|
| Koekoek (©KB) p.219 |
In de vorige blogs over het boek de Nederlandsche Vogelen 1770–1829 beschreef ik enige theologische beschouwingen over de Schepper en de Schepping, die ik tot mijn verbazing vond tussen de beschrijving van vogels. Ik dacht dat het bizarre uitzonderingen waren die niet thuishoren in een encyclopedie van Nederlandse vogels. Maar al verder lezend vond ik er nog een stuk of tien. Wat doen theologische bespiegelen überhaupt in een boek over vogels?
Welke vogels geven aanleiding om over
de Schepping te filosoferen? Zijn dit onschuldige toevoegingen zonder
verdere consequenties, of hebben ze invloed op het wetenschappelijk
denken?
Het eerste, misschien wel meest opvallende voorbeeld, is de
Koekoek. Er is een natuurwet volgens welke alle vogels hun eigen
eieren uitbroeden en de jongen grootbrengen. Een logische en
vanzelfsprekende natuurwet waar je nooit bij stilstaat. Maar de Koekoek is
een raadselachtige uitzondering op die zo vanzelfsprekende Natuurwet. Om
bepaalde redenen mist de koekoek het vermogen zijn eigen eieren uit te
broeden. Zo is de gedachtegang van de auteur. Maar de Schepper heeft de
koekoek het vermogen gegeven om dat gebrek te compenseren. De oplossing:
de koekoek maakt gebruik van de diensten van andere vogels. Hij legt zijn
eieren in het nest van kleine zangvogels, zoals de kwikstaart. Zo kan de
koekoek toch zijn voortbestaan verzekeren [1]. Zo komt alles toch nog
goed. Zo was de natuur, inclusief de afwijkende koekoek, toch nog 'the best of all possible worlds' [2]. Ik kom hier in het slot van dit blog nog op terug. Eerst de rest
van de voorbeelden die ik gevonden heb.
|
| Grooter Bont Specht (p.94) ©KB |
"Hiertoe dienen hem ook, door eene wyze en goedertierene verordeninge van den Schepper, zyne 2 voor- en 2 achter-vingers, die sterk, scherp en krom genageld, des te gemaklyker op de oneffene oppervlakten van de boomschorsen zig klemmen, ..." (p.93-95)
Dus: de Schepper heeft de specht uitgerust met precies de juiste poten
om goed op bomen te kunnen klimmen! De specht is uitgerust met
the-best-of-all-possible-worlds-poten! Waarom niet 3 tenen boven
en 3 onder? Is dat niet nog beter? Nee, het is geschapen volgens een
wijze en goedertieren verordening van de Schepper, dus het kan niet
beter. Geen detail is te klein of onbeduidend voor de Schepper.
|
| Grauwe Klauwier ©KB |
Dat geldt ook voor de Grauwe Klauwier die de lugubere gewoonte heeft om nog levende torren en vliegen op doornen te prikken als voedselvoorraad. Juiste naar aanleiding van deze in onze ogen wrede gewoonte schrijft de auteur:
"zoo levert ons die byzonderheid van huishouding gereede stof tot bewondering en tot eerbied voor de verordeninge der allwyze en allgoede Voorzienigheid." (KB)Dit staat letterlijk midden in een beschrijving van de levenswijze van deze vogel. De auteur wil duidelijk maken dat het nuttig is een voedselvoorraad aan te leggen wanneer er minder insecten zijn. Het lijkt wel dat de schrijver juist bij bizarre verschijnselen de behoefte voelt om die toe te schrijven aan de alwijze Schepper. Bij 'normale' verschijnselen hoeft dat niet zo?
|
| nachtegaal ©KB |
"De allgoede Voorzienigheid heeft wyselyk de Broedplaetsen deezer vogelen op of aen en naeby de dorre en gerotte bladerhoopen verordend...." (KB)Waarom? Omdat daar de meeste insecten leven die tot voedsel voor de jongen kunnen dienen! Voor zoiets triviaals wordt de Voorzienigheid ingeschakeld. Niet voor de onovertroffen zangkwaliteiten van de nachtegaal.
