prijs van $2500.
Alcedo Ispida
witte ijsvogel (onderaan)
is zekerlyk eene 'verbastering'

The Prints Collector

Behalve de witte spreeuw en de witte kievit (zie afbeelding) zijn er ook de witte lijster, witte specht (afbeelding, [8]), witte ijsvogel (wordt een 'verbastering' en 'by uitstek raare Voorwerp' genoemd; zie afbeelding), witte zwaluwen, witte vinken [5], witte grauwe gors, witte raven, witte kraaien, witte kauwtjes, witte buizerd, witte pauw [10], witte dag-uil [9], witte wulp en witte tamme eenden. Ja, in welke soort vind je geen witte exemplaren! [5]. Men was duidelijk gefascineerd door zeldzame afwijkingen. Die hadden een verzamelaarswaarde. Natuurlijk kende men ook soorten als de witte lepelaar, wilde en knobbelzwaan,  en de sneeuwuil die de witte kleur als soortkenmerk hebben.

Kanarie (drie verschillende 'soorten').
Deze originele ingekleurde kopergravure van Nozeman
en Sepp is te koop op amazon.co.uk voor £659,50.
Er zijn maar liefst 147 platen te koop!

Maar er zijn nog meer voorbeelden van variaties in het boek te vinden. We treffen een opsomming van alle mogelijke kleur- en zang-variëteiten van de kanarie (de voliérevogel, niet de wilde!) aan. Ook merkt de auteur op dat 'tamme eenden' meer kleurvariaties vertonen dan de wilde eenden (217). Voor ons ligt de vraag voor de hand: zijn het variëteiten? zijn het rassen? en als je maar lang doorkweekt wordt het dan een andere soort? Beseffen de auteurs dat deze variëteiten niet door de Schepper in de beginne zijn geschapen? Ze komen immers niet in de natuur voor en ze worden gekweekt en in standgehouden omdat kwekers ze mooi vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk in de tekst. Bij het Parelhoen melden ze dat kleurvariëteiten 'door luchtsgestel en voedsel' veroorzaakt zijn, wat grotendeels onjuist is.

Columba gutturosa (Kropper, kropduif)
bron: amazon.co.uk
Nog een voorbeeld: in het boek komen een vijftal tamme duivenrassen voor, waaronder de Kropper (zie afbeelding), het Meeuwtje, de Kapper, de Paauwduif. Ze worden behandeld alsof het aparte soorten zijn. Over de Kropper schrijven ze
"hij paart het liefst met zijns gelijken en plant alsdan op zijne nakomelingen deze bijzonderheden voort." p.681
Een zeer belangrijke observatie zo zal later blijken [1]. 

De Paauwduif ziet er zo anders uit dat je je af zou kunnen vragen of het wel een duif is. Maar hij is het wel degelijk. Hij wordt vergeleken met pauwen. Vandaar zijn naam. Ook een belangrijke observatie: je kunt een duivenras kweken die er helemaal niet meer als duif uitziet. Potentieel een nieuwe soort zouden wij nu zeggen. Over het Meeuwtje wordt gezegd dat zijn unieke eigenschappen zich ook voortplanten (erfelijk zouden wij nu zeggen). Een belangrijke observatie die helaas vertroebeld wordt door de twijfel of een duif met 30 of meer staartpennen wel kan afstammen van wilde duiven die er doorgaans niet meer dan 12 hebben. 
Wat mij opvalt is dat het onderscheid tussen wilde soorten en gekweekte soorten vervaagd is met o.a. het gevolg dat tamme soorten worden opgenomen in het boek. In moderne vogelgidsen komen geen tamme duivenrassen of eendenrassen voor. Misschien dachten ze toen wel dat de Paauwduif in een ander werelddeel in het wild voorkwam als echte soort en tot huisdier is gemaakt. In die tijd hielden ze immers ontzettend veel wilde Nederlandse en exotische soorten door elkaar in kooien [2].

tamme en wilde vogels: hints

Interessant is dat wordt opgemerkt dat de Holenduif de oorspronkelijke soort is en dat allerlei duiven die er op lijken en alleen in kleur verschillen 'verbasterde afzetselen zijn'. (p.49). Afgezien van de negatieve klank (bastaard) lijkt dit een aanzet tot een beperkte afstammingstheorie.
In de beschrijving van de Rietgans klinkt verwarring over wat 'wild' en 'tam' nu precies betekent, maar tegelijk het besef dat tamme ganzen van wilde ganzen afstammen net als tamme honden afstammen van wilde honden [12]. Nog een intrigerende uitdrukking: "den Wilden Eend, waarschynlyk de Moeder der tamme Eenden" (215). Dat klinkt ons in de oren als 'voorouder'. Een aanzet tot  kleinschalige 'descent with modification'? De terminologie is verwarrend: 'halfslachtigen' wordt gebruikt voor kruisingen tussen wilde en tamme eenden (217).


