16 May 2017

De relatie mens - ooievaar in Nederland door de eeuwen heen (2)

Ooievaar (Oijevaar) in de 'Nederlandsche Vogelen'
(p 306-308 in papieren editie)
In mij vorige blog schreef ik over ooievaars die nesten maakten in bomen. Ik kwam ze tegen in het gebied langs de IJssel tussen Deventer en Zutphen. Ik wist alleen van ooievaars die broedden in nesten op door mensen neergezette palen. Ooievaars die zelf nesten maken in bomen had ik nooit eerder gezien. Maar dat moet de oorspronkelijke vorm van broeden zijn. Immers die palen zullen er niet altijd geweest zijn. Of toch wel? Ik heb het in het 18e en 19e eeuwse standaard werk de Nederlandsche Vogelen opgezocht. De ooievaar komt er in voor, en inderdaad, er wordt al melding gemaakt van allerlei hulpmiddelen voor het nestelen van ooievaars:
"... de ooievaar kiest daartoe stompe torens of het dak van kerken, mits daarop een bak geplaatst is, of oude muragiën, of plat gedekte schoorstenen van gebouwen, zelfs in steden. Meest echter houdt hij ten platte landen en in de dorpen huis, als waar hij meer gelegenheid vindt om te aazen op vochtige moerassige weiden, in ondiepe sloten en op de grienden der binnenwateren."
Er wordt niets gezegd over nesten in bomen. Hoe dan ook, ooievaars zijn dus al zo'n 3 eeuwen gewend om op palen of daken te nestelen.

Ook in de webcam van de Vogelbescherming zie je een nest op een kerktoren:

Ooievaars nest op het oude stadhuis van Gennep (Limburg)
met twee jongen. Gennep ligt aan de Maas.
Ze foerageren waarschijnlijk in de uiterwaarden van de Maas
(opname 16 mei 2017).

Dat sluit natuurlijk niet uit dat ze beide vormen van nestelen gebruiken. En dat heb ik ook gezien. Dichtbij een kleine 'ooievaarskolonie' in een bosje bij Gorssele (aan de IJssel) staan ook twee palen waarop genesteld wordt (foto vorig blog). Een individuele voorkeur?

De ooievaar is niet de enige vogel waarvan je het niet verwacht dat die in bomen broedt. Ook de blauwe reiger, lepelaar, zilverreiger en nijlgans nestelt in bomen.  Opmerkelijk voor vogels met lange poten of zwemvliezen.

Ik kan me bijna niet voorstellen dat ze in de tijd van de Nederlandsche Vogelen belangeloos ooievaars hielpen. Voor het plezier om er naar te kijken of omdat ze het gewoon mooie vogels waren. In die tijd gold dat men schoot op alles wat eetbaar was. Of de eieren raapten. De ooievaar lijkt voor alsnog een uitzondering.
Dit komt mooi overeen met wat ik in het proefschrift van Jan Hendrik de Rijk vond:

"De vroege bescherming van twee soorten wordt wel het begin van die moderne vogelbescherming genoemd. Ooievaar en nachtegaal werden al in 15de respectievelijk 17de eeuw beschermd en waren tot eind 19de eeuw de beschermde soorten bij uitstek. Deze soorten hadden voor de mens geen direct belang en de bescherming had daarmee een afwijkend karakter. Waarom ooievaar en nachtegaal al zo vroeg werden beschermd, is cultureel bepaald. Ook in veel andere landen kregen deze soorten al vroeg bescherming. Waarom de bescherming tot eind 19de eeuw zo weinig soorten gold, is vanuit economische belangen te verklaren. Soorten niet exploiteren was een luxe. Ruimte om veel meer soorten te beschermen, kwam er pas door toename van de welvaart rond 1900. De ontwikkeling van de vogelbescherming is daarmee sterk door de economische ontwikkeling beïnvloed. Het ecologische belang van deze selectieve soort bescherming is goed zichtbaar bij de ooievaar. Ooievaars hoefden niet schuw te zijn en konden te midden van mensen leven. Dat was eeuwen lang bepalend voor hun voorkomen." (Jan Hendrik de Rijk: Vogels en mensen in Nederland 1500-1920, proefschrift 24 juni 2015)

Bronnen:

 

Vorig blog over dit onderwerp:

De relatie mens - ooievaar in Nederland door de eeuwen heen (1) 4 mei 2017

Nieuws:

De ooievaar staat centraal in de 2e aflevering van Stadsmormels, zaterdag 27 mei NPO 1 22:05 uur.

No comments: