17 March 2015

Prof. Kees Brunia over vivisectie: Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met dode kikkers


Het boek van Kees Brunia Het Brein (2015) is een goudmijn voor onderzoek naar vivisectie in de hersenwetenschap en vooral in de geschiedenis van het vakgebied. Als je het woord 'vivisectie' opzoekt in de index dan staat er gek genoeg maar één paginaverwijzing. Ik telde niet minder dan 63 pagina's waar vivisectie beschreven wordt [1]. Een vreemde zaak.


Fig 3.8. Luigi Galvani.
Het contact tussen een zenuw en een spier via
twee bogen van een verschillend metaal geeft
spiercontractie (kikker).

 

Ik definieer vivisectie als het experimenteren met levende dieren dat met ernstig ongemak voor het proefdier gepaard gaat of waarbij ze onherstelbaar beschadigd raken, met het doel wetenschappelijke of medische kennis te vergaren. Overigens kunnen 'dieren' in principe ook mensen zijn. Dat gaat vaak gepaard met snijden in het dier. Maar het kan ook om gedragsexperimenten gaan met een intact dier, waarbij bijvoorbeeld elektrische schokken worden toegediend.

Fig 3,7. Luigi Galvani. De eerste afbeelding van zijn
proefopstelling uit zijn Commentarius (1791)

 

Het boek van Brunia gaat over hersenonderzoek met een aanloop van ongeveer 3000 jaar. Brunia citeert veel onderzoekers uit het verleden en als er vivisectie in voorkomt worden die niet gecensureerd. Hij maakt er geen geheim van. Vivisectie passages komen meestal en passant voor in beschrijvingen van experimenten.

In de 16e eeuw:

"Een dag later deed hij de laatste sectie op een levende hond – dat was echte vivisectie. ... (Brunia, p. 68):

  • "Als ik de tweede zenuw doorsnijd, is het blaffen afgelopen, maar pas op, hij kan nog wel bijten." (p.68) Andreas Vesalius (1514-1564) 
In de 17e eeuw:
  • "Toen Jan Swammerdam (1637– 1680) bij Thévenot in Parijs op bezoek was, liet hij de verbaasde toeschouwers zien, dat het hart van een kikker buiten het lichaam kon blijven kloppen." (p.270). 
  • "Jan Swammerdam had aan een geleerd gezelschap laten zien dat een kikker nog kan zwemmen als je het hart uit zijn lijf haalt" (p.287).
  • "Als je de zenuw van het middenrif van een levende geopende hond ..." (p.131)
  • "In het andere experiment, dat ik niet vlug opnieuw zal doen, omdat het zo gruwelijk was, gebruikte ik een blaasbalg, waarmee ik de longen vulde en weer leeg liet lopen. Ik kon het dier [een hond], zolang ik dit deed, in leven houden, nadat ik ook de nodige ribben had weggezaagd en de buik had geopend. Het was mijn bedoeling een beeld te krijgen van de aard van de ademhaling. Ik ben niet geneigd het een tweede keer te doen, omdat het zo'n marteling is voor het dier. Het is zeker belangrijk om dit werk voort te zetten, maar alleen als we een methode hebben om het dier rustig te krijgen, zodat het niets zou voelen." (p.118). Robert Hooke, 10 nov 1664.
De 18e eeuw:
  • "Sinds 1751 heb ik wel 190 experimenten gedaan op dieren en telkens voel ik bij dit wrede onderzoek een weerzin, die ik alleen maar kan overwinnen door de hoop dat mijn werk bijdraagt aan het nut van de menselijke soort" (p.142). (Albrecht von Haller, 1708-1777).
  • "Als je de kop van een kikker isoleert van zijn romp, kun je nog zeker een half uur zien dat zijn oogleden heen en weer gaan ..." (p.150) Robert Whytt (1714-1766).
Fig 3.24. Ivan Michailovich Sechenov
(1829–1905)
De 19e eeuw:
  • "Ik hang een kikker op zoals u in figuur 3.24 kunt zien. Dan laat ik één poot zakken in een bak met verdund zwavelzuur en kijk hoeveel tikken het duurt voor het dier zijn poot optrekt." (p.182)  Ivan Michailovich Sechenov. (zie ook: p.185).
  • "Het dier [een jonge kat] schreeuwt en krijst, schokt over zijn hele lichaam en ik moest uitkijken voor zijn klauwen en tanden. Als ik het ruggemerg dwars doorsnijd, ... Bij een jong Indisch varken, dat min of meer in huiselijke kring opgroeide, heb ik het ruggemerg ook dwars doorgesneden. Toen het dier was bijgekomen van de pijn van de operatie ...  (p.191) (Marie Jean-Pierre Flourens, 1794–1867) (zie ook p.192–195). zie ook: p.189.
  • "Hij had samen met zijn vriend een salamander in stukken geknipt ... " (p.289)  Marshall Hall (1790–1857) (zie ook p.259)
  • "Ik ging daarbij als volgt te werk. Ik sloeg een konijn achter zijn oren, zodat het dier bewusteloos was en ik het ruggemerg bloot kon leggen." (p.166) (sir Charles Bell,  1774-1842) 
  • zie ook: Francois Magendie p.166-169
Over Flourens schrijft Brunia: "Flourens was een experimentator. Hij gebruikte twee technieken bij zijn onderzoek: hij haalde delen van het brein weg en keek naar het effect op het gedrag, of hij stimuleerde door te knijpen of te prikken met een speld" (p.189). Bijvoorbeeld: hij verwijderde het cerebellum bij duiven (p.336). "Hij gebruikt jonge honden of katten, konijnen, duiven en kikkers." (p.190).

En de 20e eeuw:
  • "Om dat te bewijzen sneed hij bij katten op twee niveaus de hersenstam door ... (p.347) Frederic Bremer (jaren dertig v.d. 20e eeuw).
  • "Zij sneden aan één kant de achterwortels door van het cervicale ruggemerg van apen .... De dieren hadden geleerd om een electrische schok te voorkomen ... Na de operatie lukte het aanvankelijk niet om de schok te voorkomen...  (p.369) Taub en Berman (1968). 
  • "Lawrence en Kuypers (1968) hebben de piramidebaan bij apen doorgesneden, net boven de kruising in de hersenstam ... Het meest desastreus was het effect op de vingerbewegingen." (p.301)
  • "Als je een rat een toon laat horen die even later gevolgd wordt door een electrische schok, blijft hij onmiddellijk stilstaan –haren overeind– als hij bevroren is. LeDoux trainde zijn ratten en maakte een beschadiging in de auditive cortex. ... enz. (p.371–372) Le Doux (1996) The Emotional Brain
  • "Ook jonge katjes, waarbij het ruggemerg al na één tot twee weken na de geboorte werd doorgesneden ... " (p.479)  (1985)
  • "Het is een spinale hond, zijn hersenen zijn weg." (p.311) (1961)

De 21e eeuw: 

Wrede dierexperimenten behoren niet tot het verleden. Want Brunia vertelt dat de experimenten van Flourens in de 19e eeuw, nl. "gecontroleerd beschadigen en stimuleren, tot op de dag van vandaag routine het lab zijn." (p.189). Routine!


conclusie?

De citaten vormen slechts een onvolledige opsomming van wat er in het boek te vinden is. Voor de volledige opsomming zie noot [1].  
Wat kunnen we hieruit concluderen? Vivisectie in de hersenwetenschap is algemeen vanaf de 16e eeuw tot nu. Zonder vivisectie was de ontwikkeling van de hersenwetenschap waarschijnlijk onmogelijk [maar zie: 6]. De geschiedenis van de hersenwetenschap is de geschiedenis van de vivisectie. 
Ten tweede: het is een uitzondering wanneer de experimentator zelf melding maakt van het feit dat het 'geen pretje' is voor het dier (tenminste voor zover het door Brunia geciteerd wordt) [7]. 
Ten derde: Brunia beschrijft en citeert al deze experimenten zonder enig oordeel over de morele toelaatbaarheid. Zelfs zonder te melden dat er überhaupt een moreel probleem bestaat.



moreel toelaatbaar?

Maar, wat vindt prof. Brunia eigenlijk van de morele toelaatbaarheid van dierexperimenten? Hij doet er geen rechtstreekse uitspraak over [12]. Mag je eigenlijk wel verwachten dat hij een moreel oordeel geeft over dierexperimenten in een boek dat over de geschiedenis van hersenonderzoek gaat? Horen subjectieve morele oordelen wel thuis in zo'n boek? Wel, het boek bevat veel persoonlijke details: ieder hoofdstuk begint met autobiografische anecdotes of soms zelfs gedichten. Brunia vertrouwt ons toe dat hij een liefhebber is van klassieke muziek, jazz, toneel, kunst, poëzie, een glaasje Pernod, Pouilly Fumé, bonbons, zeetong en pijproken. Als dat thuishoort in het boek, dan zou een korte ethische afweging veel méér op zijn plaats zijn. Toch vermeldt Brunia nergens dat de experimenten in het verleden onnodig wreed waren. Vermoedelijk vindt hij dat er niets mis is aan dierexperimenten. En dat kan verklaren waarom hij er zo open over schrijft. Hij heeft niets te verbergen. Als je er voor schaamt wat er vroeger in naam van de wetenschap allemaal met dieren gedaan werd, zul je het waarschijnlijk weglaten om je vak niet in een kwaad daglicht te stellen. Ik vind ook geen aanwijzingen dat Brunia geïnteresseerd is in verdoving of pijnbestrijding van proefdieren.

'anti-vivisectionisten'

Maar Brunia zegt indirect wel iets over 'antivivisectionisten' in noot 68 achter in het boek: "Dat er sprake was van een hond, heeft Dixon er niet bij verteld. De manier waarop het dier aan zijn einde kwam, was nogal heftig en waarschijnlijk heeft hij het niet verteld om reacties van de antivivisectionisten te ontlopen," (p.477). Nog een indirecte aanwijzing: in het begin van het boek staat een sleutelpassage:
"Wie wel eens geprobeerd heeft met dierenactivisten te praten over het nut van dierproeven weet hoe zo'n discussie ongeveer verloopt." (p.62)  
De suggestie is dat iedereen die tegen dierproeven is, een 'dierenactivist' is en die zijn zo onredelijk, daar valt niet mee te praten! Ontnuchterende conclusie: het lijkt dat voor Brunia vivisectie géén moreel probleem is. Dat dieren pijn lijden is niet het probleem, maar de anti-vivisectionisten zijn het probleem. Nog erger: in de volgende uitspraak van Brunia klinkt zelfs enige humor door: 
"U hebt intussen wel begrepen dat het reflexonderzoek een groot aantal kikkers het leven heeft gekost. Nieuwe aanvoer is alleen maar gegarandeerd als hun seksuele activiteit op peil blijft" (p.177-178)
'Aanvoer'! Alsof het om de bevoorrading van den supermarkt gaat. Elders komt Brunia met een losse opmerking die als motto voor zijn boek zou kunnen dienen:
"Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is bezaaid met kikkers." (p.272). 
Ik had graag gezien: "Onze weg naar de kennis van het centrale zenuwstelsel is helaas bezaaid met dode kikkers." Op zijn minst. Maar dat is kennelijk teveel gevraagd. Dat kon er niet af. Waar hij wel wakker van ligt is of het experiment wetenschappelijk verantwoord is: "Dat onderzoek was erg bloederig en zeker niet optimaal om betrouwbare resultaten te krijgen." (p.247) [5]. In één zeldzame passage klinkt toch net iets anders door:
"We hebben er veel van geleerd: de kikkers hebben antwoorden geproduceerd op onze niet altijd even vriendelijke vragen." (p.160).
'Niet altijd even vriendelijke": dat is het eufemistische understatement van de eeuw! Je zou het –zeer welwillend– kunnen interpreteren als een mislukte poging om die talloze proefdieren te bedanken die hun leven hebben gegeven voor het geluk van de mensheid [8]. Maar helaas, er is in de verste verte geen sprake van een behandeling van het ethische probleem: Mag de mens ten behoeve van zichzelf andere dieren opofferen? Vooral het meest intelligente dier dat als enige uitgerust is met moreel besef, zou zich deze vraag moeten stellen.

ethische redenen

Heeft prof. Brunia nog nooit gehoord van ethiek? Toch wel:
  • "Om ethische redenen kunnen we bij mensen bijna nooit direct de activiteit van de spiegelneuronen meten... (p.395)
  • "Je kunt het ook anders aanpakken, althans bij proefdieren ..." (p.417).
  • "Toen hij met zijn medewerkers de spiegelende hersengebieden bij de mens ging onderzoeken, kon hij niet teruggrijpen op zijn vertrouwde celregistraties." (p.385).
Kennelijk gaat ethiek uitsluitend over mensen. Prof. Brunia vertelt ons niet –in een boek van 526 pagina's– waarom die ethische redenen niet voor het dier gelden [9].

Prof. Brunia heeft geen last van empathie met dieren [13]. De wetenschappelijke nieuwsgierigheid verdringt de eventuele empathie. Voor hem zijn dieren een gebruiksartikel die je gewoon kunt bestellen en verbruiken in hoeveelheden die alleen beperkt worden door de kosten. Dit valt me ontzettend tegen van iemand met de intelligentie en algemene ontwikkeling als prof. Brunia. Het is raadselachtig en triest. Hij moet toch weten als neuroloog dat dieren pijn kunnen lijden? Hij moet toch weten dat wetenschappers al jaren alternatieven voor vivisectie aan het ontwikkelen zijn? [11]. Hij is waarschijnlijk opgegroeid in een tijd dat er nog geen ethische commissies waren [10]. Maar, dankzij deze houding vertelt hij nietsverhullend over proefdiergebruik in de hersenwetenschap.



Slotvragen:

  • mag een wetenschapper doen met dieren wat een burger door de wet verboden is?
  • wat is het belang voor de dieren zelf van al deze dierproeven? wat hebben dieren er aan dat mensen geneesmiddelen hebben voor menselijke ziektes?
  • hoeveel mensen zijn er bereid medische experimenten te ondergaan waar ze zelf geen belang bij hebben, maar uitsluitend anderen? laat staan ten behoeve van een andere (dier)soort?
  • moeten mensen die profiteren van proefdieronderzoek niet zelf de lasten dragen? Dus: experimentele medicijnen uitproberen op zichzelf volgens het principe de lusten, maar ook de lasten? 

Stichting Proefdiervrij:


In januari 2012 meldde de Stichting Proefdiervrij dat ze "geen acties voeren tegen" dierproeven, maar de nadruk leggen op het vervangen van proefdieren en vooral voor alternatieven zullen strijden, bijvoorbeeld door modern innovatief onderzoek te stimuleren. [22 mrt 2015]


Ingezonden brief prof Brunia over vivisectie:

Hier vindt U een pdf van een ingezonden brief van prof Brunia en Jan Hoeijmakers, waarin vivisectie wordt verdedigt en zgn. 'dierenactivisten' worden aangevallen. (met dank aan Roeland)


Postscript 

25 maart 2015

In het laatste college had Brunia (op verzoek) zijn mening over vivisectie verteld. Hij is voorstander van vivisectie op chimpansees. Zijn argument om vivisectie te rechtvaardigen was een tegenvraag: Bent U gezond? Als U tegen vivisectie bent mag U geen geneesmiddelen gebruiken die getest zijn op dieren. Bijvoorbeeld als het gaat om AIDS. Volgens Brunia komt het immuunsysteem van chimpansees overeen met dat van de mens, waardoor AIDS geneesmiddelen op chimpansees getest kunnen worden. Daarom is Brunia tegen het verbod op proeven met chimpansees dat in de Tweede Kamer is aangenomen. Daardoor is het onderzoek naar Amerika uitgeweken. 
Mijns inziens heeft Brunia met zijn tegenvraag de oorspronkelijke vraag naar de morele toelaatbaarheid van vivisectie op dieren niet beantwoord. Of sommigen wel/niet in overeenstemming met hun idealen handelen is een ander vraagstuk dan de morele toelaatbaarheid van dierproeven.

Na afloop van het laatste college had ik een kort gesprek met prof. Brunia over vivisectie. Hij heeft zelf nooit vivisectie op dieren gedaan. In het lab in Tilburg waar hij werkte werden gedragsproeven met dieren gedaan, geen vivisectie. Mijn vragen over het verschil in immuunsysteem chimpansee mens kon hij niet goed beantwoorden. Hij is geen expert in de immunologie. Daarmee wordt de basis van proeven op chimpansees dubieus. Ik vroeg hem of hij bereid was om proeven te ondergaan voor het testen van geneesmiddelen voor ziektes bij chimpansees. Er kwam niet een duidelijk antwoord. 
Voor zover hij op de hoogte was van alternatieven voor dierproeven (computersimulatie, celkweek, etc) meende hij dat de resultaten daarvan te optimistisch ingeschat werden. Maar, ik heb aanwijzingen dat de voorstanders van vivisectie het belang van dierproeven voor menselijke geneesmiddelen schromelijk overdrijven [6].
De vele beschrijvingen van vivisectie in zijn boek heeft hij bewust niet weggelaten omdat ze nu eenmaal een historisch feit zijn. En vermoedelijk om aan te tonen dat, hoewel die experimenten afschuwelijk waren, vivisectie noodzakelijk is voor de vooruitgang van de wetenschap en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen. Daardoor is zijn boek –mijns inziens– onderdeel geworden van zijn pro-vivisectie agenda. Het probleem is dat hij in zijn boek geen expliciete verantwoording  gegeven heeft.
Mijn algemene indruk is dat de mening van prof Brunia over vivisectie niet beter is dan die van mijn buurman.


Noten

  1. pagina 68, 113, 118, 128, 129, 130, 131, 142, 149, 150, 160, 166, 168, 172, 176–180, 182, 185, 189–196, 221, 222, 225, 228, 231, 247, 259, 262, 265, 269, 270, 272, 273, 275, 278, 287, 289, 301, 309–313, 329, 336, 347, 364, 369, 371, 372, 377, 381, 383, 385, 395, 402, 417.
  2. G.G. Berntson et al The decerebrate human: associative learning, Experimental Neurology, Volume 81, Issue 1, July 1983, Pages 77–88
  3. Decerebrate Cat walks and exhibits multiple gait patterns, luguber youtube filmpje zodra je je realiseert wat hier gaande is. Zie ook de commentaren! 
  4. Decerebration: kort wiki artikel
  5. Bijvoorbeeld: citaat in noot 85 van hoofdstuk 3: "Diese Versuche sind bei höheren Thiere die grausamsten welche mann erdenken kann." (p.466)
  6. Maar zie deze pagina met veel publicaties over onnut dierexperimenten.
  7. Ook hier maakt Brunia zich meer zorgen over de reproduceerbaarheid van het experiment dan het lijden van het proefdier: "Het bloedverlies en de treurige omstandigheden waaronder zo'n experiment moet worden gedaan als je met jonge honden werkt." (p.172). Nota bene!
  8. Je zou als eerbetoon aan al die miljoenen proefdieren die er in de afgelopen eeuwen opgeofferd zijn voor de mensheid een erebegraafplaats moeten inrichten met een houten kruisje voor ieder dier. Om het zichtbaar te maken en niet te vergeten.
  9. Pas echt luguber wordt het wanneer Brunia schrijft over 'een gedecerebreerd mens' (p.310). Wat is een gedecebreerd mens? Brunia legt het niet uit. Waarschijnlijk een mens waar door welke redenen dan ook de verbinding van hersenen met het ruggemerg verbroken is. Durft hij het niet te vertellen? Of gaat hij er van uit dat iedereen het weet? Ik wist het niet. Eerder schreef hij over een 'onthersende kikker' (p.176) en de 'spinale hond': zijn hersenen zijn weg (p.311). Ik kon via google maar één publicatie vinden waarin  'decerebrate human' voorkomt [2,3,4].
  10. "There is also a shocking nostalgia for the days before ethical committees on animal research, when cats were gathered 'from the alley'." bron: Douwe Draaisma reviews Tales from Both Sides of the Brain: A Life in Neuroscience, Michael S. Gazzaniga, Ecco: 2015. 
  11. Er is een Stichting Proefdiervrij die streeft naar de vervanging van proefdieren door alternatieven. Ik heb me gelijk opgegeven als donateur. [toegevoegd: 19 mrt 2015] 
  12. Een lezer maakte mij er op attent (zie: comments) dat Prof Brunia in de NRC van 12 september 2005 een opiniestuk publiceerde 'Jaag innovatieve bedrijven niet naar de VS' waaruit duidelijk blijkt dat hij een fanatiek verdediger is van vivisectie en iedereen aanvalt en verdacht maakt die daar anders over denkt [toegevoegd 19 mrt 2015]
  13. In het college 23 mrt bekende Brunia: "Ik ben er buitengewoon slecht in om intenties van mensen af te leiden uit gedrag". [toegevoegd 25 maart 2015]