Darwin

Charles Darwin
1809 – 1882
Wat maakt dit allemaal uit? Waarom zouden we ons daar druk over maken? Dit maakt het interessant: voor Darwin waren de duivenrassen hét voorbeeld van de kracht van kunstmatige selectie en het bewijs voor de veranderlijkheid der soorten. Voor Darwin werden die zgn. 'spelingen der natuur' van cruciaal belang. Omdat die spelingen der natuur overerfbaar waren, waren ze potentieel het begin van een ondersoort en die ondersoort had de potentie zich te ontwikkelen tot een nieuwe soort. Bijvoorbeeld: als die witte spreeuwen levensvatbaar waren en in een geïsoleerd gebied (Texel!) voorkwamen en zich uitsluitend onderling voortplanten, dan zouden ze zich tot een nieuwe soort kunnen ontwikkelen. Bij de Kropper duif had de auteur al vastgesteld dat hij het liefst met zijns gelijken paart en dat zijn eigenschappen terugkwamen in het nageslacht [1]. 
In het laatste deel van het boek wordt glashelder beschreven dat er in gevangenschap witte pauwen geboren zijn uit normale ouders en dat de jongen [van die witte pauwen] voor de helft ook wit waren (p.791) [10]. Dus het is erfelijk. Sterker nog: die witte afwijking wordt letterlijk aan het toeval toegeschreven, dus niet aan klimaat zoals gewoonlijk. Het begrip toeval wordt hier voor het eerst in dit boek geintroduceerd (vijfde deel: 1829). Tegenwoordig worden mutaties routinematig toevallig genoemd.

Witte Kerkuil (Strix alba) ondersoort [9]
Nozeman, Sepp. (The Prints Collector)

Conclusie


We zien dat voorbeelden van overerfbare zeldzame varianten zich opstapelen: witte spreeuwen, witte kievitten, witte ijsvogel, witte specht, witte paauwen, witte lijster, witte zwaluwen, witte vinken [5], witte raven, kraaien, kauwtjes, witte dag-uil [9], kleur- en vorm varianten van kanaries en duiven. Het besef begon te ontstaan dat het toevallige spelingen der natuur waren. Maar ze worden vaak beschreven als soorten. En soorten waren in die tijd onveranderlijk.
Behalve de zgn. spelingen der natuur was men heel goed op de hoogte van de grote variabiliteit van bijvoorbeeld de buizerd (men kende de lichte vorm). Die variabiliteit was zo groot dat sommige ornithologen ze beschrijven als andere soorten!
Waarom verwierpen ze de constandheid van soorten niet? Wat weerhield de schrijvers de feiten op dezelfde manier te interpreteren als Darwin een paar decennia later deed? (plm 1836 - 1840 in zijn Notebooks). Ik denk:

Ten eerste: men gebruikte de begrippen soort, ras en 'speling der natuur' (nu: mutant, variant) niet op een consequente manier. Ze kwamen daardoor niet op het idee dat er in gevangenschap ooit één mutant duif ontstaan moet zijn, waarmee verder gekweekt werd. Een speling der natuur die in de natuur zou verdwijnen, maar die door kwekers in stand gehouden, geselecteerd en vermenigvuldigd wordt. Het besef was niet aanwezig dat je door selectie van een zeldzame mutant een populatie mutanten kunt maken, een nieuw ras of ondersoort. Maar dat was precies waar duivenhouders mee bezig waren.

Ten tweede: onbekendheid met literatuur van die tijd waarin voorlopers van de evolutietheorie uiteengezet werden zoals de Franse bioloog Lamarck [3].

Een derde en misschien wel de belangrijkste factor was het theologische dogma van de onveranderlijkheid der soorten: "want de Natuur is in alle eeuwen aen zig  zelve gelyk" [11]. Dat maakte hen blind voor wat ze met hun eigen ogen zagen: spelingen der natuur, zoals de witte spreeuw, die spontaan ontstonden en die –duidelijk in het geval van duiven en kanarie's– overerven en in stand gehouden werden door kwekers. Dit alles zou een weerlegging van het dogma der onveranderlijkheid moeten zijn. Een gemiste kans! De reden dat het dogma zo onaantastbaar was, kwam omdat het op het geloof in de onfeilbare Bijbel gebaseerd was. En dat maakt het dogma immuun voor weerlegging door nieuwe feiten. Houttuyn: de soorten zijn "opzettelijk geschapen door de oneindige hand Gods". (En volgens het bijbelboek Genesis was de schepping klaar op de zesde dag, dus daarna konden geen nieuwe soorten ontstaan zijn.) De verering van de Schepper was zo allesoverheersend dat zelfs naar aanleiding van bizarre varianten van gekweekte tamme duiven of het zien van een witte kievit de Schepper werd geprezen [6],[7].