|
De Zwaan is perfect gebouwd om op het water te
leven: "Door den Schepper daargesteld om op het water haar verblijf te houden, is zij daartoe ook geheel geschikt " (KB) Die beschrijving doet bijna komisch aan in moderne ogen. |
|||
| Wilde Zwaan ©KB |
|
De Kluut heeft als enige vogel een omhoog gebogen
snavel:
"De Maeker nu van den Kluit voorzag hem, voor allzulke geleegendheden, van eenen bek, die by zyne bogtige lengte en spitsuitloopende dunheid ..." (KB) Dus: hij heeft van de Schepper een snavel gekregen die perfect past bij zijn levenswijze! |
| Kluut ©KB |
|
De Amerikaanse Schaarbek:
"Indien nu de Schepper deze vogel bestemd hebbende, tot het bedrijf waarvan wij zoo even spraken, hem met eenen stompen Bek had uitgerust..." (KB) m.a.w. de Schaarbek heeft zijn unieke bek gekregen omdat die precies past bij zijn levenswijze. |
|
| (Amerikaanse) Schaarbek ©KB |
Het hoogtepunt van de antropocentrische en Bijbelse denkwijze is wat de
auteur schrijft over de kip. Volgens de auteur is de kip een
makkelijk te houden dier, dat geen hoge eisen stelt aan zijn voedsel en de
mens in ruime mate voorziet van eieren en vlees. Wanneer je steeds het tweede
ei weghaalt, schrijft de auteur, blijft zij nieuwe leggen:
"de Alwijze Schepper heeft dit vermogen aan eenige Vogelen gegeven, bijzonder
aan die, waarvan de Eijeren tot voedsel voor de Menschen kunnen dienen, als
Hoenders, Eenden, Kiviten, [3] enz. enz." (KB)
"wij voeren over hun de uitgebreidste heerschappij en zij brengen ons
daarbij, een buitengewoon groot voordeel aan."
|
| Gallus domesticus (kip) ©KB |
|
Een staaltje 100% pure theologie komt men uitgerekend tegen bij tamme
duiven, zoals de Jacobijn duif, en dan nog wel een door mensen
doorgekweekte mutant. De inleidende theologisch paragraaf eindigt
met: "... tot de verhevene almagtige oorsprong van dit alles, tot die eeuwige aanbiddelijke magt, wijsheid, goedheid en genade, door en in welke alles wat is, zich beweegt, ademt en leeft." (KB) |
| Jacobijn-duif ©KB |
|
En naar aanleiding van het Meeuwtje (een
duivenras): "Zo wordt onze verbeelding door alles wat de Natuur daargesteld heeft, dan eens met verbazing vervuld, dan eens wordt wederom ons oog bekoort, dan weder ons hart geroerd, en het beschouwen van dit alles leert ons de aanbiddelijke macht van hare Schepper en Onderhouder eerbiedigen." (KB) |
| Het Meeuwtje ©KB |
Conclusie
Wat leren we van bovenstaande voorbeelden? In de tijd toen de Nederlandsche Vogelen werd geschreven (eind 18e, begin 19e eeuw) was de natuur ingericht volgens de oneindige wijze wetten van de oneindig wijze Schepper. Alles was geschapen. Misschien met de enige uitzondering de zgn. 'spelingen der natuur', die waren door toeval ontstaan (zie deel 2) [5].
Omdat aan alles in de natuur een wijs besluit ten grondslag ligt, vroeg men zich niet af: waarom bestaat er bijvoorbeeld een afwijking van die universele regel dat vogels hun eigen eieren uitbroeden? zoals in het geval van de Koekoek. Men twijfelde niet aan de veronderstelling dat de koekoek niet in staat was zijn eieren zelf uit te broeden. Men meende zelfs een anatomische verklaring gevonden te hebben waarom de koekoek niet zou kunnen broeden. Evenmin twijfelde men aan de wijsheid van het besluit dat de koekoek -om voort te kunnen blijven bestaan- zijn eieren in de nesten van andere vogels moet leggen. Men vond de koekoek kennelijk niet lui of egoïstisch zoals men andere vogels wel eens verweet [4]. Men merkte niet op dat deze oplossing ten nadele van de voortplanting van andere vogels was. Evenmin verwonderde men zich er over dat de gastheersoort een jong dat niet van henzelf is gewoon voert alsof het zijn eigen jong is.
Waarom dan de Koekoek, de Grote bonte specht, Grauwe klauwier, Nachtegaal, Wilde zwaan, Kluut, Schaarbek, kip, Jacobijn-duif, en het Meeuwtje als voorbeelden van de wijsheid van de Schepper gekozen? Ik denk dat het (bizarre) uitzonderingen zijn op wat men in die tijd als natuurwetten zag. Opvallende zaken als afwijkende, uitzonderlijke snavelvormen trekken de aandacht: lepelaar, kluut, en schaarbek. En de auteur 'verklaard' die door te bevestigen dat er een wijs besluit aan ten grondslag ligt. Zelfs het bizarre voorbeeld van de koekoek die niet zelf zijn eieren uitbroedt, vormt geen tegenvoorbeeld van de wijsheid van de schepping. Het feit verklaarde men toen met (zoals we dit nu zien) een pseudo-oplossing: het wijze besluit om andere vogels de koekoekseieren uit te laten broeden! Ik denk dat het de bizarre, onbegrijpelijke zaken zijn waarvoor de auteurs aanvoelen dat ze potentieel strijdig zijn met een perfecte en goede schepping. En dat ze er daarom een verklaring voor moet geven. Die verklaringen werden bevestigingen van de wijsheid van de Schepper. En zo is de cirkel weer rond.
In die tijd was het ondenkbaar om kritische vragen te stellen over de wijsheid van de Schepper. Maar dit belemmert verder onderzoek. Immers, als je geen vragen stelt, hoef je geen verder onderzoek te doen. En dan kom je ook niet tot nieuwe inzichten. De vragen die hij wel stelde, werden beantwoord binnen het theologische paradigma van die tijd. Geen wonder: Nozeman was theoloog en heeft het boek geschreven: 'Beschouwingen over de beste Weereld of Philosophische bedenkingen over Gods goedheit en wysheit' [2]. De auteur kon zich niet losbreken uit het theologisch paradigma van de perfecte schepping.
We kunnen de inleidende vraag 'Zijn dit onschuldige toevoegingen zonder verdere consequenties, of hebben ze invloed op het wetenschappelijk denken?' dan ook beantwoorden met: het zijn zeker geen onschuldige, vrome toevoegingen. Ze belemmerden wetenschappelijke vooruitgang. Ze vormden een verstikkende dwangbuis voor het interpreteren van de natuur.
Noten
- "Het was by hem eene volslagen afwyking van de zoo eindeloos wys verordende Natuurwet, volgens welke was vastgesteld, dat de Moedervogelen, is 't noodig, een Nest maeken, ten minsten haere eigenen Eijeren uitbroeden, en voorts haere uitgekoomene jongen opbrengen. - De dagelyksche ondervinding leert standvastig, dat de Koekoeken eene uitzondering op die Natuurregel maeken.". "En het is aenbiddelyk wys, en in de gadeloos heerlyke en schoone Huishoudingen der Natuur verwonderlyk welgeschikt, dat een vogel, die, om andere redenen, werdt onbekwaam gelaeten tot Broeding, met een overleg werdt begiftigd om dat gebrek te verhelpen, en langs den zoo even gezegden weg de voortzetting van zyn geslacht door den dienst van anderen te bevorderen en geregeld te onderhouden." (Deel II, p.219-221)
- Is afkomstig van de filosoof Leibniz. Cornelius Nozeman was theoloog, 'Leeraer der Remonstranten' en heeft het boek geschreven: 'Beschouwingen over de beste Weereld of Philosophische bedenkingen over Gods goedheit en wysheit' (1752).
- Over de kieviten wordt gezegd dat ondanks de enorme slachting die jaarlijks wordt aangericht: "er echter altoos, door wyze en gunstige schikkinge der Voorzienigheid, voor ons Land eene verbaezende veelheid van dit gevogelte overig." (KB)
- Blauwe Kiekendief (p. 645): lafhartig omdat hij weerloze kuikentjes grijpt! Maar is dat geen wijze verordening van de Schepper?
- Behalve 'spelingen der natuur' kende de auteur ook aangeboren mismaaktheden: "Onder de Dieren komen, zo wel als onder de Menschen, somtyds in 't een of ander Lighaamsdeel mismaaktheden voor; doch die bepaalen zig, doorgaans, tot een individuum; dat is tot één enkel Dier, zonder dat zy door de Voortteeling overerven; " (pagina). Soms komt er een individu voor met een gekruisde snavel, maar in een meest verwonderlijke vogel, de kruisbek, komt het bij ieder individu voor. De auteur trekt geen theologische conclusie![toegevoegd 10 Jan 2015]











