02 June 2017

Rob Bijlsma: Mijn Roofvogels. Zeer leesbaar boek waar je ook nog wat van leert

Rob Bijlsma: Mijn Roofvogels
10e druk 2016

Ongekend: een boek over Nederlandse roofvogels door een Nederlandse roofvogelkenner dat in 4 jaar tijd 10 drukken haalt (eerste druk in 2012). Een gespecialiseerd onderwerp, weliswaar over een tot de verbeelding sprekend onderwerp, maar toch door een soort vogelaar waarvan er niet veel zijn in Nederland. Een fulltime beroepshobbyvogelaar die zich onderscheidt van alle andere vrijetijdsvogelaars in Nederland doordat hij er een droge boterham aan verdient. 

Een vogelaar die het voor elkaar heeft gekregen om zijn brood te te verdienen met betaalde opdrachten zonder biologie te hebben gestudeerd. Een autodidact dus. Bijlsma heeft altijd gepubliceerd. Ik tel zo'n 72 publicaties in de literatuurlijst van het boek. Soms alleen, vaak samen met anderen. Dat zal zeker geholpen hebben om zijn reputatie als de Nederlandse roofvogeldeskundige te vestigen. Als je nooit iets van je laat horen, wordt je geen bekende Nederlander [1]. Een roofvogelaar met een levenslange obsessie met het observeren, tellen en meten van roofvogels in het wild. Geen academicus, maar een man van het veld.

Achterflap met boombeklimmer Bijlsma!

 

Dit alles staat nog niet garant voor een goed leesbaar boek dat goed verkoopt. Maar het is gelukt op de een of andere manier. Ik heb het met groot plezier uitgelezen in mijn voorjaarsvakantie. Ik heb er zelfs Dennetts nieuwste boek voor laten liggen (veel zwaarder, taaier, academischer!).

Al lezende, dringt het tot me door dat Rob Bijlsma wel ver gaat in zijn onderzoeksaanpak. Hij is niet iemand die het liefst de natuur zijn gang laat gaan. En alles op een afstandje bekijkt. Dat vind ik nog wel een dingetje. De achterflap vermeldt: "Al meer dan veertig jaar klimt Rob Bijlsma in boomtoppen om roofvogels te bestuderen.". En hij laat zich daarbij fotograferen hoog in een boom met klimuitrusting (zie foto). In bomen klimmen waar roofvogelnesten zitten, de jongen eruit halen om te meten en dat herhaalde malen om het broedsucces bij te houden. Dat vind ik nogal verstorend. Soms vraagt hij zich dat zelf ook af. Hij schrijft: "Ook dat jaar ben ik zowat elke dag naar het nest geklommen om de jongen te wegen en te meten" (p.332). Tsjonge. Wat voor effect heeft dat op het broedsucces? Ikzelf ben veel terughoudender, ik zou het niet durven en niet doen. Hij heeft het van begin af aan gedaan. En, ik denk, niet allemaal met toestemming van de boswachter...

Ondertussen doet hij interessante waarnemingen. Bijvoorbeeld over broedermoord in hoofdstuk 'Kain en Abel' [2].

Rob Bijlsma te gast bij Wim Brands 22 apr 2012
ter gelegenheid van het verschijnen van zijn boek

Iemand die duizenden uren in het veld doorbrengt en vele roofvogels in zijn handen heeft gehad, zou prachtige natuuropnames kunnen maken, vooral van de onderzochte roofvogels. Maar kennelijk is hij geen fanatiek fotograaf? Misschien moeilijk te combineren met alle andere uitrusting die je mee moet slepen? Of het moet liggen aan de uitgever, want het boek bevat wel tientallen zwart-wit foto's (en nog veel meer grafieken en tabellen). Maar die zijn niet van zo'n geweldige kwaliteit. Zouden die wel in de hardback editie staan? Onwaarschijnlijk. Jammer.

Rob zat bij de CJN (Christelijke Jeugdbond van Natuurvrienden!) afdeling Ede en ik bij de CJN Wageningen in onze middelbare schooltijd. Hij zwierf rond op de Ginkelse heide, Planken Wambuis, De Sysselt, etc. Voor mij allemaal bekende namen. Dat maakt het extra leuk om te lezen. Ik zal hem wel eens tegengekomen zijn, maar ik behoorde niet tot het fanatieke groepje waartoe hij behoorde.