In de filosofische beschouwing over de witte spreeuw gaat Houttuyn zelfs nog een stapje verder. Hij verzekerd ons dat wij mensen nooit en te nimmer zullen weten waarom de Schepper die oneindige verscheidenheid heeft geschapen. Dat vraagstuk ligt boven het bereik van het menselijke verstand. Die houding is dodelijk voor wetenschappelijk onderzoek [4].

In het boek De Nederlandsche Vogelen vinden we overvloedig feitenmateriaal over afwijkende vormen. De feiten circuleerden al lang in de wetenschappelijke wereld. Het wachten was op iemand die –niet gehinderd door het dogma der onveranderlijkheid der soorten– alle feiten systematisch verzamelde, correct interpreteerde en een theorie opstelde om die feiten te verklaren. Die persoon was Darwin. Het ironische is dat juist die duiven hét voorbeeld was dat Darwin gebruikte om kunstmatige selectie te illustreren!


(De bovenstaande tekst wordt steeds ge-update zodra ik weer iets nieuws tegenkom in NV.)

Noten

  1. Nota bene: tegenwoordig weten wij dat exclusieve onderlinge voortplanting een kenmerk van een soort is!
  2. Verwarrend: de 'gekraagde tortelduif' (p.701) wordt tot huisdieren gerekend, terwijl 'de tortel' (p.45) tot wilde soort gerekend wordt. Bovendien wisten ze dat de zeer bewonderde en als huisdier gehouden Pauw uit Oost-Indië kwam (p.787). Dus extravagante soorten die er uit zien alsof ze door mensen gekweekt zijn, komen in de natuur voor. Waren zou het tamme pauwduifje ook geen exoot kunnen zijn?
  3. In hetzelfde jaar 1809 dat Houttuyn zijn bijdrage schrijft, verschijnt Philosophie Zoologique van de Fanse bioloog Lamarck, waarin hij zijn evolutietheorie uiteenzet. (NB: tevens geboortejaar van Darwin). Houttuyn kan dat niet gelezen hebben. Hij had het zeer waarschijnlijk verworpen, gezien zijn onwrikbare geloof in de schepping. Pas in 1831 begint Darwin met zijn reis met de Beagle en in 1859 komt zijn Origin of Species uit.
  4. Precies dat idee dat 'we nooit alles kunnen weten' zie je tegenwoordig nog steeds bij gelovigen, sommige filosofen en theologen. Een recent voorbeeld is het boek waar Taede Smedes over blogt: "Je zou dit boek kunnen lezen als een lofzang op de eindigheid van de rede en de logica met taal en wiskundige formules." Bladeren door oude blogs van Jan Riemersma levert het zelfde enigzins anti-wetenschappelijk beeld op. Dit soort ideëen is voor de wetenschap dodelijk; een science-killer. Als Newton het had gelaten bij de uitroep: de zwaartekracht is een mysterie dat we nooit zullen begrijpen! en als Darwin het had gelaten bij de oorsprong der soorten is een groot mysterie!, dan zouden we nu nog opgescheept zitten zijn met een Middeleeuwse natuurkunde en biologie.
  5. "'K heb onder de Muschen, Spreeuwen, huiszwaluwen, (jae onder welk gezin van vogelen vindt men ze niet?) witte gezien, hoewel zeldzaemer dan onder de vinken." (p.256. Deel II). Met witte vinken kan ok de sneeuwgors [p.509] bedoelt worden, maar dat is geen afwijking maar een soort! Er wordt ook een witte strandloper afgebeeld (p.449), maar deze is het winterkleed van de Zwarte Ruiter (volgens de uitgever)!
  6. "Zo wordt onze verbeelding door alles wat de Natuur daargesteld heeft, dan eens met verbazing vervuld, dan eens wordt wederom ons oog bekoort, dan weder ons hart geroerd, en het beschouwen van dit alles leert ons de aanbiddelijke macht van hare Schepper en Onderhouder eerbiedigen." (p.699). Dit is pure theologische vroomheid! [toegevoegd: 24 Nov 2014]
  7.  "Van verwondering opgetogen wordt de nadenkende beschouwer, wanneer hy de Natuur in hare werken gadeslaat en aangespoord tevens tot den Lof des Eeuwigen Formeerders, wanneer hy ziet ... hoe veele van verschillende soorten van Wezens 'er zyn voortgebragt; welk eene orde heerst in al het geschapene ... dat hoe zeer sints alle Eeuwen de gelyksoortige voortbrengsels der Natuur, elkander altoos gelyk bleven, " (p.615).
    - Een volstrekt religieuze tekst, maar wel een waar bewondering voorop staat. Eigenlijk bevestigt de zeldzaamheid van afwijkingen de constandheid der soorten. Tegelijk wordt kennelijk ook aan de natuur het vermogen toegeschreven variatie's voort te brengen. Hoe meer je aan de natuur zelf toeschrijft, hoe minder je rechtstreeks aan God hoeft toe te schrijven. In een stap in de goede richting. [toegevoegd: 1 Dec 2014]
  8. Men was er niet zeker van of de witte specht nu een 'speling der natuur' was of een andere soort (dan de groene specht). (p.619) [toegevoegd: 2 Dec 2014]
  9. De witte kerkuil Tyto alba alba is een ondersoort van de kerkuil die tegenwoordig zeldzaam in Nederland voorkomt. Het is dus geen los individu (mutant), zoals bij de witte spreeuw. Het is interessant dat juist die zeldzame ondersoort in Nozeman en Sepp voorkomt naast de 'gewone' kerkuil (Tyto alba). Het was toen niet duidelijk of dit een dwaalgast was of een in Nederland broedende soort. Ze merken daarbij nog op dat witte soorten vaak in noordelijke streken voorkomen (IJsland, Zweden, etc). [toegevoegd: 2 Dec 2014]
  10. Uit de tekst is niet helemaal duidelijk of de schrijver jongen van witte paauwen bedoelt of jongen van gewone paauwen: "Het gebeurt ook somtijds dat onze gewone Paauwen witte jongen bekomen, dat er voor eenige jaren van de vier jongen van een paar  gekleurde Paauwen twee derzelve geheel wit waren; indien het is dat de witte slechts toevallig zijn, is dit ook zeker de reden, dat dezelve veel zeldzamer zijn dan de gekleurde". (p.791). We zien hier weer het woord toeval opduiken! Dus geen invloed van het klimaat zoals gewoonlijk. Als er twee jongen van een normaal paar beide wit zijn moet dit, zoals wij tegenwoordig zouden zeggen, waarschijnlijk betekenen dat beide ouders de witte mutatie in heterozygoot-recessieve vorm gehad moeten hebben. Maar het is ingewikkelder dan dat, zie de pagina van Henk over witte vormen van de Paauw en ontzettend veel andere huisdieren en de interactieve kruisingsresultaten. [toegevoegd: 7 Dec 2014]
  11. in een verwijzing naar wat Aristoteles over de Hop schreef (hier). [30 dec 2014]
  12. "ja in Tartarie zyn plaatsen, waar de Ganzen by Zomer wild en 's Winters tam zyn: des het niet onwaarschynlyk voorkomt, dat de Tamme Ganzen, even als de Honden, van de Wilden afkomstig zyn." (hier) [toegevoegd: 22 Jan 2015]