Vorig blogs over dit onderwerp:

15 March 2015

Paradiso-lezing 2015 Hans Clevers: kanker is een Darwinistisch proces

Prof. Hans Clevers (©nrc)
Charles Darwin














 

In de Paradiso-lezing zondag 15 maart 2015 betoogde prof Hans Clevers dat kanker een Darwinistisch proces is.

Wat is kanker? 


Kanker is de ongeremde deling van in beginsel normale lichaamscellen. Bijvoorbeeld: darmcellen ontwikkelen zich tot darmkanker.

Waarom doen ze dat? 

 
Normale cellen verzamelen in de loop van het menselijk leven een aantal cruciale mutaties waardoor ze veranderen in continu delende cellen. Die cellen zijn kankercellen.

Waarom is dat een Darwinistisch proces? 

 
De mutaties die ten grondslag liggen aan het ontstaan van kankercellen zijn random veranderingen van het DNA van een cel. Cellen met schadelijke mutaties sterven, en een cel met mutaties waardoor deze ongeremd gaat delen, produceert meer dochtercellen. Die dochtercellen erven de mutaties en kunnen nog meer mutaties verzamelen. Enzovoort. Voor de cel zijn dat positieve mutaties omdat ze zich kunnen vermenigvuldigen. Voor het lichaam als geheel zijn ze negatief, omdat ze zich onttrekken aan de normale controles. 
Het snelst groeiende gemuteerde celtype staat in competitie met normale cellen. Oftewel: concurrentiestrijd. Oftewel: natuurlijke selectie. 
Bij Darwin gaat het om voortplantingsverschillen van individuen binnen een soort. In het lichaam gaat het om verschillen in celdelingsnelheid. Aan de basis van beide processen ligt een random mutatie. Natuurlijke selectie in het lichaam betekent de snelst delende cel wint. Natuurlijke selectie in de natuur betekent dat het organisme met de meeste nakomelingen wint. Daarom is kanker een Darwinistisch proces. Anders gezegd: normaal hebben alle lichaamscellen vanaf de geboorte hetzelfde DNA. En cellen met hetzelfde DNA concurreren niet. Wanneer een groep cellen gaat verschillen in DNA, dan kan er competitie ontstaan.

Waarom zijn tumoren bijna altijd afkomstig uit stamcellen? 

 
Stamcellen gaan een leven lang mee en moeten daarom heel vaak kunnen delen. Stamcellen in de darm produceren darmcellen. Darmcellen leven maar kort: 4 dagen. Daarna sterven ze en worden weer vervangen door nieuwe. We kunnen niet leven zonder stamcellen. Zonder stamcellen gaan we dood. Stamcellen horen bij het leven. Maar omdat stamcellen het risico lopen mutaties op te lopen, kunnen ze zich ontwikkelen tot kanker. Dus: zowel stamcellen als kanker horen bij het leven.

Waarom heeft de evolutie kanker niet weggeselecteerd? 

 
Kanker is een ziekte die later in het leven optreedt nadat je je al hebt voortgeplant. Natuurlijke selectie werkt via het aantal nakomelingen en niet door middel van een lang en gezond leven. Op die manier kan een kankerpatient vele kinderen en kleinkinderen hebben. Kanker en ouderdomsziektes treden vooral op na de voortplantingsperiode. Daarom heeft natuurlijke selectie weinig vat op kanker en ouderdomsverschijnselen. Als je het geluk hebt om lang te leven, kun je de pech hebben om kanker en andere ouderdomsverschijnselen te krijgen.

Welke mutaties zijn verantwoordelijk voor darmkanker? 

 
Wanneer er mutaties optreden in het APC-gen is de eerste stap gezet naar het ontstaan van darmkanker. De kans dat er een mutatie optreedt in het APC-gen is klein, maar er zijn miljarden stamcellen in het lichaam die zich het hele leven door vermenigvuldigen. Daardoor is de kans groot genoeg om een keer op te treden. In de nakomelingen van deze cellen moeten nog andere mutaties optreden om kanker te laten ontstaan.


Vorige blogs over dit onderwerp


25 Mrt 2013 Frans de Waal houdt lezing in een uitverkocht Paradiso
27 Mei 2013 Paradiso lezing Marianne Rots over epigenetica
15 Feb 2014 Veroudering is niet goed te begrijpen zonder evolutie

09 March 2015

Crowdfunding project: de toekomst van vleesconsumptie zichtbaar maken

Madelaine en Anna Berlis: The Future of Meat
Video-installatie vertoont beelden van de toekomst van vleesconsumptie 

gastbijdrage Madelaine en Anna Berlis

We weten ondertussen allemaal dat teveel industrieel vlees slecht is voor het milieu, de dieren en ons. Toch worden veel boodschappentassen nog steeds met goedkope vleeslappen gevuld. Hoe kan dit? Volgens de oprichters van The Future of Meat is hier een logisch antwoord op te geven: we houden niet op industrievlees te eten, zolang de gevolgen in de toekomst onzichtbaar zijn. 

Precies dat wil The Future of Meat met hun video-installatie veranderen. Ze willen de toekomst van vleesconsumptie zichtbaar maken door de bezoeker een kijkje te geven in het jaar 2050. De installatie is internationaal en interdisciplinair en wordt eind juni zowel in Nederland als in Duitsland vertoond. 

Vijf toekomstscenario’s gevisualiseerd 
Twee zussen, wonend in twee landen, kwamen op het idee de video-installatie te maken. Met het medium film willen ze de kijker toekomstbeelden laten zien die te maken hebben met onze vleesconsumptie. Het viel Madelaine en Anna Berlis op dat er veel media aandacht is voor verschillende toekomstscenario’s gebaseerd op vleesconsumptie, maar dat ze nooit daadwerkelijk werden gevisualiseerd. Bovendien worden ze niet met elkaar vergeleken. Zo bestaan er berekeningen voor de CO2 uitstoot van kweekvlees en van de hoeveelheid insectensoorten, maar er wordt nooit naar gekeken hoe deze toekomsten eruit zouden kunnen zien. Bij de video-installatie The Future of Meat zal de bezoeker een tijdreis maken naar de toekomst en een kijkje nemen in vijf verschillende toekomstscenario’s van het alledaagse leven in 2050. Deze scenario’s zijn gebaseerd op vijf richtingen waarheen onze vleesconsumptie zich kan ontwikkelen, namelijk: insectenvlees, vlees uit het lab, minder en regionaal vlees, geen vlees en ‘niets doen’ – het scenario waarbij niet ingrijpen in hoe we nu consumeren. De vijf scenario’s presenteren zich als een soort paralelle universa, waarbij de kijker een blik op de huiselijke omgeving en de manier van leven krijgt. 

De kijker krijgt de keuze 
Het doel van The Future of Meat is om het thema vleesconsumptie vanuit een andere hoek aan te snijden. “Wij hopen dat de toekomstbeelden het perspectief van de kijker verbreden en hem of haar prikkelen om op het huidige eetgedrag te reflecteren,” aldus Anna, regisseur van de vijf films. Het scenario ‘Niets doen’ moet dan ook de onaantrekkelijke wereld laten zien wat er gebeurt wanneer we niets aan ons eetgedrag veranderen. Welk ander scenario het dan wel zou moeten worden, wordt aan de bezoeker overgelaten. “Aan het eind van de video-installatie krijgt de bezoeker de mogelijkheid om te kiezen wat hij of zij het beste toekomstscenario vindt”, legt Madelaine, de oudere zus die haar Master Product Design in Duitsland compleet aan het thema gewijd heeft, uit. De scripts van de scenario’s baseren zich op haar onderzoek, waarbij ze is uitgegaan van wetenschappelijk onderzoek, trendprognoses en huidige ontwikkelingen. 

Steun dit project! 
Dit project wordt eind juni in Coburg (Duitsland), Utrecht en in Amsterdam vertoond. Hierna willen de zussen door naar andere locaties, zoals filmfestivals, film food festivals, culturele (eet)events en vergelijkbare evenementen, om meer mensen te bereiken met hun vleesboodschap. Het project zal echter alleen kunnen worden gerealiseerd als er genoeg geld is opgehaald via crowdfunding. Dus bent u benieuwd of u nog vlees zult eten in de toekomst en hoe de keuken van de toekomst eruit zal zien? Steun dan The Future of Meat op www.cinecrowd.nl/future-meat en kom in juni een kijkje nemen in het jaar 2050.

Postscript:
Ik heb contact gehad met Madelaine Berlis over de wetenschappelijke input in het video project. Mede naar aanleiding daarvan heb ik het project behalve via deze gastbijdrage ook financiëel gesteund. (Gert)

Postscript:

Op 4 april 2015 werd het project afgesloten met 100,8% van het streefbedrag. Het project gaat dus door. Gefeliciteerd!


Vorig blog over dit onderwerp:
Nieuw boek over de toekomst van vleesconsumptie: Meat The Future 19 januari 2015 (NB: dit boek is niet van de zusjes Berlis).

02 March 2015

Maar het verbod op afgoden staat ook in de Bijbel. Nota Bene in de Tien Geboden.

Aanhangers van Islamitische Staat (IS) hebben in Irak grote vernielingen aangebracht aan historische voorwerpen in Nineveh, in de buurt van de stad Mosul. Nineveh was lange tijd de hoofdstad van het Assyrische Rijk, dat bestond tussen ongeveer 2000 en 600 voor Christus. De ruïnes die er nu nog van over zijn worden gezien als een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Irak (NOS).

NOS journaal donderdag 26 feb 2015
Deze archeologische voorwerpen achter mij
zijn standbeelden van eeuwenoude volken
Ze werden in plaats van God aanbeden
Ze maakten zich schuldig aan afgoderij.

Deze islamitische fundamentalisten zijn barbaars en primitief. Je vernietigt geen eeuwen- of duizenden jaren oude kunstschatten. Maar ze weten dat ze eeuwenoude standbeelden aan het vernielen zijn. Ze geven ook de motivatie voor hun wandaden: die beelden vertegenwoordigen afgoden die aanbeden werden in plaats van God. En dat is afgoderij. En dat is verboden. Dat staat in de Heilige Schrift.

De legitimering voor deze gruweldaden veroorzaakte bij mij een bijna even grote schok als de waanzinnige destructie zelf: het verbod op afgoderij komt voor in de Tien Geboden van het Oude Testament:

1. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
2. Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is ( Trouw, zaterdag 28 Feb 2015 ) [1]
Dit gebod geldt voor Joden, Rooms-Katholieken, Lutheranen, Gereformeerden en andere protestanten. Voor iedereen die de Bijbel en de Tien Geboden accepteert. Dit is niet zomaar een duistere tekst in de uithoeken van de Bijbel. Nee, het verbod op afgoderij behoort tot de essentie van de christelijke moraal die handig is samengevat in de Tien Geboden. Volgens Christenen zijn de Tien Geboden geen menselijke uitvinding, ze komen van God [2]. Als ze niet van God afkomstig zouden zijn, zou de fundering van de moraal wegvallen [3]. 
De Tien Geboden zijn kennelijk afkomstig uit een zelfde culturele klimaat als die van de Koran. 
Christenen hadden ook die beelden kunnen vernietigen met een beroep op de Bijbel. Zoiets hebben ze ook gedaan tijdens de beeldenstorm in 1566 [4].

Het onderwerp 'afgoderij' in de Bijbel kan nog verder uitgediept worden. Dit blog wil alleen wijzen op het feit dat het verbod op afgoderij in de Bijbel staat. Nota bene in de Tien Geboden.