Tenslotte: ik heb dit boek met veel plezier gelezen. Hij schrijft met humor,  soms nog steeds een soort kwajongensachtige humor uit zijn jeugd. Het hoogtepunt van zijn humor is het hoofdstuk 'Natuurbescherming, Verklarende woordenlijst', een meesterlijke beschrijving van de Orwellian doublespeak die de beroeps-bureaucratische natuurbeschermers in Nederland er op na houden.

De lengte van de 50 ongenummerde hoofdstukken is precies goed; niet te lang, niet te veel details, zodat de aandacht niet verslapt. En, het boek gaat niet uitsluitend over roofvogels. Achteraf gezien logisch. Er komen onvermijdelijk ook hoofdstukjes over bosmuizen, postduiven, konijnen, wespen, uilen en libellen voorbij.

Op de omslag van de latere drukken staat een zeer fraaie afbeelding van een wespendief (zie foto). Hij lijkt afkomstig uit een werk als de Nederlandsche Vogelen, maar -gek genoeg- komt hij daar niet in voor. De uitgever vertelt ons -alweer gek genoeg- niet waar die afbeelding vandaan komt. Hij zou passen in een werk als Naturgeschichte der Vögel Mitteleuropas. Maar verder googelen levert niets op. Beste uitgever: waar hebt U die afbeelding vandaan? wie is de schilder? uit welke tijd?

Ik kreeg het boek op mijn verjaardag van mijn broer(tje) Eric. Hij schreef: "Ik realiseerde me pas onlangs dat Rob en ik in dezelfde klas zaten op het Streeklyceum in Ede en ben een beetje gaan googelen naar hem." Hij omschreef het boek: "Ik vind het een boeiend en onderhoudend geschreven boek van een 'beroepsvogelaar", terwijl ik mijn broertje vóór die tijd nooit op enige belangstelling voor natuurverschijnselen heb kunnen betrappen. Dat zegt toch wel wat. Het boek spreekt een breder publiek aan dan uitsluitend de fanatieke vogelaar. Maar misschien is de groep vogelaars in Nederland groter dan we denken. Eric, bedankt! En Rob bedankt voor het schrijven van dit boek!

Noten

  1. Rob was zelfs tweemaal (!) te gast in het boekenprogramma van Wim Brands: in 2012 en in 2013
  2. zie eerdere opmerking in mijn blog Infanticide bij ooievaars: moeder-kind empathie ingewikkelder dan gedacht). Klik op de categorie vogels om alle blogs over vogels te zien.

22 May 2017

Zonnebadend gedrag nu ook bij pimpelmees waargenomen

zonnebadende pimpelmees (©GK)
14 mei 2017

©GK

©GK

zonnebadende merel (vrouwtje)  ©GK
17 mei 2017

©GK

Het gedrag en de houding is exact hetzelfde: zonnige plek opzoeken, vleugels spreiden, snavel open en in de richting van de zon, veren rechtop zetten, en doodstil blijven zitten. De pimpelmees en de merel doen het op dezelfde wijze. Al eerder had ik over de merel geblogd. Het effect bij de pimpelmees is komisch omdat de rechtopstaande kopveren hem een punk uiterlijk geven. Ik had het nog niet eerder gezien bij de pimpelmees, en had het geluk dat ik de camera had klaar staan. 

De pimpelmees is op een warm stuk natuursteen van de serre van de buurman gaan zitten. Soms gaat hij op de metalen afdekstrip van ons zonnescherm zitten. Ook warm, neem ik aan.

Als ik nauwkeuriger naar de foto's kijk, zie ik dat de merel dwars op de zon zit, en is haar snavel dus niet in de richting van de zon gericht. Ze heeft de vleugels niet echt gespreid zoals de pimpelmees, vooral op de 3e foto goed te zien.

Ook heb ik waargenomen dat de merel met de rug naar de zon en met gespreide staartveren zit. 

16 May 2017

De relatie mens - ooievaar in Nederland door de eeuwen heen (2)

Ooievaar (Oijevaar) in de 'Nederlandsche Vogelen'
(p 306-308 in papieren editie)

In mij vorige blog schreef ik over ooievaars die nesten maakten in bomen. Ik kwam ze tegen in het gebied langs de IJssel tussen Deventer en Zutphen. Ik wist alleen van ooievaars die broedden in nesten op door mensen neergezette palen. Ooievaars die zelf nesten maken in bomen had ik nooit eerder gezien. Maar dat moet de oorspronkelijke vorm van broeden zijn. 

Immers die palen zullen er niet altijd geweest zijn. Of toch wel? Ik heb het in het 18e en 19e eeuwse standaard werk de Nederlandsche Vogelen opgezocht. De ooievaar komt er in voor, en inderdaad, er wordt al melding gemaakt van allerlei hulpmiddelen voor het nestelen van ooievaars:

"... de ooievaar kiest daartoe stompe torens of het dak van kerken, mits daarop een bak geplaatst is, of oude muragiën, of plat gedekte schoorstenen van gebouwen, zelfs in steden. Meest echter houdt hij ten platte landen en in de dorpen huis, als waar hij meer gelegenheid vindt om te aazen op vochtige moerassige weiden, in ondiepe sloten en op de grienden der binnenwateren."
Er wordt niets gezegd over nesten in bomen. Hoe dan ook, ooievaars zijn dus al zo'n 3 eeuwen gewend om op palen of daken te nestelen.

Ook in de webcam van de Vogelbescherming zie je een nest op een kerktoren:


Ooievaars nest op het oude stadhuis van Gennep (Limburg)
met twee jongen. Gennep ligt aan de Maas.
Ze foerageren waarschijnlijk in de uiterwaarden van de Maas
(opname 16 mei 2017).

Dat sluit natuurlijk niet uit dat ze beide vormen van nestelen gebruiken. En dat heb ik ook gezien. Dichtbij een kleine 'ooievaarskolonie' in een bosje bij Gorssele (aan de IJssel) staan ook twee palen waarop genesteld wordt (foto vorig blog). Een individuele voorkeur?

De ooievaar is niet de enige vogel waarvan je het niet verwacht dat die in bomen broedt. Ook de blauwe reiger, lepelaar, zilverreiger en nijlgans nestelt in bomen.  Opmerkelijk voor vogels met lange poten of zwemvliezen.

Ik kan me bijna niet voorstellen dat ze in de tijd van de Nederlandsche Vogelen belangeloos ooievaars hielpen. Voor het plezier om er naar te kijken of omdat ze het gewoon mooie vogels waren. In die tijd gold dat men schoot op alles wat eetbaar was. Of de eieren raapten. De ooievaar lijkt voor alsnog een uitzondering.
Dit komt mooi overeen met wat ik in het proefschrift van Jan Hendrik de Rijk vond:

"De vroege bescherming van twee soorten wordt wel het begin van die moderne vogelbescherming genoemd. Ooievaar en nachtegaal werden al in 15de respectievelijk 17de eeuw beschermd en waren tot eind 19de eeuw de beschermde soorten bij uitstek. Deze soorten hadden voor de mens geen direct belang en de bescherming had daarmee een afwijkend karakter. Waarom ooievaar en nachtegaal al zo vroeg werden beschermd, is cultureel bepaald. Ook in veel andere landen kregen deze soorten al vroeg bescherming. Waarom de bescherming tot eind 19de eeuw zo weinig soorten gold, is vanuit economische belangen te verklaren. Soorten niet exploiteren was een luxe. Ruimte om veel meer soorten te beschermen, kwam er pas door toename van de welvaart rond 1900. De ontwikkeling van de vogelbescherming is daarmee sterk door de economische ontwikkeling beïnvloed. Het ecologische belang van deze selectieve soort bescherming is goed zichtbaar bij de ooievaar. Ooievaars hoefden niet schuw te zijn en konden te midden van mensen leven. Dat was eeuwen lang bepalend voor hun voorkomen." (Jan Hendrik de Rijk: Vogels en mensen in Nederland 1500-1920, proefschrift 24 juni 2015)

Bronnen:

 

Vorig blog over dit onderwerp:

De relatie mens - ooievaar in Nederland door de eeuwen heen (1) 4 mei 2017

Nieuws:

De ooievaar staat centraal in de 2e aflevering van Stadsmormels, zaterdag 27 mei NPO 1 22:05 uur.