Postscript 21 Nov 2014


Een interessant voorbeeld van hoe een kans tot evolutionair denken gemist wordt is de kruisbek (zie afb). Er wordt verteld dat wylen de heer Nozeman een leeurik heeft gevangen die een gekruiste snavel had. Het was een mismaakte snavel bij een individu (dat soort afwijkingen zouden niet overerven wordt er bij verteld). Maar bij de kruisbek hebben alle individuen zo'n 'afwijking' (die kennelijk niet schadelijk is). Men kwam niet op het idee dat een toevallige afwijking toevallig ergens nuttig voor kan zijn, en zo een nieuwe soort zou kunnen ontstaan.


Postscript 22 Nov 2014

Een witte raaf (Naturalis collectie)

Sepp en Nozeman maken melding van witte raven. In de collectie van Naturalis bevindt zich ook een witte raaf. De dierenpreparateur Hein van Grouw "houdt van dit soort kleurafwijkingen bij vogels" net als Nozeman en Sepp. Het ongelukkig dier was afkomstig van de Faeröer eilanden, waar meerdere individuen leefden. Het is onduidelijk of ze daar nog steeds voorkomen, of dat ze allemaal werden geschoten voor collecties van musea over de hele wereld. De populatie had door inteelt (Faeröer is een afgelegen eilandengroep) tot een ondersoort kunnen uitgroeien. Evolutie ... in de kiem gesmoord.



Vorig blog over dit onderwerp:



Volgend blog over dit onderwerp: