Blog Deel twee is op 17 maart 2015 verschenen: Prof. Kees Brunia over vivisectie: Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met dode kikkers
![]() |
| Kees Brunia (2015) Het Brein. Van farao tot fMRI. |
Prof. Kees Brunia (82) beschrijft de geschiedenis van de hersenwetenschap op een manier die ik nog niet kende. In de eerste plaats niet voor vakgenoten maar voor geïnteresseerd publiek. En dat maakt een groot verschil in leesbaarheid. In de tweede plaats door de vele citaten van de onderzoekers zelf (soms in 'vertaling' om het leesbaar te maken). Daardoor kom je in direct contact met hun gedachten, hun experimenten, hun conclusies, hun twistpunten, hun ambities.
De vele biografische details maakt het verhaal levensecht. Inderdaad het is één groot verhaal geworden, geen studieboek. De overvloed aan illustraties, tegenwoordig een luxe in de boekenwereld (!), is essentieel voor het succes van het boek. Anatomie zonder illustraties is onzinnig. Illustraties zijn kennis. En door die illustraties zien we wat ze toen meenden te zien, of wat ze dachten te moeten zien op grond van de autoriteiten uit de oudheid [1].
Brunia stelt zich volledig open voor de gedachtewereld van die tijd en verhindert het zicht niet door steeds tussendoor te vertellen wat we nu weten. Hij laat de onderzoekers zelf aan het woord. Daardoor kun je met verrassend gemak in hun denkwereld verplaatsen. Dat is een ongekende ervaring. Ze worstelden toen met vragen als: wat is de functie van de hersenen, het hart, de longen, zenuwen? (hij begint bij het begin). Brunia plaatst ze in de wetenschappelijke, historische en sociale context. Onvermijdelijk is het begin van de medisch-biologische kennis nog erg algemeen en valt het samen met wetenschapsgeschiedenis. Hij geeft het verband met pas ontdekte kennis over luchtdruk, vacuüm, elektriciteit, etc. Allemaal kennis die een middelbare scholier nu uit zijn hoofd moet kennen, maar die toen de grenzen van de wetenschap vormde en bedreven werd door topwetenschappers uit die tijd.
Vaak hoor je dat alle kennis voorlopig is, maar de functie van hersenen, hart, longen en bloedsomloop behoren nu toch wel tot vaststaande kennis. Door dit boek ervaar je dat die vaststaande kennis met vallen en opstaan is verworven door mensen van vlees en bloed. En er is een niet te ontkennen vooruitgang in de wetenschap. We leven in een bevoorrechte tijd. Een extra persoonlijk accent introduceert Brunia door ieder hoofdstuk te openen met een dichterlijke, filosofische, anekdotische beschouwing in rood. Het boek is zo spannend dat ik merk dat andere boeken en blogs waar ik al aan begonnen was, blijven liggen.
Het boek vertelt de geschiedenis van de hersenwetenschap (neurologie) vanaf
de oudste geschriften. Het is ten dele ook een geschiedenis van de medische wetenschap, anatomie, biologie. Het werk is ongekend rijk geïllustreerd (200 illustraties, veel in kleur). Ook de opmaak is fraai. Zo behoort een studieboek er uit te zien. Zelfs
Dick Swaab is dat niet gelukt. Het is geen studie boek neurologie, maar het geeft de ontwikkeling van de hersenwetenschap. Vlot geschreven. Voor zover ik kan nagaan is er op dit moment in het Nederlands geen vergelijkbaar boek leverbaar. Breder van opzet is: Inleiding tot de geschiedenis der geneeskunde G.A. Lindeboom (2000), maar dat is niet meer leverbaar.