Noten

  1. Het Christelijk dagblad Trouw houdt de herinnering aan de Tien Geboden levend door een lang lopende interview serie. De ironie is dat Trouw niet schijnt te beseffen dat hun eerste en tweede gebod de wandaden van de moslimextremisten legitimeert. In het artikel van Wilfred van de Poll 'Waarom Joden niet stenigen' (28 feb 15) doet Trouw net alsof de Tien Geboden van de Joden zijn en toont daarmee een blinde vlek ten opzichte van het eerste of tweede gebod in hun eigen Bijbel. U mag zelf verklaren hoe dat komt. Wikipedia: "Volgens sommige aanhangers van de documentaire hypothese is in Exodus 34:11-26 een derde lijst van geboden en verboden te vinden die verschilt van de reeds genoemde gelijkaardige versies: hij is uitgebreider en bevat onder andere het opmerkelijke gebod de altaren van andersgelovigen stuk te slaan."! Nota Bene!
  2. Zie bijvoorbeeld wat de christelijke website Herschepping schrijft over Geen andere goden dienen: "We moeten de zonde van afgoderij zeer ernstig nemen, ook vandaag. Het is het grootste struikelblok en het grootste gevaar voor elke christengelovige.". En zie ook wat Paas en Peels suggereren in hun God bewijzen.
  3. Herinnert U zich nog Paas en Peels (God bewijzen)? Atheïsten hebben geen basis voor de moraal! Alleen Christenen hebben een goede basis voor de moraal! En waar staat die moraal? In de Tien Geboden!
  4. Beeldenstorm: protestanten vernielden beelden, etc. in Rooms-Katholieke kerken gelegitimeerd door de Bijbelse Tien Geboden. "Bij de zestiende-eeuwse beeldenstormen vernielden of roofden woedende menigten de inventaris en bibliotheek van honderden katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters. Altaren, beelden, doopvonten, reliekhouders, koorgestoelten, kansels, orgels, kelken, schilderijen, missalen en gewaden moesten het ontgelden. "

Vorige blogs over dit onderwerp

23 February 2015

Nederlandsche Vogelen (6) Hoe natuurgetrouw zijn de afbeeldingen?

Op 5 Oktober 2015 verschijnt er een nieuwe uitgave
van de Nederlandsche Vogelen op 70% formaat.

Bij de presentatie van de Nederlandsche Vogelen in 2014 werden vooral de schitterende afbeeldingen geprezen. En de auteurs vermelden zelf "naer ’t leven geheel nieuw en nauwkeurig getekend". En inderdaad de illustraties zijn geen ingekleurde copiëen uit oudere boeken. Ze zijn getekend naar dode en/of opgezette exemplaren. Maar hoe natuurgetrouw zijn ze? Kijk eens naar de scholekster. De linker afbeelding is de scholekster in Nozeman en Sepp (p.108). Die ziet er vreemd uit zonder dat je direct kunt zeggen waarom. De rechter afbeelding is mijn poging tot een 'verbeterde' versie:
Scholekster. Links: origineel Nozeman,Sepp.  Rechts: mijn bewerking.

Proporties

Door een beetje uitproberen blijkt dat het origineel een te lange nek en een relatief kleine kop heeft [1]. Als je de nek inkort en de kop iets vergroot lijkt het resultaat al veel natuurlijker (vergelijk met de foto hieronder). De nek en kop van de originele afbeelding lijkt op die van een grutto, het is een grutto-achtige scholekster.
scholekster http://www.birdphoto.nl
Op de meeste foto's op het internet heeft de scholekster een vrij korte dikke nek:
Hij kan zijn nek natuurlijk wel iets strekken, er is dus wel enige speelruimte, maar de afbeelding van Sepp en Nozeman is niet natuurgetrouw. Nog een paar voorbeelden met hetzelfde verschijnsel:



meerkoet (foto)
http://www.anaburen.nl
Meerkoet: relatief te klein hoofd en te
lange nek (p.124). The Prints Collector.
Ook bij de meerkoet is de nek overdreven lang, op de foto heeft de meerkoet een nauwelijks zichtbare nek. Hij kan zijn nek wel uitstrekken, maar dat gebeurt waarschijnlijk zelden. Een artefact van het opgezette exemplaar dat als voorbeeld diende voor de tekening? Ook zie je een vaker voorkomend verschijnsel: relatief kleine kop ten opzichte van lichaam. Bijvoorbeeld: de koekoek heeft een te lange nek en ziet er duifachtig uit. De roerdomp heeft een relatief dik lichaam t.o.v. de hals/kop.

Hieronder de Velduil volgens Sepp en Nozeman:


Strix Ulula (velduil) KB

foto http://www.natuurfoto-zeevang.nl
De kop ziet er vreemd uit, relatief klein, maar vooral de ogen. Misschien ziet zo'n tekening er vreemd uit omdat wij tegenwoordig gewend zijn aan een overvloed van voortreffelijke foto's op het internet, goede veldgidsen en natuurfilms op tv. Het heeft niet zozeer met moderne wetenschappelijke inzichten te maken, ze vingen vele vogels vaak levend en hielden ze in kooien, waardoor ze levende vogels van dichtbij konden observeren en toch tekenden ze de vogels op een voor ons vreemde manier. Hoe kan dat? Natuurgetrouw afbeelden is een kunst.

boven: kluut.  onder: birdphoto.nl
Ook bij de Kluut, Wulp en Waterhoen zien we een relatief kleine kop ten opzichte van de rest van het lichaam. De tekenaar heeft kennelijk vaak de neiging de kop te klein te tekenen. 

De houding van de vogel

Bij de winterkoning zijn de verhoudingen goed, maar hij wordt in een onnatuurlijke houding weergegeven (onderste vogel, houding van de staart). De stand van de poten is bij de koolmees onnatuurlijk recht naar boven (onderste vogel) (vergelijk: natuurlijke houding).

Hieronder de vink (♀) zoals getekend door Nozeman-Sepp, met de poten in een onnatuurlijke, bijna onmogelijke houding. Vergelijk de natuurlijke houding op de foto waarbij de poten evenwijdig aan elkaar zijn. Het zijn details. In andere afbeeldingen zijn ze wel natuurlijk afgebeeld.



Vink. Links: Nozeman-Sepp (detail). Rechts: foto www.fryslansite.com

Oog voor detail


Wilde eend (♂) met detail nek.

De wilde eend heeft een onnatuurlijk uitgestrekte en gedraaide nek. Dat hij achterom kijkt is duidelijk gedaan om hem op de plaat te laten passen (37cm hoog). Maar dat de achterkant van de nek te zien is, is waarschijnlijk gedaan om te laten zien dat de witte halsband niet doorloopt. Dit is moeilijk te zien op meeste hedendaagse foto's! En inderdaad wordt die onderbroken witte band genoemd in de beschrijving van de wilde eend (215). Dus die vreemde houding heeft in dit geval een goede reden. Oog voor detail!

De afbeelding met pestvogels (♂,♀) is een voorbeeld van een perfecte afbeelding die niet zou misstaan in een moderne vogelgids:

Pestvogels. Inzet: detail van de vleugel met rode puntjes.  KB (p.202)

Er is niets op aan te merken, behalve dat de vleugels ietsje gespreid zijn. Maar dat heeft een goede reden, nl. om de opvallende rode puntjes aan het uiteinde van de vleugelveren te laten zien ("zyn ieder aan 't end voorzien met een zeer aartig Pyltje, hoogrood van Kleur"). Je moet het internet afzoeken om die rode aanhangsels terug te vinden: 

Pestvogel, detail vleugel.  ©www.vinkenbaanvlieland.nl

Die merkwaardige rode puntjes steken inderdaad uit, precies zoals Nozeman-Sepp ze getekend hebben. Ze tekenen details die ontbreken in moderne vogelgidsen! In de Lars Jonsson Vogelgids (1993) zijn de rode uitsteeksels nauwelijks te zien, maar worden wel beschreven (p.379). De afbeeldingen in Nozeman-Sepp zijn 2x–3x zo groot als in moderne veldgidsen, dus je kunt er ook meer details in kwijt. De moderne vogelgidsen hebben ook een ander doel: geen encyclopedisch werk, maar precies voldoende informatie om vogels in het veld te herkennen. De gidsen moeten klein genoeg zijn om mee te nemen in het veld.

vliegend

Er zijn drie wijzes van afbeelding: zittend, semi-vliegend, vliegend. Er zijn in totaal 24 vogels vliegend of semi-vliegend (met de vleugels gespreid maar zittend) afgebeeld. Dit is waarschijnlijk gedaan om de levendigheid van de afbeelding gestalte te geven, want lang niet altijd geeft dat meer details van de vleugeltekening te zien. Als die vliegende exemplaren ook naar opgezette exemplaren getekend zijn, dan moeten ze bijvoorbeeld met ijzerdraadjes de vleugels gespreid hebben, zodat het lijkt alsof ze vliegen. Een ander effect van opgezette exemplaren: eenden en ganzen worden nooit zwemmend weergegeven (zoals vaak in moderne veldgidsen), altijd staand met poten en al.

Conclusie

De meeste vogels zijn zeer natuurgetrouw weergegeven (zie bijvoorbeeld de ooievaar). De afwijkingen vallen op. Het zou niet eerlijk zijn de afbeeldingen te beoordelen met maatstaven ontleend aan een tijd waarin tekenaars de beschikking hebben over eindeloos veel natuurgetrouwe vogelfoto's en waar gedrag met verrekijkers geobserveerd kan worden. Men tekende altijd naar opgezette exemplaren die in Nederland gevangen waren. Soms opgezette vogels uit een collectie van een verzamelaar. Uit opgezette vogels zijn alle zachte weefsels, ingewanden, spieren, vet verwijderd. Je moet dan het dier weer opnieuw vormgeven met ijzerdraad en vulling. Hoe dik of dun maak je hem? Maak je de nek gestrekt of ingetrokken? recht of gedraaid? Welke houding neemt de vogel als geheel aan? Hoe zet je de poten ten opzichte van het lichaam? Dit soort problemen zijn volgens mij de verklaring dat de vogels in Nozeman en Sepp soms vreemde houdingen aannemen. Een enkele keer is een vogel met opzet onnatuurlijk weergegeven om een detail van het verenkleed te laten zien.
Dus: sommige tekeningen doen wat onnatuurlijk aan, daartegenover staat dat  Sepp-Nozeman-Houttuyn soms details in tekeningen laten zien die ontbreken in moderne veldgidsen. En wat zeker ontbreekt in moderne veldgidsen zijn eieren, nesten en anatomische details die Nozeman-Sepp ons wel laten zien.


Noten

  1. Alexander Reeuwijk was dat ook al opgevallen: "Op een aantal platen zie je bijna de ijzerdraadjes waarmee de vogel zijn vorm terug heeft gekregen, waardoor er een onnatuurlijke houding ontstaat. Zo staan de poten van de scholekster stijf en wat klungelig naast elkaar. De nek is lang en onnatuurlijk gedraaid alsof de vogel omkijkt, waardoor het lijkt alsof de vogel door een Egyptenaar is getekend." Alexander Reeuwijk op de Vroege Vogels website.


Vorige blogs over dit onderwerp


  1. Nederlandsche Vogelen (1) Een vernieuwend ornithologisch standaardwerk uit de 18e - 19e eeuw
  2. Nederlandsche Vogelen (2) Een aanzet tot evolutionair denken in de kiem gesmoord
  3. Nederlandsche Vogelen (3) Zo mooi en zo lekker!
  4. Nederlandsche Vogelen (4) Theologische invloeden op de beschrijving van vogels  
  5. Nederlandsche Vogelen (5) Zo vroom en zo wreed. Vroomheid helpt niet tegen wreedheid

16 February 2015

Is de EO nu definitief gestopt met het censureren van evolutie?

Onze kikkers stammen af van een groep amfibieën ...

... die zo'n 300 miljoen jaar geleden leefde.

Zo'n 250 miljoen jaar geleden ...

... verscheen er een tussenvorm, zoals dit fossiel uit Madagascar.

We zien hier David Attenborough die uitlegt dat kikkers afstammen van een groep amfibieën die zo'n 300 miljoen jaar geleden leefde, compleet met een intermediair fossiel van zo'n 250 miljoen jaar oud. Dit is niets minder dan Charles Darwins evolutietheorie. Niets bijzonders, zou je zeggen. Maar het is wel bijzonder. Dit fragment komt nl. voor in een uitzending van de EO. Evolutie is er dus niet uitgeknipt. Dat is nieuw. In 2007 knipte de EO systematisch alle verwijzingen naar 'evolutie' en 'miljoenen jaren' uit de natuurdocumentaires van David Attenborough [1].

Waren vorig jaar al 'miljoenen jaren' te horen geweest [2], en was de aflevering over mensenapen [3] uitgezonden die in 2007 in zijn geheel ontbrak, nu is evolutie compleet ongecensureerd aanwezig. Dit is groot nieuws! De EO lijkt te stoppen met censuur van de evolutietheorie. De EO kijkers hebben nu kennis kunnen nemen van de in de wetenschap gangbare theorie die de oorsprong der soorten verklaard compleet met de daarbij behorende fossielen en miljoenen jaren.

Strikt genomen is stoppen met censuur nog niet hetzelfde als het accepteren van de evolutietheorie, maar het is al een hele vooruitgang. Wetenschap wordt niet meer gecensureerd. De EO staat/stond in een eeuwenoude traditie van censuur van wetenschappelijke resultaten door kerkelijke autoriteiten.

Ook zegt dit niets over hoe de EO achterban over evolutie denkt. Die achterban kan nog steeds in schepping geloven en een 6000 jaar oude aarde. In feite weten we ook niet hoe de leiding van de Evangelische Omroep over evolutie denkt en waarom nu de censuur opgeheven is. En we weten ook niet of het definitief is.

De uitzending was op vrijdag 6 februari 2015 NPO 2 en heet: "Attenborough's coole kikkers" (Attenburough's Fabulous Frogs). De hele uitzending is zeer de moeite waard, het toont de ongelofelijke diversiteit van kikkers en is een parade van de meest excentrieke kikkers op een manier gebracht zoals alleen David Attenborough het kan. De aflevering is niet meer te zien op uitzending gemist (contract issues?) maar zal waarschijnlijk binnenkort te koop zijn in de EO shop (Nederlands ondertiteld).


Noten

  1. EO: Vals getuigenis gastbijdrage Gerdien de Jong op evolutie.blog.com 27 juli 2007.
  2. De uitzending over dolfijnen bevat in minuut 27-28 net voor het einde: "... aangepast, volgens de evolutietheorie, over miljoenen jaren" (Gerdien de Jong).
  3. Serie The Wonder of Animals aflevering Mensapen.

Vorige blogs over dit onderwerp

11 February 2015

Oog om oog wet in Jodendom, Christendom en Islam

Oog om oog. Onze man in Teheran vpro 8 Feb 2015
"Dat is een wet die via het jodendom en het
christendom aan de islam is overgeleverd."

 

Schokkende beelden en taferelen in aflevering 4 'Oog om oog' van de serie 'Onze man in Teheran' op 8 Feb 2015. Bekijk de aflevering hier.

De volgende uitspraak is van de vrouw (zie foto) die blind werd door zoutzuur in haar gezicht gegooid door een man die haar een huwelijksaanzoek deed die ze afwees: (tijdstippen gerekend zonder reclame)

"Ik had het recht om hem zijn ogen te ontnemen zoals hij bij mij had gedaan. (23:56)
Ghesas:
"Dat is een wet die via het jodendom en het christendom aan de islam is overgeleverd. Hij is 1400 jaar oud. Oog om oog, tand om tand. Als iemand je schade berokkent, en in de islam is die wet nog van kracht...
in andere religies volgens mij niet meer (24:59)
maar als iemand jouw je ogen ontneemt, heb jij recht op zijn ogen.
Als jij door toedoen van een ander je arm kwijtraakt (25:09)
dan heb jij het recht om hem dezelfde arm te ontnemen
...
Als vrouw was ik de de helft van een man waard (25:45)
dus ik mocht me voor de helft wreken.
en mocht hem één oog wreken."
Inderdaad, de wet 'oog om oog' staat in de Bijbel: Leviticus 24:19-20 (vlak daarvoor staat de doodstraf voor godslasteraars, zie vorig blog):
19 Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:
20 Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.
Wordt deze wet niet meer toegepast in het Jodendom en Christendom? Het blijkt dat Jezus zelf de wet Oog-om-oog heeft afgeschaft:
Mattheüs 5: [38] "De wet van Mozes zegt: 'Wie iemand een oog uitsteekt, moet daarvoor boeten met zijn eigen oog. Wie iemand een tand uit de mond slaat, moet daarvoor boeten met een tand uit zijn eigen mond.
[39] Maar Ik zeg u: Vergeld geen kwaad met kwaad. Als iemand u een klap op de ene wang geeft, keer hem dan ook uw andere wang toe."

Jezus herroept dus de wet van Mozes. Dat is mooi. Het lijkt er op dat Jezus het strafrecht probeerde te humaniseren [1]. Maar als de wetten van Mozes door God gegeven zijn, herroept Jezus Gods wetten. Aangezien Jezus God is (volgens de Drie-eenheid) handelt hij in strijd met zichzelf. Voortschrijdend moreel inzicht? Maar God is perfect. Dan is er geen voorschrijdend moreel inzicht mogelijk.

Verder hebben de Joden een probleem: aangezien ze Jezus niet erkennen, blijven zij dus zitten met de Oog-om-oog wet [3].

Ondanks deze problemen, kunnen Christenen claimen dat het NT humaner is dan de Koran én het OT. Het zou wel zo eerlijk zijn als ze daarbij ook bovenstaande problemen vermelden. Hoe dan ook: het blijft een feit dat Oog-om-oog in het OT werd toegepast, onder Gods toeziend oog [2], net als nu in Iran.

Met een schok realiseerde ik mij dat Oog om Oog niet figuurlijk is, maar letterlijk! Toen niet met zoutzuur neem ik aan, maar met andere middelen. De gebeurtenissen in Iran gunnen ons een kijkje in Oud-Testamentische tijden. In Iran leven ze zoals ze 2000 jaar geleden leefden.

___

Dit blog is vanwege de actualiteit kort en in telegram stijl, de feiten kloppen.


Zie achtergrond verhaal: Iraanse vrouw blij met zuur in ogen dader als straf, NRC 15 dec 2008 



Noten

  1. Veel later: Beccaria ( 1738 - 1794) veroordeelde het gebruik van foltering, keerde zich tegen de doodstraf en stelde allerlei hervormingen voor om een menselijker strafrecht te realiseren.
  2. In het OT wordt het uitsteken van de ogen bij de richter Simson door de Filistijnen genoemd (Richt 16:21). Een ander voorbeeld is Zedekia wiens ogen werden uitgestoken (2 Kon. 25:7; Jer. 52: 11). (bron) "[29] Als uw oog dus slechte begeerten in u opwekt, ruk het dan uit en gooi het weg. Want het is beter één lichaamsdeel kwijt te raken, dan zelf in de hel te worden gegooid." (bron
  3. toegevoegd: 12 feb 8:38

 

Vorig blog over dit onderwerp:

Doodstraf voor godslastering staat in de Koran én de Bijbel 11 jan 2015