Op dit moment heb ik de eerste drie (van in totaal 8) hoofdstukken gelezen. Die leveren al voldoende stof op voor twee blogs. De volgende citaten passen uitstekend in het thema waarover ik vaker geblogd en gediscussieerd heb: als je betrouwbare kennis wilt verwerven moet je religie en bijgeloof eerst verwijderen:
Hippocrates (460-370vChr) schreef een verhandeling over epilepsie:
"Het lijkt mij dat epilepsie niet heiliger is dan andere ziekten, maar dat het een afwijking is met natuurlijke oorzaak. Iets wordt goddelijk of heilig genoemd uit onwetendheid en onkunde. ... Ziekten aan de goden wijten is werk van charlatans. ... Epileptische verschijnselen zijn het gevolg van een stoornis in de hersenen, demonen komen er niet aan te pas." (p.19). Vergelijk: [2]Over Galenus (131-201):
"In zijn verschillende traktaten prijst Galenus de Schepper of de natuur die voor iedere structuur een passende functie heeft bedacht, en voor iedere functie een passende structuur. Bouw en functie van het organisme ziet hij als een lofzang op de Schepper." (p.30)"God vinden door de wetenschap, dat was het ideaal van de scholastici." (p.37)
Over Vesalius:
"Theologen die ook bij de sectie aanwezig waren, meenden dat hier het geloof in de eeuwige menselijke ziel bedreigd werd en begonnen felle discussies met de jonge geleerde. Wie wel eens geprobeerd heeft met dierenactivisten te praten over het nut van dierproeven weet hoe zo'n discussie ongeveer verloopt. Theologen hebben altijd gelijk." (p.62)Maar zelfs de progressieve Vesalius schrijft:
"Ik heb geen doorgang kunnen vinden. We moeten het vernuft loven van de grote Bouwmeester, die maakt dat het bloed van rechts naar links zweet door openingen die aan het oog ontsnappen." (p.71)Over de conservatieve anatoom Curtius:
"Anatomie is een heilig vak, dat uitgeoefend moet worden als een godsdienstoefening. De uitleg van de leer getuigt immers van de goedheid en wijsheid van God." (p.66)De citaten zijn mijn selectie. Het boek gaat niet over de verhouding wetenschap–geloof. De citaten benadrukken dat vooruitgang alleen geboekt wordt door correcte waarnemingen en experimenten, niet door boeken te lezen van autoriteiten uit het verleden. Aangezien theologie uitsluitend uit boekenwijsheid bestaat, komt de empirische benadering automatisch in botsing met de theologie. Brunia benadrukt keer op keer dat zelfs vooruitstrevende anatomen wel sectie verrichten op lijken, maar vaak zagen wat door de ouden beschreven was. Dus zo vanzelfsprekend is kijken niet. Bovendien werd er zelfs door conservatieve machthebbers in Rusland gecensureerd: "Conservatief gezag is alomtegenwoordig in kunst en wetenschap" (p.467).
Kees Brunia geeft op dit moment HOVO cursus in Utrecht over dit onderwerp, waarbij het boek fungeert als naslagwerk. Het boek is uitgegeven bij de Academische Uitgever Eburon. Hier is een interview met prof. Brunia waarin hij over zijn boek vertelt. De prijs van het boek valt eigenlijk nog wel mee voor een hardback met zoveel kleurenafbeeldingen.
Noten
- Zelfs Leonardo da Vinci tekende details in de hersenen die hij bij vroegere autoriteiten had gelezen, maar die hij nooit gezien kon hebben. (p.48-49)
- Volgens de Bijbel kunnen mensen door de duivel gebonden of bezeten raken. Het tweede geval is erger, omdat in dat geval de duivel, of één of meer van zijn demonen, daadwerkelijk in iemand wonen. Mattheus 4:24: "En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrië; en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieken en geraakten; en Hij genas dezelve." Hadden ze maar Hippocrates gelezen, dan hadden ze zich niet met die onzin over duivels, satan, etc beziggehouden. Dit citaat toont de gedachtewereld van het OT: in moderne ogen primitief en achterhaald. Als je het OT voor het woord van een moreel perfecte bovennatuurlijk persoon houdt, bega je een vreselijke vergissing.



